Het Amsterdamse Incassobureau Juristu handelde in strijd met de wet. Dat oordeelt de kantonrechter. Bij herhaling heeft zij haar opdrachtgever nodeloos op kosten gejaagd en hem foutief en misleidend geïnformeerd. De rechter bepaalt dat het incassobureau de volledige proceskosten ad. € 3.344,38 moet betalen omdat er onrechtmatig is gehandeld.


Betaling debiteuren bleef onvermeld
De klant van het incassobureau, een  administratie- en advieskantoor, schakelde in juli 2019 Juristu in voor het innen van openstaande rekeningen bij drie klanten. Nadat het incassobureau de drie debiteuren had aangeschreven, betaalden zij alle drie alsnog hun openstaande rekeningen binnen de gestelde termijn. Het incassobureau meldde zijn klant echter dat de rekeningen nog niet waren betaald en adviseerde om gerechtelijke stappen te ondernemen. De kosten daarvoor moest het administratiekantoor voorschieten, maar zouden volgens het incassobureau later worden verhaald op de debiteuren.

Schikking niet nagekomen
Het administratiekantoor volgde het advies op en ontdekte pas later dat de rekeningen al waren betaald. Het incassokantoor weigerde hierover vragen te beantwoorden. Pas na tussenkomst van een advocaat kwamen de twee partijen tot een schikking. Het incassokantoor kwam haar betalingsverplichting echter niet na, waarop het administratiekantoor naar de rechter stapte.

Willens en wetens misleid
De kantonrechter is van oordeel dat het incassobureau willens en wetens foutieve informatie heeft verstrekt over verschillende onderdelen van het proces. Omdat het in dit geval om drie afzonderlijke dossiers gaat, wijst dit eerder op een structurele werkwijze, dan op een omissie, zoals het incassobureau zelf stelde. Daarnaast bracht het bureau onder andere te hoge bedragen in rekening bij zijn klant. Tot slot rekent de kantonrechter het Juristu aan dat er onnodig gebruik is gemaakt van rechtsmiddelen. Het bureau wordt daarom veroordeeld tot het betalen van alle proceskosten en het vergoeden van de rente  over het te laat betaalde schikkingsbedrag.

Meer informatie
Rb Amsterdam 7 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4228

In het regeerakkoord is afgesproken dat er wordt gekeken naar de juridische afhandeling van schulden. Daarom onderzochten onderzoekers van het Lectoraat Schulden en Incasso van de Hogeschool Utrecht, de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden en Panteia in opdracht van het WODC in welke mate private schuldeisers (haalbare) betalingsregelingen treffen en hoe een gang naar de rechter kan worden voorkomen. De onderzoekers constateerden dat een betalingsregeling geen vanzelfsprekendheid is en dat schuldeisers dit middel heel verschillend toepassen.


Wanneer een schuld niet wordt betaald lopen de vorderingen snel op. Hoewel een groeiende groep schuldeisers graag maatwerk zou willen leveren in het afspreken van een betalingsregeling, hebben zij hiervoor vaak te weinig inzicht in de omstandigheden van de debiteur. Zo komt het voor dat een schuldeiser beslag legt op het inkomen terwijl er bij een andere schuldeiser een betalingsregeling loopt die dan niet meer nagekomen kan worden. Schuldeisers die de afgelopen jaren meer ruimte zijn gaan geven in het opstellen van een haalbare betaalregeling merken dat de ruimte die zij geven vaak direct wordt ingenomen door andere schuldeisers die wel druk zetten.

Kwetsbaarheden
Problematische schuldenproblematiek gaat vaak samen met één of meerdere kwetsbaarheden, zoals laaggeletterdheid, een licht verstandelijke beperking, sociale of gezondheidsproblemen. Mensen met problematische schulden stellen zich vaak passief op en hebben lang niet altijd een financieel overzicht, al helemaal niet als er sprake is van meerdere schuldeisers. Zonder financieel overzicht is het nagenoeg niet mogelijk om tot een passende betalingsregeling te komen die ook wordt nagekomen. Bij het niet nakomen van een regeling komt een zaak alsnog voor de rechter en neemt de schuld nog verder toe.

