Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders juli t/m september 2018

5 november 2018 - Schuldinfo

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maanden juli t/m september 2018.


De Kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft in het derde kwartaal geen
uitspraken gepubliceerd. Dit keer alleen uitspraken van hof Amsterdam

Bankbeslag ondanks bekendheid met slechte financiële situatie
Vanwege de door klager aan de deurwaarder verstrekte informatie had de
deurwaarder kunnen weten dat het inkomen van klager bestond uit de
beslagvrije voet en er bij klager geen ruimte was voor een maandelijkse
betaling. De deurwaarder heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk
gemaakt dat er destijds aanleiding was om te veronderstellen dat de
bankrekening door andere inkomsten dan de uitkering en toeslagen van
klager werd gevoed of dat er nog andere inkomsten zouden zijn.
Het
hof is, evenals de kamer, van oordeel dat de deurwaarder dermate sterke
aanwijzingen had dat het door hem gelegde bankbeslag geen soelaas zou
bieden om tot verhaal van de vordering van zijn opdrachtgever te komen,
dat hij vanwege de daaraan voor klager verbonden kosten en overlast van
het leggen daarvan had behoren af te zien. Op het moment dat klager de
deurwaarder na het bankbeslag zijn bankafschriften deed toekomen en de
deurwaarder kennis had gekregen van het feit dat het bankbeslag slechts
doel had getroffen voor een bedrag ongeveer gelijk aan de overgemaakte
huurtoeslag, had de deurwaarder dus ook onmiddellijk tot opheffing van
het bankbeslag moeten overgaan.
De kamer heeft de deurwaarder de
maatregel van berisping opgelegd. Het hof bevestigt de bestreden
beslissing mbt de maatregel en veroordeelt de deurwaarder tot betaling
van het griffierecht (50,- euro) en de kosten van behandeling van de
klacht in hoger beroep (3.000,- euro). >>> Uitspraak

Geen beslagvrije voet toegepast bij bankbeslag
Het hof stelt voorop dat thans enkel de vraag voorligt of de deurwaarders
tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door op het bankbeslag geen beslagvrije voet toe te passen. Hoewel bij een bankbeslag in beginsel
geen rekening hoeft te worden gehouden met de beslagvrije voet, kan het
onder omstandigheden tuchtrechtelijk laakbaar zijn dat niet te doen.

Gelet op de hoogte van het bij het bankbeslag getroffen bedrag (vrijwel
gelijk aan de bijstandsuitkering van klaagster) alsmede gelet op de
inhoud van de door klaagster aan de deurwaarders verstrekte stukken over haar financiële situatie, hadden de deurwaarders naar het oordeel van
het hof onverwijld moeten overgaan tot toepassing van de beslagvrije
voet. Er was onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat de
beslagen bankrekening door andere inkomsten dan de bijstandsuitkering
van klaagster werd gevoed of dat er nog andere inkomsten zouden zijn.
Voor het bestaan van zwarte inkomsten uit de (reeds in 2014 uit het
handelsregister uitgeschreven) eenmanszaak was destijds geen, althans
onvoldoende bewijs. Door het niet toepassen van de beslagvrije voet op
het bankbeslag, hebben de deurwaarders naar het oordeel van het hof
tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
Gezien de ernst van het feit
is het hof van oordeel dat de maatregel van berisping passend en geboden is, zoals ook door de kamer opgelegd. >>>Uitspraak

Onjuist dwangbevel en incassotraject inzetten ondanks vordering was voldaan
De deurwaarder is tot betekening van een dwangbevel overgegaan, nadat
klager de onderliggende vordering reeds had voldaan. Bovendien is aan
klager een dwangbevel op naam van iemand anders betekend. Tevens staat
vast dat op telefoontjes en brieven van klager in het geheel niet of
onvoldoende inhoudelijk is gereageerd. Naar het oordeel van het hof had
de deurwaarder het incassotraject moeten beëindigen op het moment dat
hij van het CJIB had vernomen dat de hoofdsom aan het CJIB was voldaan
voordat hij met zijn werkzaamheden was aangevangen.
De deurwaarder
heeft het incassotraject echter steeds voortgezet, ondanks de meldingen
van klager, waarbij zelfs ten onrechte beslag is gelegd op de
zorgtoeslag van klager gedurende een periode van vijf maanden. Dat niet
alle brieven van klager door de deurwaarder zijn ontvangen, zoals de
deurwaarder heeft aangevoerd, maakt de handelwijze van de deurwaarder
niet minder verwijtbaar, aangezien klager in de brieven die blijkbaar
wel door de deurwaarder zijn ontvangen steeds heeft verwezen naar zijn
eerdere brieven. Ook het feit dat de kosten niet in rekening zijn
gebracht bij klager of de opdrachtgever en klager dus geen onnodige
kosten heeft hoeven vergoeden, zoals door de deurwaarder tevens is
aangevoerd, maakt zijn handelen c.q. nalaten niet minder laakbaar. Het
is bovendien aannemelijk dat klager door het ten onrechte gelegde beslag financieel nadeel heeft ondervonden dat niet is vergoed door het
uiteindelijk terugstorten van de ingehouden bedragen, zoals klager heeft gesteld. De klacht is, zoals ook de kamer heeft beslist, gegrond en het handelen van de deurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar.
Het hof legt
de maatregel van berisping met aanzegging op. De door de kamer opgelegde maatregel van geldboete acht het hof niet passend, nu niet is gebleken
dat de deurwaarder in deze zaak financieel voordeel heeft behaald of
beoogd. Voorts veroordeelt het hof de deurwaarder tot betaling van de
kosten van klager in hoger beroep (50,- euro) en de kosten van
behandeling van de klacht in hoger beroep (3.000,- euro). >>>Uitspraak

Meer informatie
Overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
Website tuchtrechtspraak