Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders januari t/m maart 2020

10 mei 2020 - Schuldinfo

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maanden januari t/m maart 2020.

Deurwaarder mag inboedel na ontruiming aan de weg zetten
Op grond van het bepaalde in artikel 556 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de rechtspraak van de Hoge Raad is een executerende deurwaarder gerechtigd de inboedel te verwijderen en aan de openbare weg te plaatsen. Nadat de ontruiming is voltooid, heeft de deurwaarder – behoudens zeer bijzondere omstandigheden die zich hier niet voordoen – geen zorgplicht meer ten aanzien van de ontruimde boedel. De stelling van klager dat de zorgplicht van de deurwaarder verder reikt, in die zin dat hij waardevolle spullen zelf moet opslaan of bij de gemeente in bewaring moet geven, is dan ook onjuist, nog daargelaten of in dit geval van waardevolle spullen kan worden gesproken. Klacht ongegrond. >>>Uitspraak

Oneigenlijke druk: dreigen met gijzeling
Een deurwaarder stuurt de volgende brief:
“In opgemelde za(a)k(en) ontvangen wij maandelijks slechts zeer kleine betalingen die afgelost worden op Uw schuld. Deze bedragen zijn zelfs zo laag dat uw schuld niet binnen een acceptabele termijn voldaan kan worden.
Wij SOMMEREN u daarom om uiterlijk (…) het totaal-verschuldigde van € (…), exclusief eventuele reeds gemaakte executiekosten en p.m.-posten, te betalen, of om uiterlijk (…) een acceptabele betalingsregeling te treffen.
Indien u binnen deze termijn niet betaalt of contact voor een betalingsregeling met ons opneemt, dan loopt U het risico dat wij verdere beslagmaatregelen nemen, waaronder beslag op Uw inboedel !
Tevens wijzen wij er op dat u het risico loopt door de POLITIE IN GIJZELING te worden genomen in verband met bovenstaande schuld!
U gelieve van het bovenstaande goede nota te nemen !”

Deurwaarders mogen alleen maatregelen aankondigen die zij op dat moment daadwerkelijk kunnen nemen. De maatregel van gijzeling is een maatregel die enkel door een Officier van Justitie en dus niet door een deurwaarder kan worden genomen. Daar komt bij dat het voor de Officier van Justitie niet eens de mogelijkheid bestond om deze maatregel daadwerkelijk toe te passen. Daarvoor was immers verlof van een kantonrechter nodig. De kantonrechter had in deze zaak geen vordering tot gijzeling toegewezen. Klager maakt de deurwaarders dan ook terecht het verwijt dat zij met de brief van 8 september 2017, meer in het bijzonder de zinsnede over het risico door de politie in gijzeling te kunnen worden genomen, oneigenlijke druk hebben uitgeoefend op [X] . Het hof acht de klacht derhalve, zoals ook de kamer heeft beslist, gegrond. Het hof legt in plaats van een berisping, een lichtere maatregel ‘waarschuwing’ op. >>>Uitspraak

Dreigen met boedelverkoop om betaling af te dwingen geoorloofd
Het enkele feit dat de deurwaarder een betalingsregeling als voorwaarde stelt ter annulering van een boedelverkoop is op zich zelf staand niet klachtwaardig. Dit zou anders kunnen zijn als klager de deurwaarder met stukken heeft ingelicht over de feitelijke situatie van zijn cliënt en dat de deurwaarder in weerwil hiervan druk op klaagster heeft uitgeoefend om te komen tot een betalingsregeling. Dat is echter niet gebleken. Klager mag de situatie van zijn cliënt dan wel hebben “verwoord” aan de deurwaarder én hebben “geschetst” dat een betaling vanuit de beslagvrije voet zal moeten plaatsvinden, maar de deurwaarder heeft onweersproken gesteld dat hier geen stukken aan ten grondslag zijn (over)gelegd. Onder deze voorwaarde heeft de deurwaarder gehandeld zoals hij dat zou doen in elke andere situatie, waarin hij de opdracht heeft een openstaande vordering te gelden te maken. Dat sprake is van enige mate van druk bij beslagleggingen is inherent aan het middel van beslag, maar klager heeft onvoldoende gesteld dat ter zake sprake zou zijn van ongeoorloofde druk. Daarbij speelt een rol dat de cliënt van klager kennelijk een betalingsregeling heeft kunnen overeenkomen die thans nog voortduurt.
Klacht ongegrond. >>>Uitspraak

Beslag op roerende zaken die een ander toebehoren
De deurwaarder heeft geweigerd het beslag op roerende zaken op te heffen ondanks dat klager middels facturen had aangetoond dat de in beslag genomen goederen niet aan hem toebehoren. De openbare verkoop is vervolgens alsnog op basis van de reeds bij de deurwaarder in bezit zijnde stukken niet doorgegaan. Nu de deurwaarder niet heeft verzocht om nadere bewijsstukken en klager na 19 februari 2019 ook geen nadere stukken heeft overgelegd, kan de mededeling van de deurwaarder dat de openbare verkoop gewoon zou doorgaan worden gezien als loos dreigement. Dit is in strijd met artikel 8 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders. Klacht gegrond, geen maatregel opgelegd. >>>Uitspraak

