Heeft een schuldeiser recht op medische informatie?

11 november 2018 - Schuldinfo

Bij een voorstel tot afkoop van schulden, willen schuldeisers doorgaans zicht hebben op de verdiencapaciteit van de schuldenaar. Is het aanbod het maximaal haalbare? Zou betrokkene misschien kunnen werken om zo meer af te lossen? De rechtbank Noord-Nederland heeft zich uitgelaten over de vraag of verwacht kan worden dat ook medische informatie aan de schuldeiser wordt verstrekt en of de AVG hiervoor een belemmering vormt.


   Foto: Tumisu


Wat vooraf ging

Betrokkenen hebben een totale schuldenlast van € 108.335,19 bij dertig concurrente
schuldeisers en één preferente schuldeiser. Eerder zijn ze toegelaten
tot de WSNP maar deze is in 2014 zonder schone lei beëindigd. Dit
betekent dat ze tien jaar lang hier niet meer voor in aanmerking kunnen
komen. Dit neemt niet weg dat een minnelijke regeling, zo nodig
afgedwongen door een dwangakkoord, wel mogelijk is.

Kredietbank
Nederland heeft een voorstel aan de schuldeisers gedaan waarbij de
concurrente schuldeisers 1,89% en aan de preferente schuldeisers 3,79%
van het bedrag van hun vordering zullen ontvangen. De kredietbank heeft
een toelichting gegeven op het betalingsvoorstel, waarin onder meer
wordt aangegeven dat voor verzoekers sprake is van medische
problematiek, zodat er geen reële kansen zijn op betaald werk. ABN heeft bij brief van 6 maart 2018 aangegeven niet akkoord te gaan omdat
volgens haar onder meer niet duidelijk is of het aanbod het maximaal
haalbare is.
De kredietbank heeft vervolgens namens betrokkenen om een dwangakkoord verzocht.

Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat het akkoord goed en betrouwbaar is
gedocumenteerd, voldoende transparant is en voldoende informatie bevat
voor ABN om haar standpunt te bepalen. Het financiële belang van ABN is
weliswaar groter dan dat van de overige schuldeisers (55,73% van de
totale schuldenlast), maar dat enkele feit is in de te maken
belangenafweging niet zonder meer doorslaggevend (vergelijk
ECLI:NL:RBROT:2018:4001). Volgens de rechtbank is voldoende aannemelijk
gemaakt dat het voorstel bij de huidige stand van zaken, al dan niet met toepassing van de WSNP op termijn, het maximaal haalbare is.

ABN heeft ter zitting kennis genomen van de medische achtergrond van
verzoekers en heeft verklaard dat de medische gegevens voldoende
aanleiding geven voor de conclusie dat verzoekers kennelijk onvoldoende
in staat zijn om meer spaarcapaciteit te genereren. ABN sluit niet uit
dat zij met het akkoord had ingestemd, als de kredietbank deze
informatie eerder aan hen had verstrekt. ABN kan zich dan ook niet
vinden in het standpunt van de kredietbank dat op grond van de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) geen medische gegevens zou mogen registreren en deze gegevens evenmin aan derden mag verstrekken.
ABN heeft de rechtbank verzocht of zij in haar beslissing wil ingaan op
deze kwestie.

Volgens de rechtbank is het boven redelijke
twijfel verheven dat aan de schuldeisers meer is aangeboden dan hetgeen
zij zonder akkoord, al dan niet met toepassing (op termijn) van de
wettelijke schuldsanering zouden kunnen krijgen. Afwijzing van het
verzoek zou bovendien de schuldeisers die reeds hebben ingestemd nadelig treffen in hun financiële belang. Aldus dient het belang van verzoekers en dat van de schuldeisers die reeds hebben ingestemd, zwaarder te
wegen dan het belang van ABN. De rechtbank acht dan ook voldoende termen aanwezig om ABN te bevelen mee te werken aan het door verzoekers
aangeboden akkoord, waarbij de rechtbank ook rekening houdt met het
belang van verzoekers, voor wie de WSNP geen optie is.

De rechtbank gaat vervolgens ten overvloede in op de Reikwijdte van de AVG

Reikwijdte AVG
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is medio mei 2016 in werking getreden en is vanaf 25 mei 2018 van
toepassing. Het uitgangspunt van de AVG is het transparantiebeginsel.
Dit beginsel dient in eerste instantie ter bescherming van een
natuurlijk persoon tegen onnodige opslag en verstrekking van zijn
persoonsgegevens door derden. De AVG zal in Nederland worden uitgevoerd
aan de hand van een uitvoeringswet (UAVG) welke eveneens met ingang van 25 mei 2018 van toepassing is verklaard.
Voorts heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie een handleiding
verstrekt ter bevordering van een juist begrip en toepassing van de AVG
en de UAVG. Als in de AVG wordt gesproken over bijzondere
persoonsgegevens wordt daarmee onder meer bedoeld medische gegevens van
een persoon. Op grond van artikel 9 van de AVG geldt in verband met het
verwerken van dergelijke gegevens in beginsel een verwerkingsverbod,
waarop echter krachtens artikel 22 van de UAVG een aantal uitzonderingen gelden:

a. de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de
verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde
doeleinden;
(………..)
d. de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;
(…………)
e. de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of
onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in
het kader van hun rechtsbevoegdheid.

