20 januari 2019 - Nibud

Weblog | 18 januari 2019

In januari is het voor mij weer de tijd dat ik samen met collega’s de Nibud koopkrachtcijfers uitwerk. En terwijl ik ermee bezig ben, vraag ik me af hoe dit er nu eigenlijk in mijn eigen portemonnee uitziet.

Ik zie vrij positieve cijfers, maar ik hoor ook al die geluiden over hogere lokale heffingen, hogere energiebelastingen, hogere ziektekostenpremies en de btw-verhoging. En die stijgingen liggen bijna allemaal hoger dan de inflatie van 2,4 procent waar het Nibud vanuit gaat. Uit de koopkrachtcijfers blijkt dat ik er een paar tientjes per maand op vooruit ga. Maar ik begrijp heel goed dat veel mensen niet het gevoel hebben dat ze er op vooruit gaan. Positieve koopkrachtcijfers en hogere uitgaven. Het klinkt ook tegenstrijdig. In deze blog leg ik uit hoe het precies zit.

Mijn uitgaven gaan omhoog

Het koopkrachtbedrag is de verandering van het inkomen min de verandering van de uitgaven. Het leven wordt duurder, ook mijn uitgaven gaan omhoog. In totaal ben ik zeker bijna 40 euro per maand meer kwijt en dan heb ik alleen nog maar gelet op de btw-verhoging, de lokale lasten, mijn ov-abonnement, de zorgverzekering en de energierekening.

Veel prijsstijgingen, waar ik vaak niet zoveel aan kan doen. Wel heb ik invloed op de hoogte van sommige uitgaven door op zoek te gaan naar goedkopere alternatieven. Ik zit bijvoorbeeld niet vast aan mijn energieaanbieder. Ik ben eens gaan kijken en ik blijk een contract met betere voorwaarden te kunnen afsluiten bij een andere aanbieder. Dus dat heb ik gedaan. Kortom, met overstappen en kiezen voor goedkope varianten van een product kan ik mijn uitgaven iets naar beneden brengen, maar aan vele prijsstijgingen ontkom ik niet.

Waarom ga ik er dan toch op vooruit volgens de koopkrachtplaatjes? Je uitgaven kan je zien als één groot boodschappenmandje waarin alle producten liggen waar je geld aan uitgeeft. Voeding, kleding, maar ook energie, afvalcontainers in de buurt en een zorgverzekering. Sommige van die producten worden flink duurder, andere producten stijgen minder hard of worden zelfs goedkoper, bijvoorbeeld de belasting op elektriciteit. Als je alle prijsveranderingen in dat mandje samenneemt, stijgen de uitgaven met gemiddeld 2,4 procent. Ik denk dat mijn uitgavenpatroon niet heel veel afwijkt van dat gemiddelde uitgavenpatroon, dus van die prijsstijging mag ik wel uitgaan.

Maar mijn inkomen stijgt ook

Maar bij de koopkracht gaat het niet alleen om de verandering van de uitgaven, ook de veranderingen in het inkomen zijn belangrijk. En over mijn inkomen heb ik het nog niet gehad. Dat gaat ook omhoog. Dat komt vooral doordat bijna alle belastingtarieven naar beneden gaan. Dat effect wordt versterkt doordat sommige heffingskortingen voor mij omhoog gaan, zoals de arbeidskorting. Ook gaat het eigen woningforfait omlaag, waardoor ik een minder hoog bedrag voor het bezit van een eigen woning moet optellen bij mijn inkomen. Tegelijk mag ik minder hypotheekrente aftrekken. Maar ik heb een lage hypotheek, dus die beleidsmaatregel heeft niet zoveel invloed op mijn inkomen.

Als mijn inkomen niet zou veranderen, kan ik dus 2,4 procent minder kopen in 2019 en ga ik er op achteruit. Maar mijn inkomen wordt hoger door de lastenverlichtingen die worden doorgevoerd. Dus prijsstijgingen van individuele producten kunnen harder stijgen dan de inflatie, zolang mijn inkomen meer toeneemt dan de uitgaven aan alle producten in mijn mandje bij elkaar, ga ik er toch die paar tientjes per maand op vooruit.