Deurwaarder mocht ervan uitgaan dat sprake was van gemeenschap van goederen
Klager beklaagt zich er onder meer over dat het exploot op een verkeer adres is betekend en de deurwaarder er ten onrechte van uit is gegaan dat hij in gemeenschap van goederen is getrouwd. Het is niet aan de deurwaarder te wijten dat de adresgegevens in de Basisregistratie personen kennelijk onjuist waren. Zolang de huwelijkse voorwaarden niet zijn ingeschreven mag de deurwaarder aannemen dat het huwelijk in gemeenschap van goederen is gesloten (1:116 BW), waardoor alle bezittingen en schulden gemeenschappelijk zijn, dus ook een woning. Klacht ongegrond. >>>Uitspraak

Ten onrechte herinneringsmail betalingsregeling
Klager heeft vanwege een nieuw automatiseringssysteem van de deurwaarder ten onrechte een herinneringsmail ontvangen ter zake een overeengekomen betalingsregeling en heeft vervolgens een e-mail gekregen dat de betalingsregeling is komen te vervallen, terwijl klager de regeling juist goed was nagekomen. Klacht is gegrond, maatregel van waarschuwing, geen proceskostenveroordeling. >>>Uitspraak

Schuldregeling melden aan de andere beslagleggende deurwaarders
Aan de orde is de vraag of de deurwaarder, nadat hij op de hoogte is gesteld van de stabilisatieovereenkomst, niet direct contact had moeten opnemen met zijn collega deurwaarders om te informeren of zij ook in de schuldenregeling waren meegenomen. De kamer overweegt dat uit de bestuursregel afwikkeling derdenbeslagen van de KBvG kan worden afgeleid dat het de taak van de eerste beslaglegger is om contact op te nemen met de andere beslagleggende deurwaarders, indien hij op de hoogte raakt van omstandigheden die van invloed zijn op een beslagverdeling, zoals een stabilisatieovereenkomst. Klacht gegrond, maatregel van berisping en kostenveroordeling. >>>Uitspraak

Raadpleging digitaal beslagregister, afstemmen met andere deurwaarder
Raadpleging van digitaal beslagregister (DBR) brengt de impliciete verplichting met zich mee dat de raadplegende deurwaarder zijn bevindingen meldt, dan wel aan de eerste beslaglegger, dan wel aan de schuldenaar. Vooral in die gevallen waarin de beslagvrije voet van de schuldenaar in het gedrang komt. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: waarschuwing. >>>Uitspraak
Zie ook: Bescherming bestaansminimum vereist proactieve deurwaarder

Na twee weken teveel ingehouden bedragen terugbetalen
Beslag op uitkering. Het UWV heeft meerdere keren te veel ingehouden. Dit lag niet aan de deurwaarder maar aan de verwerking bij het UWV. Klager is daardoor in betalingsmoeilijkheden gekomen. De deurwaarder hanteert een termijn van twee weken om de teveel ingehouden bedragen terug te betalen. Dit is noodzakelijk om gegevens te controleren, aldus de deurwaarder. De kamer acht dit klachtwaardig aangezien de deurwaarder reeds beschikte over klagers gegevens (door eerdere recente terugbetalingen) en klager belang had bij een spoedige betaling. Maatregel van waarschuwing opgelegd, zonder kostenveroordeling. >>>Uitspraak

Te late overbetekening vanwege bijzondere omstandigheid niet aan te rekenen
Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de deurwaarder het proces-verbaal te laat heeft (over)betekend. Hoewel de wet op dit punt duidelijk is, is de kamer van oordeel dat in deze zaak sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de termijnoverschrijding in het onderhavige geval niet moet leiden tot een tuchtrechtelijke bestraffing. Onbetwist is namelijk aangevoerd dat klaagster de deurwaarder tijdens de beslaglegging en daarmee tijdens de uitoefening van zijn ambt met een bijl heeft bedreigd en daarvoor ook strafrechtelijk is vervolgd en veroordeeld. Deze dreigementen hebben de deurwaarder bewogen om de overbetekening aan klaagster aanvankelijk niet uit te voeren. Ter zitting heeft de deurwaarder aangevoerd dat de bedreiging een grote impact op hem heeft gehad en dat hij niemand op kantoor bereid heeft gevonden de taak van de overbetekening op zich te nemen. De deurwaarder heeft verder aangevoerd dat hij niet de verantwoordelijke dossierbehandelaar is (geweest) en ook niet bekend was met het feit dat klaagster onder bewind was gesteld. Na bekendwording daarvan heeft de (te late) overbetekening alsnog aan de bewindvoerder plaatsgevonden. Klacht ongegrond. >>>Uitspraak

Geldboete vanwege te late overbetekening beslagexploot
Beslagexploot is niet binnen 8 dagen aan de bewindvoerder van klaagster betekend. Klacht gegrond. Als maatregel wordt een geldboete van 500 euro opgelegd met een kostenveroordeling in de procedure. >>>Uitspraak

AM: het is wenselijk dat de kamer de zwaarte van de maatregel beter onderbouwt. Het is moeilijk te doorgronden waarom in een veel ernstigere situatie, als het in bewaring geven van een hond bij de schuldeiser volstaan wordt met een berisping (ECLI:NL:TGDKG:2019:174) en een te late overbetekening een geldboete oplevert.

Meer informatie
overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
website tuchtrechtspraak