Voor de rechter
Als een zaak toch voor de rechter komt laat 70 tot 80 procent van de debiteuren verstek gaan. Debiteuren die wel komen, hebben vaak de hoop dat zij daar alsnog een betalingsregeling krijgen en staan na afloop teleurgesteld buiten als blijkt dat dit niet mogelijk is en de vordering enkel in omvang is toegenomen na de zitting. Rechters kunnen in de zaak formeel niet anders dan een vonnis toewijzen. Daarbij toetsen ze enkel of de debiteur formeel moet betalen, niet of de debiteur kan betalen.

Denkrichtingen
De onderzoekers noemen verschillende denkrichtingen om een betalingsregeling te stimuleren en een rechtsgang te voorkomen. De denkrichtingen gaan gepaard met voor- en nadelen voor zowel crediteuren als debiteuren. Een hiervan is het instellen van een recht op een betalingsregeling voordat er incassokosten gerekend mogen worden. Met het verhogen van het griffierecht wordt de drempel om naar de rechter te stappen mogelijk hoger, stellen de onderzoekers. Ook het hulp zoeken wanneer er meerdere schuldeisers zijn, zodat de schuldeisers elk een deel van de aflossingscapaciteit krijgen en er passende regelingen kunnen worden getroffen kan debiteuren volgens de onderzoekers mogelijk helpen.

Lees het volledige rapport
Betalingsregelingen – bevorderen van haalbare betalingsregelingen bij private schuldeisers

24 augustus 2020 - Schuldinfo

Het komt met enige regelmaat voor dat wanneer een schuldhulpverlener of een bewindvoerder uitstel vraagt voor het opstellen van een schuldregeling er toch nog snel even loonbeslag wordt gelegd. Het is dan moeilijk om de situatie stabiel te krijgen en de schuldregeling op te starten. Bovendien kan er niet voor de gezamenlijke schuldeisers gereserveerd worden. Wat kun je hieraan doen? Een voorlopige voorziening wsnp kan uitkomst bieden. De rechter kan er voor zorgen dat het beslag wordt opgeschort. Neem als voorbeeld een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake schuldeiser Hoist.

Wat vooraf ging
X is bij vonnis van 7 oktober 2013 veroordeeld tot betaling van € 3.034,51 aan Hoist. Op 27 januari 2020 is betrokkene onder beschermingsbewind gesteld. De beschermingsbewindvoerder heeft in maart 2020 de haar bekende schuldeisers – waaronder Hoist – verzocht geen verdere kosten te maken in verband met het incasseren van vorderingen. Bij brief van 25 april 2020 heeft de beschermingsbewindvoerder alle haar bekende crediteuren (waaronder Hoist) in het kader van een minnelijk traject een voorstel tegen finale kwijting gedaan. Op 29 mei 2020 heeft GGN namens Hoist loonbeslag gelegd onder de werkgever. Op 17 juni 2020 is X een overeenkomst tot schuldregeling aangegaan met Noordzij bewindvoerders.
Op 23 juni 2020 heeft X verzocht om een voorlopige voorziening wsnp. Tevens heeft X een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Het verzoek strekt ertoe dat Hoist het loonbeslag gedurende zes maanden niet ten uitvoer mag leggen.

Beoordeling
Het is de rechtbank gebleken dat voorafgaand aan de beslaglegging een positief budgetplan was waarbij € 621,00 kan worden gespaard voor alle crediteuren. De financiële situatie is, in die zin, zodanig stabiel dat vaste lasten kunnen worden voldaan, zonder dat er nog nieuwe schulden ontstaan. Door het loonbeslag, dat is gelegd ná aanvang van het minnelijk traject, wordt het budgetplan van X negatief. Dit houdt in dat er nieuwe schulden zullen ontstaan. Bovendien komt het dienstverband van X in gevaar, omdat zij bij een negatief budgetplan geen geld heeft om haar woon-werk verkeer te bekostigen. Een en ander betekent dat de huidige stabiliteit, die ook nodig is voor toelating tot de WSNP, wordt doorbroken. Dat is niet in het belang van de gezamenlijke crediteuren, zeker niet nu ook het werk – en daarmee het inkomen – van verzoekster in gevaar komt.