Nu verzoekers de
kredietbank hebben voorzien van hun medische gegevens en de kredietbank
die gegevens aan de rechtbank heeft doorgestuurd, gaat de rechtbank
ervan uit dat verzoekers de kredietbank voor het verwerken en doorsturen van de medische gegevens kennelijk toestemming hebben gegeven. De
rechtbank gaat dan ook voorbij aan de stelling van de kredietbank dat
zij op grond van de AVG of de UAVG niet gerechtigd zou zijn tot
verwerking van medische gegevens. Dat kan immers worden afgeleid uit de
uitzondering van artikel 22 lid a van de UAVG. Uitgangspunt is daarbij
dat de gegevens alleen verwerkt mogen worden in welbepaalde,
uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doel of doelen, waarvoor
uitdrukkelijk toestemming van de schuldenaar gegeven moet zijn. Het
verstrekken van informatie aan derden zou opgevat kunnen worden als een
verruiming van het oorspronkelijke doel en dit is naar het oordeel van
de rechtbank verdedigbaar als de verruiming verenigbaar blijft met het
oorspronkelijke verzameldoel met het doel, waarover een schuldenaar met
de kredietbank wederom goede afspraken dient te maken. De rechtbank is
op grond van lid e van artikel 22 UAVG bevoegd tot registratie van deze
medische gegevens nu die registratie valt onder handelen in het kader
van haar rechtsbevoegdheid als bedoeld in dat artikel.

Of
kredietbank deze gegevens op haar beurt aan ABN mocht verstrekken wordt
in belangrijke mate beheerst door het volgende. Bij de totstandkoming
van artikel 287a Fw heeft de wetgever bepaald dat bij de te maken
belangenafweging een aantal omstandigheden een rol kunnen spelen. In
ieder geval drie omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank
leidend:

  • is het schikkingsvoorstel goed en betrouwbaar gedocumenteerd?
  • is voldoende duidelijk gemaakt dat het aanbod het uiterste is waartoe de schuldenaar financieel in staat moet worden geacht?
  • biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig uitzicht voor
    de schuldeiser: hoe groot is de kans dat de weigerende schuldeiser
    evenveel of meer zal ontvangen?

Weliswaar moet de kredietbank worden nagegeven dat behoedzaam met de privacybelangen moet worden omgesprongen, maar daar staat tegenover dat een schuldeiser, om zich in redelijkheid te kunnen beraden op een akkoord afhankelijk is van de informatie die haar door de kredietbank beschikbaar wordt gesteld. Een schuldeiser mag naar het oordeel van de rechtbank in dat verband rekenen op concrete informatie, te meer als die informatie dient ter onderbouwing van de stelling dat spaarcapaciteit geheel ontbreekt. Als de informatie een medisch karakter heeft, komt in beginsel het recht op privacy van een schuldenaar in het geding. Als een schuldenaar een akkoord wenst te treffen met zijn schuldeisers, dient een schuldenaar dan ook een persoonlijke afweging te maken of het belang bij een akkoord opweegt tegen zijn belang bij privacy. In zijn algemeenheid zal het niet noodzakelijk zijn dat een schuldenaar een volledig medisch dossier of een rapportage verstrekt. De enkele mededeling dat er medische beperkingen zijn die de arbeidscapaciteit bemoeilijken acht de rechtbank niet voldoende om een schuldeiser ervan te overtuigen dat het akkoord aantrekkelijk is. In eerste instantie zou de kredietbank (met toestemming van een schuldenaar) kunnen volstaan met de vermelding wat de aard van de beperking is, dat de beperking een structureel karakter heeft, hetgeen blijkt uit medische rapportage(s). Het dient een schuldeiser op zijn minst duidelijk te zijn dat de kredietbank haar inschatting baseert op beschikbare informatie die de kredietbank heeft ingezien, waaraan een schuldenaar de restrictie heeft opgelegd dat de kredietbank die informatie op grond van de AVG niet mag verspreiden aan een derde partij. Daarbij dient naar het oordeel van de rechtbank ook de hoogte van de vordering in aanmerking te worden genomen, waarbij beschouwd moet worden of het belang van een schuldeiser opweegt tegen het belang op privacy. De rechtbank wil benadrukken dat het een schuldenaar vrij staat zich op grond van de AVG en/of de UAVG te beroepen op zijn recht van privacy. Daar staat tegenover dat het ontbreken van medische gegevens gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de deugdelijkheid van het akkoord in het kader van de te maken belangenafweging.


Meer informatie

Rechtbank Noord-Nederland 25 september 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:3788
Achtergrondinformatie AVG