Meer weten?

Persbericht | 18 januari 2019

Een hogere energierekening, een hogere zorgpremie en een verhoging van de btw. Iedereen krijgt te maken met hogere uitgaven en toch hebben we in 2019 meer te besteden dan in 2018. Dit blijkt uit de nieuwste koopkrachtberekeningen van het Nibud.

Het Nibud heeft opnieuw alle veranderingen in de huishoudportemonnee voor 2019 in kaart gebracht en ziet koopkrachtveranderingen van -0,8 tot +2,7 procent. Van de 100 meest voorkomende voorbeeldhuishoudens gaan er slechts vier iets op achteruit. Alle andere huishoudens hebben dit jaar meer te besteden dan afgelopen jaar. Het instituut waarschuwt echter wel dat veel huishoudens daar nauwelijks iets van zullen merken omdat het geen enorme stijgingen zijn.

Stijging gemiddeld enkele tientjes per maand

Voor de meeste huishoudens stijgt de koopkracht met enkele tientjes per maand. Het Nibud ziet daarbij uitschieters naar boven en naar beneden. Er zijn huishoudens die er slechts enkele euro’s op vooruit gaan, een enkeling ziet zijn koopkracht met 131 euro per maand stijgen. Zowel de (cao-)lonen als de uitkeringen gaan omhoog. Voor een paar in de bijstand met twee kinderen is de koopkracht per maand 30 euro hoger dan in 2018.
In tegenstelling tot voorgaande jaren gaan nu vrijwel alle gepensioneerden met een aanvullend pensioen erop vooruit. Voor sommige gepensioneerden met een aanvullend pensioen is de stijging forser dan voor anderen. Zij hebben meer profijt van de gestegen ouderenkorting.

Vier van de honderd voorbeelden leveren in

De vier huishoudtypen die een koopkrachtdaling meemaken, gaan er tot 24 euro per maand op achteruit. Bij drie van deze huishoudtypen gaat het om tweeverdieners met kinderen, waarbij één van de partners minder verdient dan het minimumloon. Zij hebben last van een verandering in de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze belastingkorting is voor inkomens beneden het minimumloon verlaagd. Het vierde huishouden dat erop achteruit gaat betreft iemand met een prepensioenuitkering (jonger dan de AOW-leeftijd). Dit huishoudtype ondervindt nadeel van het achterwege blijven van de indexatie van de pensioenen en profiteert niet van de stijging van de AOW of de ouderenkorting, omdat daar (nog) geen recht op is.

Prijsstijgingen vallen meer op

Bij deze nieuwste koopkrachtberekeningen heeft het Nibud gerekend met een inflatiecijfer van 2,4 procent. In dit percentage zitten ook de btw-verhoging, de gemiddelde stijging van de lokale lasten en de hogere energierekening. Daarnaast gaat het Nibud uit van een gemiddelde verhoging van de lonen met 2,8 procent. Sommigen zien de loonstijging al direct in januari terug op hun loonstrook, anderen krijgen pas later dit jaar salarisverhoging of krijgen geen verhoging. Dit hangt onder meer af van de cao en de werkgever zelf.
Het Nibud begrijpt dat veel consumenten moeilijk kunnen geloven dat ze erop vooruitgaan. De hogere uitgaven zoals de gestegen zorgpremie en de hogere energierekening zijn sneller zichtbaar dan de inkomensstijgingen die deze hogere uitgaven compenseren. Directeur Arjan Vliegenthart: “Prijsstijgingen vallen meer op. Maar dit jaar dalen de inkomstenbelastingen en stijgen de brutolonen, de uitkeringen én de toeslagen. Hierdoor houden de meeste huishoudens meer geld over dan vorig jaar.”

