Bemoeilijken informatieverzoek om onnodig beslag te voorkomen

16 augustus 2019 - Schuldinfo

Om geen onnodig beslag te leggen en daarmee onnodig kosten te maken, vraagt de deurwaarder meestal eerst bij de werkgever of uitkeringsinstantie of en hoeveel betrokkene aan loon of uitkering ontvangt. Voorwaarde is wel dat de deurwaarder over een executoriale titel beschikt. De Volksbank, die naast het bieden van bankfaciliteiten ook maandelijks uitkeringen verstrekt, wil alleen informatie geven wanneer de deurwaarder een kopie van het eerste en laatste blad van het vonnis verstrekt. Volgens de deurwaarder mocht deze eis niet door de Volksbank gesteld worden. De deurwaarder legt vervolgens beslag, maar zonder opbrengst. De maandelijkse uitkering bleek lager dan de beslagvrije voet. De deurwaarder vordert namens de schuldeiser de onnodig gemaakte beslagkosten bij de Volksbank terug. Met succes: met het stellen van extra voorwaarden bij het informatieverzoek handelt de Volksbank onrechtmatig, zo oordeelt de rechter.


De rechter oordeelt als volgt.

De beoordeling
(…)

3.1.
In de kern gaat deze zaak over de vraag of de Volksbank mocht weigeren de door de deurwaarder op grond van artikel 475g lid 3 Rv gevraagde informatie te verstrekken zolang zij niet aan de hand van een (gedeeltelijk) afschrift van het veroordelend vonnis kon verifiëren of de deurwaarder bevoegd was tot het doen van het verzoek.

3.2.
Artikel 475g lid 3 Rv bepaalt dat een deurwaarder die “gerechtigd” is tegen een schuldenaar beslag te leggen, bevoegd is aan degene van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. Een ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden.

3.3.
Voorop moet worden gesteld dat de wetgever met artikel 475g lid 3 Rv de deurwaarder een eenvoudig te hanteren en doelmatig instrument heeft willen geven om informatie te vergaren over periodieke uitkeringen die de schuldenaar geniet. Dat wordt geïllustreerd door het gegeven dat de minister oorspronkelijk voor ogen had dat zowel de bevraging als de verstrekking van de informatie mondeling zou plaatsvinden (Kamerstukken II, 1986/87, 17897, nr. 5, p. 10). De strekking van dit eenvoudig te hanteren instrument is het voorkomen van tevergeefse beslagen en daarmee gemoeide kosten (Kamerstukken II, 1982/83, 17897, nr. 3, pp. 21-22 en Kamerstukken II, 1986/87, 17897, nr. 6, p. 11). Daarom is ook niet vereist dat vaststaat dat de derde een periodieke uitkering aan de schuldenaar is verschuldigd. Voldoende is dat de deurwaarder het vermoeden heeft dat dat het geval is. Artikel 475g lid 3 Rv is dus juist geschreven voor de gevallen waarin onzeker is of een derdenbeslag zinvol is. De informatieplicht is daarom ook van een andere aard dan de verklaringsplicht als bedoeld in artikel 476a en 476b Rv, waaraan de betekening van het vonnis voorafgaat.

3.4.
Met Hoist Finance is de kantonrechter van oordeel dat uit niets blijkt dat de wetgever aan de derde de bevoegdheid heeft willen geven om te controleren of de deurwaarder bevoegd is tot het doen van het verzoek als bedoeld in artikel 475g lid 3 Rv. Dat zou ook niet stroken met de eenvoud en doelmatigheid waarmee dit instrument moet kunnen worden gehanteerd. Vanzelfsprekend mag de derde om nadere toelichting vragen, maar dat betekent nog niet dat zij geen informatie hoeft te verstrekken als zij die toelichting niet verkrijgt. De formulering “Een ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden.” wijst op een onvoorwaardelijke verplichting. Deze verplichting richt zich bovendien niet alleen tot relatief grote organisaties als financiële instellingen, maar tot iedereen, onder meer werkgevers en alimentatieplichtigen. In de regel zal niet van derden kunnen worden verwacht dat zij nagaan of de deurwaarder “gerechtigd” is tot het leggen van beslag. Het ligt ook geenszins voor de hand dat deze een (gedeeltelijk) afschrift van het vonnis verkrijgen.

