Gemeenten moeten gegevens opvragen voor vaststellen beslagvrije voet

11 augustus 2019 - Schuldinfo

Wanneer teveel uitkering is verstrekt zal de gemeente het teveel betaalde bedrag inhouden op de te verstrekken uitkering. Dit wordt ‘verrekenen’ genoemd. De hoogte van de inhouding wordt vaak gesteld op een standaard percentage, bijvoorbeeld 10% van de uitkering. Op verzoek wordt de beslagvrije voet toegepast. Deze werkwijze is echter niet geoorloofd, zo oordeelde de Centrale Raad van Beroep. Gemeenten moeten voordat ze gaan verrekenen bij de debiteur, bijvoorbeeld met een formulier, gegevens opvragen om de beslagvrije voet te berekenen.


Wat vooraf ging
De gemeente Helmond vordert zo’n € 1500 aan teveel ontvangen uitkering bij X terug. Dit bedrag is met ingang van 1 juni 2016 verrekend met de lopende bijstand tot een bedrag van € 97,27 per maand. Dit komt overeen met 10% van de netto uitkering. Je zou ook kunnen zeggen dat het college de beslagvrije voet heeft vastgesteld op 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.
X heeft een bezwaarschrift ingediend omdat hij het inhoudelijk niet eens is met de terugvordering en hij vindt dat er teveel ingehouden wordt op zijn uitkering.
Bij besluit van 24 november 2016 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en de verrekening verlaagd naar € 51,82 per maand met ingang van 29 september 2016, de dag waarop X de voor het verhogen van de beslagvrije voet relevante stukken heeft ingediend.
X is zonder succes in beroep gegaan en heeft vervolgens hoger beroep aangetekend bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

Beoordeling
De CRvB komt t.a.v. de verrekening tot de volgende beoordeling.

“4.3. X heeft in hoger beroep ook aangevoerd dat het college in het kader van de verrekening niet standaard, zonder gegevens op te vragen en onderzoek te doen, de beslagvrije voet mag vaststellen op 90% van de netto bijstandsnorm. Deze grond treft doel. Uit de uitspraak van 12 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:111, volgt dat het besluit tot verrekening van een schuld met een uitkering een voor de betrokkene belastend besluit is, waarbij het aan het orgaan, dat de schuld verrekent, is om de nodige kennis over de relevante feiten te vergaren. Bij verrekening dient de beslagvrije voet in acht te worden genomen. Ingevolge 475d, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bedraagt de beslagvrije voet, voor zover van belang en samengevat weergegeven, 90% van de toepasselijke bijstandsnorm. Ingevolge het vijfde lid wordt de beslagvrije voet op de in die bepaling weergegeven wijze verhoogd met een deel van de premie van de ziektekostenverzekering en van de woonkosten.

4.4. Gelet op de in 4.3 gegeven bewijslastverdeling had het op de weg van het college gelegen om aan X voor aanvang van de verrekening duidelijk te maken, bijvoorbeeld aan de hand van een daartoe beschikbaar te stellen formulier, welke gegevens hij moest verstrekken om te kunnen bepalen of en, zo ja, in hoeverre de beslagvrije voet moet worden verhoogd op grond van artikel 475d, vijfde lid, Rv. Door in het bestreden besluit de verrekening pas met ingang van 29 september 2016 te verlagen naar een bedrag van € 51,82 per maand en in het besluit van 13 juni 2016 met ingang van 1 juni 2016 een bedrag van € 97,27 aan bijstand per maand te verrekenen met de terugvordering, heeft het college het bepaalde in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht geschonden. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

4.5. Gelet op 4.3 en 4.4 dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd voor zover het betreft de verrekening. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen voor zover het betreft de verrekening. Nu het college ter zitting heeft opgemerkt dat ook vanaf juni 2016 het te verrekenen bedrag boven de beslagvrije voet € 51,82 per maand bedraagt, zal de Raad het besluit van 13 juni 2016 in zoverre herroepen en zelf in de zaak voorzien door de verrekening vanaf 1 juni 2016 op € 51,82 per maand vast te stellen.”

In strijd met wet
De werkwijze van de gemeente Helmond is geen uitzondering. Veel gemeenten hanteren een standaardpercentage waarbij de beslagvrije voet pas wordt berekend wanneer betrokkene er om vraagt. Dat is in strijd met de wet zo oordeelt de CRvB. In 2016 kwam de CRvB overigens al tot een vergelijkbare uitspraak, maar dan over het verrekenen door de Sociale Verzekeringsbank.

Gemeenten moeten dus voorafgaand aan de verrekening gegevens opvragen (met name huur, huurtoeslag, premie ziektekostenverzekering en zorgtoeslag). Het is aan te raden om de gegevens via een formulier op te vragen.

Wet vereenvoudiging beslagvrije voet
Na invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wordt het voor sociale diensten een stuk eenvoudiger. Bij een inkomen tot bijstandsniveau is de beslagvrije voet dan namelijk gelijk aan 95% van het inkomen. Dit betekent dat de sociale dienst 5% op de uitkering mag verrekenen. Aangezien de maandelijkse opbouw van het vakantiegeld ook 5% bedraagt heeft het college de keus tussen maandelijks 5% verrekenen of het vakantiegeld verrekenen. Veel geduld is nodig, want invoering van de wet is vanwege ICT-problemen uitgesteld tot 2021.

Vooruitlopen op de 95%-regel
Staatssecretaris Van Ark heeft aan de gemeenten gevraagd om op de 95%-regel te anticiperen. In gemeentenieuws van SZW 2019-4 is dit als volgt verwoord:

“Concreet vraag ik gemeenten om bij verrekening van een vordering met een lopende bijstandsuitkering minimaal uit te gaan van een beslagvrije voet ter hoogte van 95% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande, respectievelijk gehuwde.  In twee specifieke situaties is sprake van een uitzondering en zal (toch) een lagere beslagvrije voet kunnen worden gehanteerd:

  • als u bij de berekening van de beslagvrije voet rekening heeft kunnen houden met alle correcties en op basis daarvan een lagere beslagvrije voet voor betrokkene geldt;
  • als er naast de verrekening ook beslag is gelegd op de uitkering en de beslagleggende partij een lagere beslagvrije voet hanteert.

Door op deze wijze te handelen kunt u reeds in hoge mate anticiperen op de aanstaande wetgeving, terwijl ook de schuldenaar op deze manier reeds de vruchten plukt van de met de wet beoogde betere bescherming van zijn bestaansminimum.”

Uitzondering
Voor de volledigheid is hier nog de vermelding op zijn plaats dat er een uitzondering geldt voor het verrekenen van inkomsten op de bijstandsuitkering. Op de bijstandsuitkering mogen in de 6 voorafgaande maanden ontvangen inkomsten worden verrekend met de uitkering zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. In de praktijk kan dit tot behoorlijke financiële problemen leiden, maar dat hier terzijde.

Meer informatie
CRvB 2 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2165
CRvB 12 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:111
Rekentool beslagvrije voet voor sociale diensten
Achtergrondinfo terugvordering uitkering