Telefonisch energiecontract ongeldig verklaard

25 februari 2020 - Schuldinfo

Wanneer een overeenkomst met een consument telefonisch of via internet tot stand komt geldt er extra bescherming: er moet allerlei informatie worden verstrekt en er geldt een bedenktijd van 14 dagen. Wanneer de consument telefonisch benaderd wordt voor het sluiten van een contract voor het leveren van diensten, zoals een telefoonabonnement of het sluiten van een energiecontract gelden nog strengere regels: de overeenkomst moet schriftelijk gesloten worden, een schriftelijke bevestiging is niet voldoende, zo oordeelt de rechtbank Overijssel.

Wat vooraf ging
De rechtbank Overijssel moest oordelen over een vordering van Eneco vanwege een niet betaalde energierekening. Gedaagde is niet verschenen in de procedure.
Sinds 1 december 2019 vragen rechters bij de dagvaarding in consumentenzaken meer informatie om goed te kunnen beoordelen of de algemene voorwaarden eerlijk zijn en of voldaan wordt aan beschermende regels voor consumenten. Deze zogenaamde ambtshalve toetsing gebeurt ook in procedures waar de consument geen verweer voert. Op basis van de verstrekte gegevens heeft de rechter bij tussenvonnis (niet gepubliceerd) het voorlopig oordeel gegeven dat er geen geldige overeenkomst is gesloten. Eneco is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren en vervolgens heeft de rechter vonnis gewezen.

De rechtbank Overijssel oordeelt als volgt

De mondelinge overeenkomst.

2.3. Eneco heeft gesteld dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen voor het leveren van energie. Daarbij was sprake van een schriftelijke overeenkomst. Volgens Eneco is de overeenkomst op 20 augustus 2015 telefonisch tot stand gekomen, welke vervolgens schriftelijk aan [gedaagde] is toegezonden.

2.4. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van Eneco dat er tussen partijen mondeling een overeenkomst tot stand is gekomen, namelijk tijdens een telefoongesprek en dat Eneco deze overeenkomst schriftelijk aan [gedaagde] heeft bevestigd. Eneco heeft bij akte deze bevestiging overgelegd.

De overeenkomst is nietig in verband met schending vormvereiste.

2.5. Ingevolge artikel 6:230v lid 6 BW moet een overeenkomst tot het leveren van energie schriftelijke worden gesloten als de consument telefonisch is benaderd door de handelaar. In de praktijk zal de handelaar een aanbod schriftelijk opstellen en dit aan de consument toesturen. De consument zal dit moeten aanvaarden, bijvoorbeeld door ondertekening. Dit is alleen anders als de consument de handelaar telefonisch op eigen initiatief benadert.

2.6. Nu Eneco niet heeft gesteld wie het initiatief heeft genomen voor het betreffende telefoongesprek, zal de kantonrechter er vanuit gaan dat Eneco hierbij het initiatief heeft genomen om [gedaagde] te benaderen, nu dit veelal zo zal zijn gegaan en Eneco heeft nagelaten hierover het nodige te stellen.

2.7. Dit betekent dat de onderhavige overeenkomst rechtens niet op deze wijze kon worden aangegaan. Uit de overgelegde bevestiging van de overeenkomst blijkt niet dat dit een schriftelijk aanbod is, dat nog moest worden aanvaard door [gedaagde], maar juist dat dit slechts een bevestiging is van de reeds gesloten overeenkomst.

2.8. Ingevolge artikel 3:39 BW is de overeenkomst nietig in verband met het niet naleven van de wettelijke vormvereiste. Dit brengt met zich dat de rechtsgrond vervalt en de vordering op grond van de primaire grondslag zal worden afgewezen.
Ongerechtvaardigde verrijking is onvoldoende onderbouwd.

2.9. Eneco heeft aan haar vordering subsidiair ten grondslag gelegd dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Zij heeft hiertoe gesteld dat [gedaagde] energie heeft afgenomen. Volgens Eneco is [gedaagde] aldus ongerechtvaardigd verrijkt en dient hij haar hiervoor schadeloos te stellen.

2.10. Ongerechtvaardigde verrijking leidt tot een verplichting tot schadevergoeding voor zover dit redelijk is, waarbij de schade enerzijds afhankelijk is van de verrijking van [gedaagde] en anderzijds van de verarming van Eneco. De kantonrechter is van oordeel dat Eneco onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Eneco heeft namelijk niet onderbouwd voor welk bedrag zij is verarmd, althans schade heeft geleden. De enkele stelling dat de schade minimaal overeenkomt met het bedrag waarmee [gedaagde] is verrijkt is niet voldoende. Daarom zal de vordering ook op grond van de subsidiaire grondslag worden afgewezen.

Naschrift
Deze uitspraak kan grote gevolgen hebben voor alle telefonisch tot stand gekomen energiecontracten. Het sturen van een schriftelijke bevestiging van de telefonisch gemaakte afspraken is immers de standaard werkwijze. Dit betekent dat er eigenlijk geen overeenkomst tot stand gekomen is. Een daarop gebaseerde vordering zal stranden.

Meer informatie
Rb Overijssel 18 februari 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:652
Wanneer is een schriftelijk akkoord bij telefonische verkoop vereist?
Rechter eist meer informatie in consumentenzaken