3.5.
Daar komt bij dat alleen een deurwaarder bevoegd is tot het doen van een verzoek als bedoeld in artikel 475g lid 3 Rv. De deurwaarder zal zelf moeten beoordelen of hem of haar een bevoegdheid toekomt. Daarbij is van belang dat de deurwaarder openbaar ambtenaar is (artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet) en is onderworpen aan tuchtrecht.

Wordt dit anders op grond van de AVG?
(…)

3.9.
Tussen partijen is niet in geschil dat artikel 475g lid 3 Rv een wettelijke verplichting als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder c AVG oplevert als de deurwaarder op grond van die bepaling een verzoek doet en hij gerechtigd is tot het leggen van beslag. Wel is tussen partijen in geschil of de Volksbank op grond van de AVG moet verifiëren óf de deurwaarder gerechtigd is tot het leggen van beslag en welke informatie zij in dat verband van de deurwaarder moet en mag opvragen. Op die vraag gaat de kantonrechter nu in.

3.10.
Artikel 5 lid 2 AVG bepaalt dat de verwerkingsverantwoordelijke, in dit geval de Volksbank, verantwoordelijk is voor de naleving van, onder meer, het beginsel van doelbinding en deze naleving kan aantonen (de verantwoordingsplicht). Artikel 24 lid 1 AVG bepaalt kort gezegd dat de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen treft om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking in overeenstemming met deze verordening wordt uitgevoerd. Dit brengt mee dat de Volksbank, zoals zij stelt, moet nagaan of het verzoek in artikel 475g lid 3 Rv terecht wordt gedaan.

3.11.
Niet volgt uit het voorgaande dat de Volksbank daartoe een (gedeeltelijk) afschrift van de executoriale titel zou moeten ontvangen en controleren. Uit de bepalingen van de AVG volgt dat niet. Ook uit overweging 78 van de AVG volgt dat, anders dan de Volksbank stelt, niet.

3.12.
Verder is van belang dat, zoals Hoist Finance terecht aanvoert, een verstrekking van een (gedeeltelijk) afschrift van de executoriale titel verwerking van persoonsgegevens door de deurwaarder behelst. Die verwerking moet op haar beurt ook aan de in de AVG gestelde eisen voldoen. Gelet op het in artikel 5 lid 1 onder c AVG geformuleerde beginsel van minimale gegevensverwerking ligt het juist voor de hand dat de deurwaarder niet een (gedeeltelijk) afschrift verstrekt. Daaraan doet niet af dat de deurwaarder het (gedeeltelijk) afschrift kan anonimiseren. (…)

3.14.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de Volksbank jegens Hoist Finance onrechtmatig heeft gehandeld door de op grond van artikel 475g lid 3 Rv gevraagde gegevens niet aan de deurwaarder te verstrekken. Daarbij geldt dat de gegevens die de Volksbank uit de eerste en de laatste pagina van het veroordelend vonnis had kunnen afleiden, haar al bekend waren uit wat de deurwaarder haar per brief had medegedeeld. Dat geldt weliswaar niet voor de hoogte van het bedrag tot betaling waarvan [A] was veroordeeld, maar die kennis had de Volksbank ook niet nodig om te kunnen toetsen of zij aan haar AVG-verplichtingen voldeed. Het gaat hier dus niet om ontbrekende kennis aan de zijde van de Volksbank maar om de vraag of wat de deurwaarder heeft medegedeeld, juist is. Daarvan moet nu juist – op grond van zijn beroepspositie – worden uitgegaan.


Meer informatie

Rb Midden-Nederland 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3653