Zilveren Kruis gebruikt aanmelding CAK als drukmiddel voor verjaarde vordering

5 mei 2019 - Schuldinfo

Een schuld bij de zorgverzekeraar verjaart na een periode van vijf jaar. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er vijf jaar niet is afgelost en er geen aanmaning is verstuurd. De vordering bestaat dan nog wel, maar is niet meer afdwingbaar. Er resteert een natuurlijke verbintenis. Er kan bijvoorbeeld geen loonbeslag worden gelegd. Mocht je op deze vordering betalen dan heb je dat echter niet onverschuldigd gedaan. Je kunt het betaalde geld niet terugvorderen. Het Zilveren Kruis gebruikt de aanmelding bij het CAK als drukmiddel om een betalingsregeling af te dwingen. De Geschillencommissie van de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen oordeelt als volgt.


Wat vooraf ging
X heeft een achterstand bij Zilveren Kruis ad. € 3.633,60 die betrekking heeft op de periode 14 juli 2006 tot 1 december 2009. Het Zilveren Kruis heeft X met ingang van 1 april 2010 als wanbetaler aangemeld bij het toenmalige CVZ. Omdat de zorgverzekeraar de verjaring van de betreffende vordering niet tijdig heeft gestuit, is deze op 1 december 2014 verjaard.
X vraag de zorgverzekeraar om hem met terugwerkende kracht tot 1 december 2014 af te melden als wanbetaler bij het CAK. De zorgverzekeraar is hiertoe niet bereid. Het beleid van de zorgverzekeraar is dat verjaarde vorderingen niet worden kwijtgescholden, maar open blijven staan als natuurlijke verbintenis. De zorgverzekeraar leidt uit de Zorgverzekeringswet af dat een verzekerde afgemeld moet worden indien alle uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden zijn betaald of teniet zijn gegaan. De zorgverzekeraar is van mening dat ook een verjaarde vordering is te beschouwen als een vordering die voortvloeit uit de zorgverzekering.

Zilveren Kruis heeft aan X nog het voorstel gedaan om voor de openstaande vordering van € 3.633,60 een betalingsregeling af te spreken. Indien X gedurende 36 maanden een bedrag van € 75,– per maand betaalt, zal het restant (€ 933,60) worden kwijtgescholden. Met dit voorstel is X niet akkoord gegaan.

X heeft een klacht ingediend bij de Geschillencommissie van de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen. De geschillencommissie oordeelt als volgt:

Beoordeling
Een vordering als de onderhavige verjaart vijf jaren na het opeisbaar worden daarvan (artikel 3:307 BW). Dit is slechts anders indien de schuldeiser de verjaring tijdig heeft gestuit (artikel 3:317 BW). Vast staat dat de zorgverzekeraar de verjaring van de vordering van € 3.633,60 niet tijdig heeft gestuit. Anders dan verzoeker lijkt te veronderstellen, ontstaat door de verjaring voor de zorgverzekeraar geen verplichting de vordering kwijt te schelden. De verjaarde vordering blijft als een natuurlijke verbintenis bestaan en de zorgverzekeraar houdt onder andere zijn bevoegdheid tot verrekening (artikel 6:131 BW). Dit wordt de ‘zwakke werking’ van de verjaring genoemd. Het feit dat sprake is van een natuurlijke verbintenis maakt tevens dat indien verzoeker de vordering ooit alsnog zou voldoen, de betaling niet onverschuldigd geschiedt (en het bedrag zou moeten worden teruggestort). 

