Een relatiebreuk doorbreekt geen hoofdelijke aansprakelijkheid

29 juni 2019 - Schuldinfo

Wanneer je na een relatiebreuk de woning verlaat, is het opzeggen van de huur wellicht niet het eerste waar je aan denkt. Dit kan vervelende gevolgen hebben wanneer je ex de huur niet betaalt. Je blijft hoofdelijk aansprakelijk, zo oordeelde het hof Den Bosch.

Wat vooraf ging
X heeft in de zomer van 2016 de woning verlaten. De ex-partner Y is in de woning gebleven, maar heeft de huur niet betaald. De woningbouwvereniging Woongoed vordert bij de kantonrechter jegens X en Y ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3153,- aan achterstallige huur. De kantonrechter wijst het gevorderde toe.


Hoger beroep

X is het er niet mee eens dat ze aansprakelijk is voor de achterstallige huur en tekent hoger beroep aan. Ze voert hiervoor aan dat de relatie tussen haar en Y in de zomer van 2016 is geëindigd. Ze is toen ergens anders gaan wonen en ze staat vanaf 8 september 2016 ingeschreven op [adres 2] (dus niet meer in de gehuurde woning). X geeft aan dat zij haar vertrek uit de woning heeft gemeld aan Woongoed en dat Woongoed akkoord was dat Y in de woning zou blijven wonen. X voert verder aan dat zij volgens Woongoed een formulier moest laten tekenen door Y en dat Y echter alles weigerde. X wijst op art. 7:267 lid 5 BW over medehuurders die het gehuurde verlaten. Het is volgens X onaanvaardbaar dat zij hoofdelijk aansprakelijk wordt gehouden voor schulden van Y, die kennelijk de huur niet heeft betaald. X voert aan dat zij er alles aan heeft gedaan om tot beëindiging van de huur te komen.

Woongoed heeft bij gebrek aan wetenschap betwist dat X in (de zomer van) 2016 de woning heeft verlaten. Woongoed heeft verder gesteld dat dit niet ter zake doet: elke huurder is volgens haar op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden hoofdelijk aansprakelijk voor de huur en de huurders mogen niet ieder afzonderlijk de huur opzeggen, zonder instemming van Woongoed (art. 2.3 en 2.4). Woongoed heeft naar zij stelt niet ingestemd met een opzegging door X alleen.

Beoordeling hof
Het hof neemt in aanmerking dat de algemene voorwaarden van Woongoed van toepassing zijn. Volgens artikel 2.4 van de toepasselijke algemene voorwaarden mag X alleen (niet samen met Y) zonder instemming van Woongoed de huur niet opzeggen, althans niet zonder dat Woongoed schriftelijk heeft ingestemd met een opzegging door X alleen. X voert niet aan dat Woongoed de vereiste instemming heeft gegeven: Y moest volgens X een formulier tekenen (waarin enkel Y huurder zou worden), maar heeft dat niet gedaan. X is bij deze stand van zaken volgens de algemene voorwaarden hoofdelijk aansprakelijk gebleven voor de huur, zoals Woongoed stelt.

X heeft zich bij overeenkomst gezamenlijk en hoofdelijk met Y verbonden de huur te voldoen. Het bepaalde in art. 7:267 lid 5 BW doet dan ook niet ter zake, want deze bepaling ziet op “personen bedoeld in lid 4” en dat zijn de persoon die de huur is aangegaan en ieder van de personen die op grond van artikel 7:267 BW medehuurder of huurder is. X is geen (mede)huurder krachtens het bepaalde in  artikel 7:267 lid 1 BW . X heeft de omvang van de gestelde huurschuld en het gevorderde voor het overige niet bestreden. Dit betekent dat X de huurschuld en de overige gestelde schulden moet betalen, ook indien zij zoals zij aanvoert in de zomer van 2016 de woning heeft verlaten en vanaf 8 september 2016 op een ander adres (haar hoofdverblijf) staat ingeschreven. Anders dan X aanvoert, is de huurovereenkomst ten aanzien van haar niet geëindigd (op 8 september 2016) bij haar vertrek uit de woning.

Dit is in dit geval naar het oordeel van het hof naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. X voert aan dat zij er alles aan heeft gedaan om te komen tot beëindiging van de huur, maar X heeft dit verweer naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd. X heeft haar vertrek uit de woning geruime tijd (in elk geval tot in december 2016) niet doorgegeven aan Woongoed. X heeft niet uitgelegd wanneer en hoe zij haar vertrek daarna wel heeft doorgegeven aan Woongoed. Uit niets blijkt dat Woongoed onredelijk lang heeft gewacht of onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, rekening houdend met het belang van X, om te komen tot ontruiming en ontbinding van de huurovereenkomst.

Het hof bekrachtigd vervolgens het bestreden vonnis.

Naschrift
De ex-huurder komt met diverse argumenten om onder de hoofdelijke aansprakelijkheid uit te komen. Dit zonder succes! De huurovereenkomst is immers door beiden ondertekend en daarmee is sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid. Bovendien is in de algemene voorwaarden een bepaling opgenomen op grond waarvan een eenzijdige opzegging van één van de huurders niet zomaar geaccepteerd hoeft te worden. Dit heeft natuurlijk alles te maken met het belang voor de corporatie dat de achterblijvende huurder over voldoende inkomen moet beschikken om de huur te kunnen betalen.
Bij een relatiebreuk is het overigens verstandig om alle overeenkomsten even te checken, want een relatiebreuk doorbreekt geen hoofdelijke aansprakelijkheid.

Meer informatie
Hof Den Bosch 28 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2000
Achtergrondinfo huurschulden