Alleenstaande met modaal inkomen heeft 44 euro meer per maand

De koopkracht van een alleenstaande met een inkomen van 35.000 euro per jaar (modaal) stijgt met 2 procent. Dit huishouden houdt in 2019 gemiddeld 44 euro per maand meer over dan afgelopen jaar. De Koopkrachtberekenaar op nibud.nl laat zien dat het inkomen met bijna 98 euro stijgt. De gemiddelde uitgaven van dit huishouden stijgen met zo’n 53 euro, onder meer vanwege de hogere ziekenkostenpremie en andere hogere uitgaven zoals energiekosten en boodschappen.

Tweeverdieners rond 1,5 keer modaal met 2 kinderen 33 euro erop vooruit

Tweeverdieners met een inkomen rond 1,5 keer modaal (40.000 en 20.000 euro) en
2 kinderen gaan er afgerond 33 euro op vooruit. Een koopkrachtstijging van 0,7 procent. De Koopkrachtberekenaar laat zien dat hun nettolonen stijgen met 88 en 43 euro. En daarbij stijgt de kinderbijslag met 14 euro. Voor dit gezin stijgen de gemiddelde uitgaven met 112 euro per maand, eveneens vanwege de hogere ziektekostenpremie en de hogere uitgaven aan energie en boodschappen.

Nibud heeft Koopkrachtberekenaar aangepast

Koopkrachtcijfers laten zien hoeveel iemand gemiddeld te besteden heeft in vergelijking met het afgelopen jaar. Het Nibud berekent hoeveel het inkomen stijgt of daalt en haalt daar de gemiddelde uitgaven weer van af. Het Nibud benadrukt dat het om gemiddelden gaat en dat iedereen zelf op een rij kan zetten hoe de inkomsten en uitgaven voor hem of haar persoonlijk wijzigen. Om consumenten daarbij te ondersteunen heeft het Nibud de Koopkrachtberekenaar aangepast. Deze vernieuwde internettool laat zien hoe het inkomen en de uitgaven veranderen. Deze Koopkrachtberekenaar en het Nibud Persoonlijk Budgetadvies helpen mensen die willen weten waar hun geld blijft.

Voorbeeldberekeningen koopkrachtontwikkeling 2019

Persbericht | 7 januari 2019

Meer kinderen pinnen zelfstandig, maar gaan minder veilig met hun pincode om dan vijf jaar geleden. Dat blijkt uit het Kinderonderzoek 2018 van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

Zo is het percentage kinderen vanaf 10 jaar dat zelfstandig pint, gestegen van 17 naar 31 procent, maar het percentage dat de pincode uit het hoofd kent, is met 16 procent gedaald. Ouders weten bovendien minder zeker of hun kind veilig pint. In 2013 wist nog 90 procent van hen dat niemand kon meekijken als hun kind pinde, nu is dat 72 procent. Het Nibud vindt dit een zorgwekkende ontwikkeling. Veilig met geld kunnen omgaan is een vereiste voor het voorkomen van financiële problemen.

Pincode

Van de kinderen van 10 jaar en ouder heeft drie kwart een bankrekening. Bijna de helft van hen heeft geen pinpas, van de andere helft heeft bijna 40 procent de pas geactiveerd. De belangrijkste reden van ouders om kinderen niet te laten pinnen is dat ze nog te jong zijn. Het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen vanaf 10 jaar gaan leren pinnen omdat zij bijvoorbeeld op de middelbare school vaak al niets meer zonder pinpas kunnen kopen. Vanaf dat moment moeten zij zelfstandig en veilig met de pas kunnen omgaan.

Digitale geldzaken organiseren

Slechts 16 procent van de ouders kijkt samen met hun kind naar bij- en afschrijvingen. Bij kinderen van 10 jaar en ouder is dat meer: bijna een kwart.  Slechts 9 procent van de 10-plussers houdt uit zichzelf de afschrijvingen in de gaten. Het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen leren dat het kijken naar bij- en afschrijvingen hoort bij het hebben van een bankrekening. ‘Het helpt hen bij het leren overzicht te houden over hun inkomsten en uitgaven, iets wat onmisbaar is voor het in balans houden van je financiën. Hier ligt primair een rol voor de ouders en kunnen banken hen helpen door de gegevens voor kinderen toegankelijker te maken,’ zegt  Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. Nu hebben kinderen tussen 10 en 12 jaar nog weinig mogelijkheden om hun saldo online te checken.