De rechtbank is van oordeel dat tegen de hiervoor geschetste achtergrond, waarbij de financiële situatie van X inmiddels stabiel was en inmiddels een minnelijk traject was gestart, het belang van X zwaarder dient te wegen dan het belang van Hoist bij het gelegde beslag. Dat geldt te meer nu dat beslag is gelegd nádat het minnelijk traject was opgestart. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Gelet op het verzoek tot toepassing van WSNP en het daarmee te bereiken doel, zal de rechtbank de gevraagde voorziening uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

De schuldsaneringsregeling
Een voorlopige voorziening wsnp wordt niet toegewezen, indien onaannemelijk is dat betrokkene  tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. Dat laatste is voorshands niet het geval.
Het verzoek tot toelating van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan nog niet worden afgedaan, nu het minnelijke traject nog niet is afgerond. De verdere behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op 15 december 2020 om 09:30 uur, indien twee weken voor voornoemde datum een compleet verzoekschrift tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of tot het opleggen van een dwangakkoord (inclusief bijlagen) is aangeleverd.


De beslissing

De rechtbank:

  • verbiedt de tenuitvoerlegging van het namens Hoist gelegde executoriaal derdenbeslag onder RDW;
  • bepaalt dat de werkgever van verzoekster (RDW) in afwijking van artikel 476 Rv geen gelden onder zich hoeft te houden en het loon uitbetaalt aan de beschermingsbewindvoerder van verzoekster, zulks zonder enige inhouding of reservering wegens het namens Hoist gelegde beslag;
  • bepaalt dat de genoemde voorziening geldt totdat de uitspraak op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde is gegaan of dit verzoek is ingetrokken;
  • bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van zes maanden;
  • bepaalt dat de voortgezette behandeling van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal plaatsvinden op 15 december 2020 om 09:30 uur, indien twee weken voor voornoemde datum een compleet verzoekschrift tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of tot het opleggen van een dwangakkoord (inclusief bijlagen) is aangeleverd;
  • bepaalt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Onbekend maakt onbemind
De mogelijkheid om in dit soort situaties een voorlopige voorziening wsnp aan te vragen wordt nog weinig benut. Het is niet ingewikkeld en je hoeft het niet zelf te doen. Wsnp-bewindvoerders kunnen net als advocaten, hiervoor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand verlenen.

Meer informatie
Rechtbank Den Haag 29 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6548
Toevoegen bewindvoerders wsnp

Zie ook:
Rechtbank Noord-Holland 29 augustus 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7801
Rechtbank Noord-Nederland 9 februari 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:771 
Rechtbank Noord-Nederland 17 augustus 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:5192

Het Amsterdamse Incassobureau Juristu handelde in strijd met de wet. Dat oordeelt de kantonrechter. Bij herhaling heeft zij haar opdrachtgever nodeloos op kosten gejaagd en hem foutief en misleidend geïnformeerd. De rechter bepaalt dat het incassobureau de volledige proceskosten ad. € 3.344,38 moet betalen omdat er onrechtmatig is gehandeld.


Betaling debiteuren bleef onvermeld
De klant van het incassobureau, een  administratie- en advieskantoor, schakelde in juli 2019 Juristu in voor het innen van openstaande rekeningen bij drie klanten. Nadat het incassobureau de drie debiteuren had aangeschreven, betaalden zij alle drie alsnog hun openstaande rekeningen binnen de gestelde termijn. Het incassobureau meldde zijn klant echter dat de rekeningen nog niet waren betaald en adviseerde om gerechtelijke stappen te ondernemen. De kosten daarvoor moest het administratiekantoor voorschieten, maar zouden volgens het incassobureau later worden verhaald op de debiteuren.

Schikking niet nagekomen
Het administratiekantoor volgde het advies op en ontdekte pas later dat de rekeningen al waren betaald. Het incassokantoor weigerde hierover vragen te beantwoorden. Pas na tussenkomst van een advocaat kwamen de twee partijen tot een schikking. Het incassokantoor kwam haar betalingsverplichting echter niet na, waarop het administratiekantoor naar de rechter stapte.

Willens en wetens misleid
De kantonrechter is van oordeel dat het incassobureau willens en wetens foutieve informatie heeft verstrekt over verschillende onderdelen van het proces. Omdat het in dit geval om drie afzonderlijke dossiers gaat, wijst dit eerder op een structurele werkwijze, dan op een omissie, zoals het incassobureau zelf stelde. Daarnaast bracht het bureau onder andere te hoge bedragen in rekening bij zijn klant. Tot slot rekent de kantonrechter het Juristu aan dat er onnodig gebruik is gemaakt van rechtsmiddelen. Het bureau wordt daarom veroordeeld tot het betalen van alle proceskosten en het vergoeden van de rente  over het te laat betaalde schikkingsbedrag.

