Onbekend met curatele? Pech gehad!

27 april 2020 - Schuldinfo

Wanneer je niet goed in staat bent je geldzaken en persoonlijke zaken te regelen dan kan de rechter je onder curatele stellen. Het is de meest vergaande beschermingsmaatregel die de rechter kan opleggen. Dit gebeurt alleen wanneer maatregelen als beschermingsbewind en mentorschap onvoldoende bescherming bieden. Iemand die onder curatele staat is handelingsonbekwaam. Hij kan niet geldig contracten sluiten en de curator kan ze achteraf vernietigen. De verkoper had maar vóór het sluiten van de overeenkomst in het curateleregister moeten kijken. Maar wat zijn de gevolgen als betrokkene door een fout niet in het register staat?


  Foto: RyanMcGuire

Wat vooraf ging
X is in 2010 onder curatele gesteld. Op 6 december 2017 is de ondercuratelestelling van X  opgeheven en is X onder bewind gesteld. Deze beschikking is op 3 maart 2018 gepubliceerd in het centraal curatele- en bewindregister.

Op 16 juli 2019 wordt aan de bewindvoerder een verstekvonnis betekend. Het betreft een vonnis waarbij X veroordeeld wordt tot betaling van een vordering van Ziggo vanwege achterstallig abonnementsgeld ad. € 220. Uit dit vonnis blijkt dat X op 2 oktober 2017 met Ziggo een overeenkomst heeft gesloten voor levering van internet. De bewindvoerder is het niet eens met dit vonnis en tekent binnen 4 weken verzet aan.

Beoordeling
De rechter overweegt onder meer het volgende.

Tussen partijen is niet in geschil dat de vordering van Ziggo tot nakoming van de overeenkomst door X in beginsel toewijsbaar is. Echter, partijen twisten over de vraag of de bewindvoerder een beroep kan doen op de vernietigbaarheid van de overeenkomst, nu X ten tijde van het sluiten weliswaar onder curatele was gesteld, maar de curatele niet is gepubliceerd in het centraal curatele- en bewindregister.

Ingevolge art. 1:381, eerste en tweede lid, BW werkt de curatele met ingang van de dag waarop zij is uitgesproken en is de onder curatele gestelde vanaf dat moment onbekwaam om rechtshandelingen te verrichten. In tegenstelling tot zoals bijvoorbeeld bij onderbewindstelling, biedt de wet geen bescherming aan een wederpartij die de ondercuratelestelling niet kende of niet behoorde te kennen. Nu een rechtshandeling van een handelingsonbekwame ingevolge artikel 3:32, tweede lid, BW vernietigbaar is, kan de bewindvoerder in beginsel de overeenkomst vernietigen.

De kantonrechter begrijpt het verweer van Ziggo zo dat zij stelt dat een beroep op vernietiging van de overeenkomst in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat zij de ondercuratelestelling van X niet kende en ook niet behoorde te kennen. Bij de beoordeling van een dergelijk verweer dient de kantonrechter de nodige terughoudendheid te betrachten. In dit geval zou afwijzing van het beroep op vernietiging tot gevolg hebben dat het niet-publiceren van de ondercuratelestelling in het centraal curatele- en bewindregister effectief voor rekening van X komt, terwijl de ondercuratelestelling er juist op gericht is X te beschermen. Reeds daarom kan het verweer van Ziggo niet slagen.

Nu Ziggo geen andere verweren heeft gevoerd, slaagt het beroep van [bewindvoerder] op vernietiging van de overeenkomst. Ingevolge artikel 3:53, eerste lid, BW, werkt de vernietiging terug tot het tijdstip waarop de desbetreffende rechtshandeling is verricht. Dit betekent in beginsel dat voor de vernietiging reeds ingetreden gevolgen van de overeenkomst ongedaan worden gemaakt. Echter, nu de bewindvoerder slechts concludeert tot afwijzing van de vordering van Ziggo en ter zitting expliciet heeft aangegeven de reeds betaalde abonnementsgelden niet terug te vorderen, wordt de vordering van Ziggo tot betaling van € 220,57 afgewezen, maar is Ziggo niet gehouden om reeds betaalde abonnementsgelden terug te betalen aan X.

De beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis en opnieuw rechtdoende:
  • wijst de vordering van Ziggo af;
  • veroordeelt Ziggo in de kosten van de procedure en de nakosten, tot hiertoe aan de zijde van de bewindvoerder vastgesteld op € 207,01, waaronder begrepen € 99,01 voor de betekening van de verzetdagvaarding, een bedrag van € 72,00 als het aan de gemachtigde van de bewindvoerder toekomende salaris en € 18,00 voor nakosten;
  • verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
  • wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Meer informatie
Rb Den Haag 1 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2908
Achtergrondinfo beschermingsmaatregelen