Kenmerk van een natuurlijke verbintenis is dat deze rechtens niet afdwingbaar is. Met dit laatste als uitgangspunt is het niet passend een aanmelding als wanbetaler bij het CAK in stand te laten. Indien dit namelijk wel het geval zou zijn, kan de betrokken verzekerde alleen worden afgemeld als ook de verjaarde vordering wordt voldaan. Daarmee wordt de aanmelding als wanbetaler bij het CAK oneigenlijk gebruikt. Dit geldt te meer omdat een verzekeraar op grond van artikel 34a, tweede lid, Zvw verplicht is inspanningen tot incasso te verrichten. Hierin is de zorgverzekeraar nalatig geweest, aangezien de verjaring van de vordering niet tijdig is gestuit. Denkbaar is dat een dergelijke nalatigheid alleen de zorgverzekeraar treft, in die zin dat het recht op de bijdrage vervalt. Naar verzoeker toe zou dit niet redelijk zijn. Hij zou dan – door middel van de hogere bestuursrechtelijke premie – moeten bijdragen aan de uitvoeringskosten van een compensatieregeling waarvan de zorgverzekeraar in zijn specifieke geval geen gebruik (meer) mag maken. 

Uit het voorgaande in samenhang met artikel 18d Zvw kan worden geconcludeerd dat de wetgever heeft beoogd te regelen dat indien alle opeisbare vorderingen zijn voldaan afmelding als wanbetaler plaatsvindt. Omdat een natuurlijke verbintenis niet is aan te merken als een opeisbare vordering en daarnaast geen sprake is van andere opeisbare vorderingen, kan de zorgverzekeraar de aanmelding van verzoeker als wanbetaler bij het CAK niet in stand houden. Om die reden dient de zorgverzekeraar verzoeker met terugwerkende kracht af te melden als wanbetaler bij het CAK. Dit tot de datum waarop het jongste deel van de vordering is verjaard. Niet in geschil is dat dit de premie voor de maand november 2009 is. De gehele vordering is daarom verjaard op 1 december 2014. De zorgverzekeraar dient verzoeker met terugwerkende kracht tot die datum af te melden als wanbetaler bij het CAK en de voor verzoeker hiermee gepaard gaande financiële gevolgen ongedaan te maken. Dit betekent dat de zorgverzekeraar verzoeker dient te vergoeden al hetgeen vanaf 1 december 2014 door of namens het CAK in het kader van de bestuursrechtelijke premieheffing als bedoeld in artikel 18d Zvw is geheven en (wordt) geïnd. Een en ander voorzover het CAK de bestuursrechtelijke premie niet restitueert. Daartegenover is verzoeker gehouden aan de zorgverzekeraar alsnog de nominale premie voor de zorgverzekering te voldoen – voor zover dat nog niet heeft plaatsgevonden – over de periode vanaf 1 december 2014. Immers, ingevolge artikel 16, tweede lid, onder b, Zvw is geen premie verschuldigd gedurende de periode dat een bestuursrechtelijke premie verschuldigd is.

Conclusie
Het voorgaande leidt ertoe dat het verzoek dient te worden toegewezen, in die zin dat de zorgverzekeraar gehouden is verzoeker met terugwerkende kracht tot 1 december 2014 af te melden als wanbetaler bij het CAK en de financiële gevolgen van de aanmelding ongedaan te maken, althans voor zover het CAK de betaalde bestuursrechtelijke premie niet restitueert.

Hardleers
Het Zilveren Kruis heeft de werkwijze nog niet aangepast zo blijkt uit de volgende brief die een klant op 24 april 2019 van LAVG heeft ontvangen.

Geachte heer/mevrouw

We hebben van onze opdrachtgever vernomen dat de vordering verjaard is. Echter zal het Zilveren Kruis de vordering niet afboeken. Mocht u zijn aangemeld bij het CAK, dan wordt u hier niet afgemeld. Om deze reden willen wij graag voor de openstaande vordering een betalingsregeling met u afspreken.

Gezien de hoogte van het openstaande saldo kunnen wij akkoord gaan met een minimale betalingsregeling van € 35 per maand. De betalingsregeling heb ik al voor u ingevoerd in ons systeem. In de bijlage treft u de bevestiging van de betalingsregeling.

Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Op basis van de uitspraak van de geschillencommissie kan in deze situatie om afmelding bij het CAK met terugwerkende kracht worden gevraagd en tevens om restitutie van de teveel betaalde premie.

Meer informatie
Bindend advies SKGZ 6 maart 2019, nr. 201801598
Achtergrondinfo verjaring
Achtergrondinfo zorgverzekering