Meer informatie
Rb Amsterdam 7 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4228

In het regeerakkoord is afgesproken dat er wordt gekeken naar de juridische afhandeling van schulden. Daarom onderzochten onderzoekers van het Lectoraat Schulden en Incasso van de Hogeschool Utrecht, de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden en Panteia in opdracht van het WODC in welke mate private schuldeisers (haalbare) betalingsregelingen treffen en hoe een gang naar de rechter kan worden voorkomen. De onderzoekers constateerden dat een betalingsregeling geen vanzelfsprekendheid is en dat schuldeisers dit middel heel verschillend toepassen.


Wanneer een schuld niet wordt betaald lopen de vorderingen snel op. Hoewel een groeiende groep schuldeisers graag maatwerk zou willen leveren in het afspreken van een betalingsregeling, hebben zij hiervoor vaak te weinig inzicht in de omstandigheden van de debiteur. Zo komt het voor dat een schuldeiser beslag legt op het inkomen terwijl er bij een andere schuldeiser een betalingsregeling loopt die dan niet meer nagekomen kan worden. Schuldeisers die de afgelopen jaren meer ruimte zijn gaan geven in het opstellen van een haalbare betaalregeling merken dat de ruimte die zij geven vaak direct wordt ingenomen door andere schuldeisers die wel druk zetten.

Kwetsbaarheden
Problematische schuldenproblematiek gaat vaak samen met één of meerdere kwetsbaarheden, zoals laaggeletterdheid, een licht verstandelijke beperking, sociale of gezondheidsproblemen. Mensen met problematische schulden stellen zich vaak passief op en hebben lang niet altijd een financieel overzicht, al helemaal niet als er sprake is van meerdere schuldeisers. Zonder financieel overzicht is het nagenoeg niet mogelijk om tot een passende betalingsregeling te komen die ook wordt nagekomen. Bij het niet nakomen van een regeling komt een zaak alsnog voor de rechter en neemt de schuld nog verder toe.

Voor de rechter
Als een zaak toch voor de rechter komt laat 70 tot 80 procent van de debiteuren verstek gaan. Debiteuren die wel komen, hebben vaak de hoop dat zij daar alsnog een betalingsregeling krijgen en staan na afloop teleurgesteld buiten als blijkt dat dit niet mogelijk is en de vordering enkel in omvang is toegenomen na de zitting. Rechters kunnen in de zaak formeel niet anders dan een vonnis toewijzen. Daarbij toetsen ze enkel of de debiteur formeel moet betalen, niet of de debiteur kan betalen.

Denkrichtingen
De onderzoekers noemen verschillende denkrichtingen om een betalingsregeling te stimuleren en een rechtsgang te voorkomen. De denkrichtingen gaan gepaard met voor- en nadelen voor zowel crediteuren als debiteuren. Een hiervan is het instellen van een recht op een betalingsregeling voordat er incassokosten gerekend mogen worden. Met het verhogen van het griffierecht wordt de drempel om naar de rechter te stappen mogelijk hoger, stellen de onderzoekers. Ook het hulp zoeken wanneer er meerdere schuldeisers zijn, zodat de schuldeisers elk een deel van de aflossingscapaciteit krijgen en er passende regelingen kunnen worden getroffen kan debiteuren volgens de onderzoekers mogelijk helpen.

Lees het volledige rapport
Betalingsregelingen – bevorderen van haalbare betalingsregelingen bij private schuldeisers

24 augustus 2020 - Schuldinfo

Het komt met enige regelmaat voor dat wanneer een schuldhulpverlener of een bewindvoerder uitstel vraagt voor het opstellen van een schuldregeling er toch nog snel even loonbeslag wordt gelegd. Het is dan moeilijk om de situatie stabiel te krijgen en de schuldregeling op te starten. Bovendien kan er niet voor de gezamenlijke schuldeisers gereserveerd worden. Wat kun je hieraan doen? Een voorlopige voorziening wsnp kan uitkomst bieden. De rechter kan er voor zorgen dat het beslag wordt opgeschort. Neem als voorbeeld een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake schuldeiser Hoist.