Zakgeld

Net als in 2013 krijgt ook nu een derde van de kinderen geen zakgeld. Eén van de belangrijkste redenen om geen zakgeld te geven, is dat het kind geen eigen geld nodig heeft. Zakgeld kan voor kinderen echter een van de manieren zijn om zich spelenderwijs bewust te worden van de waarde van geld. Bijna 1 op de 10 ouders zegt geen geld te hebben om zakgeld te geven. Bij de kinderen van 10 jaar en ouder is dat bijna een vijfde.

Sparen

In het Kinderonderzoek ziet het Nibud dat kinderen van ouders die sparen belangrijk vinden vaker sparen dan kinderen met ouders die dat niet belangrijk vinden (62 tegen 52 procent). Kinderen die wel eens betaalde klusjes doen, maken vaker een spaarplan. Ruim een kwart van de ouders heeft nog nooit over het maken van een spaarplan nagedacht, vijf jaar geleden was dat nog een vijfde. Als onderdeel van de financiële opvoeding is het belangrijk dat kinderen leren dat het nodig is om geld opzij te zetten om grotere of onverwachte uitgaven te kunnen betalen.

Tabel zakgeldbedragen

Bron:
* Nibud Kinderonderzoek 2018
Leeftijd Zakgeldbedrag (per week) in €
5 jaar 0,50
6 jaar 1 – 1,40
7 jaar 1 – 2
8 jaar 1 – 2
9 jaar 1,10 – 2
10 jaar 2 – 2,30
11 jaar 2 – 2,30
12 jaar 2,30 – 3

Mobiele telefoon

In 2018 maken ouders eerder afspraken over wat het wel en niet mag doen met de telefoon dan over de kosten die aan het gebruik verbonden zijn. Kinderen hebben vaker dan in 2013 een abonnement in plaats van een prepaid kaart. 85 procent van de ouders neemt de kosten van het abonnement voor hun rekening. 35 procent van de kinderen heeft een mobiele telefoon, onder 10-plussers is dat bijna het dubbele: 66 procent. De mobiele telefoon is voor ouders een mooi gespreksonderwerp om kinderen te leren dat het nodig is om geld achter de hand te hebben voor het repareren of vervangen van onmisbare gebruiksvoorwerpen.

Niet met geld bezig

Het Nibud ziet dat een vijfde van de 10-plussers nog helemaal niet bezig is met geld. Dat is meer dan in 2013, toen was dat 16 procent. Onderzoek wijst echter keer op keer uit dat kinderen die van hun ouders leren hoe ze goed met geld om kunnen gaan, als volwassene minder kans op financiële problemen hebben. Goed met geld omgaan vraagt van consumenten dat zij eveneens uit de voeten kunnen met de alsmaar veranderende technologische toepassingen. ‘Ook als het gaat om financiële opvoeding, wordt op dat gebied een groot beroep op de ouders gedaan,’ aldus Vliegenthart.

Weblog | 8 januari 2019

Allereerst wil ik jullie het allerbeste voor 2019 wensen. Op een (financieel) gezond en gelukkig nieuw jaar! Ondanks dat 1 januari eigenlijk een dag als alle anderen is, motiveert een fris, nieuw jaar velen toch tot het maken van goede voornemens. Afvallen, sparen, sporten, het zijn de gebruikelijke voornemens die je veel hoort in deze tijd. Daarom is januari vaak een ontzettend drukke maand in de sportschool. Maar mijn sportschool heeft in 2019 één lid minder, want ik heb mijn abonnement opgezegd.