Wat vooraf ging
X is bij vonnis van 7 oktober 2013 veroordeeld tot betaling van € 3.034,51 aan Hoist. Op 27 januari 2020 is betrokkene onder beschermingsbewind gesteld. De beschermingsbewindvoerder heeft in maart 2020 de haar bekende schuldeisers – waaronder Hoist – verzocht geen verdere kosten te maken in verband met het incasseren van vorderingen. Bij brief van 25 april 2020 heeft de beschermingsbewindvoerder alle haar bekende crediteuren (waaronder Hoist) in het kader van een minnelijk traject een voorstel tegen finale kwijting gedaan. Op 29 mei 2020 heeft GGN namens Hoist loonbeslag gelegd onder de werkgever. Op 17 juni 2020 is X een overeenkomst tot schuldregeling aangegaan met Noordzij bewindvoerders.
Op 23 juni 2020 heeft X verzocht om een voorlopige voorziening wsnp. Tevens heeft X een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Het verzoek strekt ertoe dat Hoist het loonbeslag gedurende zes maanden niet ten uitvoer mag leggen.

Beoordeling
Het is de rechtbank gebleken dat voorafgaand aan de beslaglegging een positief budgetplan was waarbij € 621,00 kan worden gespaard voor alle crediteuren. De financiële situatie is, in die zin, zodanig stabiel dat vaste lasten kunnen worden voldaan, zonder dat er nog nieuwe schulden ontstaan. Door het loonbeslag, dat is gelegd ná aanvang van het minnelijk traject, wordt het budgetplan van X negatief. Dit houdt in dat er nieuwe schulden zullen ontstaan. Bovendien komt het dienstverband van X in gevaar, omdat zij bij een negatief budgetplan geen geld heeft om haar woon-werk verkeer te bekostigen. Een en ander betekent dat de huidige stabiliteit, die ook nodig is voor toelating tot de WSNP, wordt doorbroken. Dat is niet in het belang van de gezamenlijke crediteuren, zeker niet nu ook het werk – en daarmee het inkomen – van verzoekster in gevaar komt.

De rechtbank is van oordeel dat tegen de hiervoor geschetste achtergrond, waarbij de financiële situatie van X inmiddels stabiel was en inmiddels een minnelijk traject was gestart, het belang van X zwaarder dient te wegen dan het belang van Hoist bij het gelegde beslag. Dat geldt te meer nu dat beslag is gelegd nádat het minnelijk traject was opgestart. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Gelet op het verzoek tot toepassing van WSNP en het daarmee te bereiken doel, zal de rechtbank de gevraagde voorziening uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

De schuldsaneringsregeling
Een voorlopige voorziening wsnp wordt niet toegewezen, indien onaannemelijk is dat betrokkene  tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. Dat laatste is voorshands niet het geval.
Het verzoek tot toelating van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan nog niet worden afgedaan, nu het minnelijke traject nog niet is afgerond. De verdere behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op 15 december 2020 om 09:30 uur, indien twee weken voor voornoemde datum een compleet verzoekschrift tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of tot het opleggen van een dwangakkoord (inclusief bijlagen) is aangeleverd.


De beslissing

De rechtbank:

  • verbiedt de tenuitvoerlegging van het namens Hoist gelegde executoriaal derdenbeslag onder RDW;
  • bepaalt dat de werkgever van verzoekster (RDW) in afwijking van artikel 476 Rv geen gelden onder zich hoeft te houden en het loon uitbetaalt aan de beschermingsbewindvoerder van verzoekster, zulks zonder enige inhouding of reservering wegens het namens Hoist gelegde beslag;
  • bepaalt dat de genoemde voorziening geldt totdat de uitspraak op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde is gegaan of dit verzoek is ingetrokken;
  • bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van zes maanden;
  • bepaalt dat de voortgezette behandeling van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal plaatsvinden op 15 december 2020 om 09:30 uur, indien twee weken voor voornoemde datum een compleet verzoekschrift tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of tot het opleggen van een dwangakkoord (inclusief bijlagen) is aangeleverd;
  • bepaalt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Onbekend maakt onbemind
De mogelijkheid om in dit soort situaties een voorlopige voorziening wsnp aan te vragen wordt nog weinig benut. Het is niet ingewikkeld en je hoeft het niet zelf te doen. Wsnp-bewindvoerders kunnen net als advocaten, hiervoor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand verlenen.

Meer informatie
Rechtbank Den Haag 29 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6548
Toevoegen bewindvoerders wsnp

Zie ook:
Rechtbank Noord-Holland 29 augustus 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7801
Rechtbank Noord-Nederland 9 februari 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:771 
Rechtbank Noord-Nederland 17 augustus 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:5192

Actueel