Ik hou van sporten. Dat is niet altijd zo geweest, maar zo rond 2009 raakte ik besmet met het sportvirus en sindsdien sport ik regelmatig. Hardlopen doe ik buiten, maar ook bij de sportschool kwam ik graag. Bodypump, pilates of yoga, ik volgde vooral groepslessen. Maar een sportschoolabonnement zoals het mijne, kostte me 40 euro per maand. En sinds ik bewust op mijn budget let, vroeg ik me steeds vaker af of ik dat bedrag niet liever wilde (be)sparen.

Gratis sporten en sportieve meevaller

Ik besloot me online te oriënteren op gratis sportprogramma’s. En die blijken er genoeg te zijn! Omdat ik al bijna 10 jaar regelmatig sport, ken ik de oefeningen goed. Het risico op blessures is daarom klein, want door ervaring ken ik de juiste houding voor de sporten die ik graag beoefen.

Op YouTube kun je hele verzamelingen aan krachttraining, yoga en andere sporten vinden. Duidelijk uitgelegd en helemaal gratis. Ook zijn er op Pinterest ontzettend veel trainingsschema’s met plaatjes en uitleg te downloaden, helemaal voor nop. De overvloed aan online work-outs trok me over de streep om mijn sportschoolabonnement op te zeggen. Daar kreeg ik nog een sportieve meevaller bij cadeau.

Op mijn sportschool dien je je opzegging fysiek aan de balie te doen. Zo geschiedde. De medewerker vroeg waarom ik mijn abonnement wilde opzeggen. Ik antwoordde eerlijk: uit budgetoverwegingen. Hij vroeg niet door, maar noteerde mijn reden in het systeem. Mijn abonnement zou in principe nog twee maanden doorlopen, dus ik verwachtte dat deze nog zouden worden afgeschreven.

Groot was dan ook mijn verbazing toen dit niet gebeurde. Toen ik belde om opheldering te vragen, vertelde de financiële afdeling dat ze, gezien mijn reden tot opzegging (budget), coulant wilden zijn en daarom per direct mijn abonnement hadden stopgezet. Sportieve meevaller!

Schrappen = besparen

In mijn eerdere blogs vertelde ik al dat ik geld bespaar door zelf lunch mee te brengen naar mijn werk. Maar ook onnodige impulsaankopen en gedachteloos shoppen zijn bijna volledig uit mijn systeem geschrapt. Daarnaast ben ik eens kritisch naar een aantal abonnementen gaan kijken en heb #geldvoornemens gemaakt om te besparen in 2019.

Mijn #geldvoornemens voor 2019

De afgelopen periode heb ik deze zaken volledig geschrapt of in kosten verlaagd.

  • Mijn mobiele telefoonabonnement omgezet naar een sim-only abonnement.
    Besparing? € 17 per maand.
  • Ons alles-in-een-abonnement voor televisie, vaste telefoon en internet omgezet naar alleen een internetabonnement.
    Besparing? € 30 per maand.

Bellen met de huistelefoon gebeurde sowieso al nooit (meer), maar ik was wel enigszins huiverig voor het opzeggen van de televisie. Wat blijkt? Ik mis er niets aan. Je kunt (bijna) alles online terugkijken.

  • Zoals genoemd, de sportschool volledig geschrapt.
    Besparing? € 40 per maand.
  • Vanaf 1 januari moeten we zelf het huis schoon houden, want de kosten voor een schoonmaakster hebben we ook geschrapt.
    Besparing? € 150 per maand.

Dit is eerlijk toegegeven de besparing waar ik persoonlijk het meest tegenop zie. Ik werk 32 uur per week, net zoals mijn partner. We hebben een druk gezinsleven, beiden hobby’s die tijd vragen (zoals bijvoorbeeld sporten) en dat betekent dat we ongeveer 4 uur per week aan vrije tijd inleveren om voortaan zelfs ons huis te poetsen.

Ik besef me uiteraard heel goed dat besparen door het schrappen van een schoonmaakster, uitgaat van de luxepositie überhaupt een schoonmaakster te (kunnen) betalen. Maar vanaf 2019 steek ik zelf de handen uit de mouwen. De besparing is me meer waard dan het opzien tegen de wekelijkse poetsbeurt. Zoals je in de #geldvoornemens-video van mijn Nibud-collega’s kunt zien, gebruik ik deze 150 euro per maand om extra af te lossen op onze hypotheek.

  • Niet meer naar de schoonheidssalon.
    Besparing? € 43 per maand.

Eveneens een besparing in de categorie luxe. Ik bezocht in 2018 regelmatig een schoonheidssalon voor bijvoorbeeld een pedicure of het laten verven van mijn wenkbrauwen. Na flink wat video’s bestuderen op YouTube en me inlezen op beautyblogs, voer ik deze behandelingen thuis zelf uit. Ik verf inmiddels niet alleen mijn eigen wenkbrauwen, maar ook de wenkbrauwen van twee vriendinnen. Eigenlijk is dat nog gezelliger dan een bezoekje aan de schoonheidssalon. Daarnaast heb ik besloten voortaan naar een budgetkapper te gaan, in plaats van naar een dure salon.

Besparen wordt sparen

De besparing op onze schoonmaakster gaat direct naar de aflossing op onze hypotheek. De rest van mijn #geldvoornemens levert een besparing op van 130 euro per maand. Dat bedrag gaat naar onze spaarrekening. Na mijn eerste bewust op budget-maand afgelopen september, lukte het ons om die maand 530 euro te sparen voor onze persoonlijke buffer. Ik kan inmiddels trots melden dat het sindsdien elke maand gelukt is eenzelfde bedrag opzij te zetten!

7 januari 2019 - Nibud

Weblog | 7 januari 2019

We zeggen het vaak: jong geleerd is oud gedaan. Hoe eerder je iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven. Uit het Nibud Kindonderzoek (2018) blijkt opnieuw hoe belangrijk het (jong) aanleren van financiële vaardigheden is. Ook als het gaat om de financiële opvoeding, wordt er een groeiend beroep op de ouders gedaan. Vooral omdat er steeds minder betalingen contant worden gedaan.

Mijn eerste rekening kreeg ik op mijn 15e. Het was halverwege de jaren ’80, de Postgiro was net de Postbank geworden en van pinautomaten hadden we nog nooit gehoord. Mijn vader opende voor mij een eigen girorekening, waarvan ik – in het begin – eigenlijk geen idee had wat ik ermee moest. Dat mijn zak- en kleedgeld er vanaf dat moment op werden gestort, veroorzaakte voor mij alleen maar een omweg om het geld in mijn portemonnee te krijgen: ik moest er nu 10 minuten voor naar het postkantoor fietsen, terwijl ik er eerder bij wijze van spreken niet eens mijn bed voor hoefde uit te komen. Een niet onbelangrijk gegeven in het leven van een puber.

Een eigen bankrekening voor je kind?

Mijn eigen kinderen wilde ik daarom liever niet te vroeg opzadelen met een bankrekening en de daarbij behorende rompslomp. Ik was hoogst verbaasd als ik om me heen hoorde dat kinderen van andere ouders al een rekening hadden op hun 10de of zelfs als ze nog jonger waren. ‘Nergens voor nodig,’ dacht ik dan zuinigjes. Wel mochten mijn kinderen voor me pinnen vanaf het moment dat ze dat konden. Voor later leek het me handig als ze alvast zouden weten hoe dat werkt. Dat je pincode geheim is en dat je moet opletten dat niemand meekijkt als je deze intoetst, omdat het pasje en de code net zo belangrijk zijn als het geld in je spaarpot. Daarvan wil je tenslotte ook niet dat een ander ermee vandoor gaat. Maar een eigen rekening zou later wel komen, als ze een jaar of 15 waren.

Toen mijn dochter in groep 8 één van de weinigen zonder bankpasje was, stelde ik de leeftijdsgrens noodgedwongen bij naar 12. Vooruit dan maar. Ze ging immers ook bijna naar de middelbare school en misschien was dat wel een goed moment. Ze was er blij mee, maar moest erg wennen aan het feit dat ze geld had, zonder dat ze dat vast kon houden. ‘Kan het niet gewoon weer contant’, riep ze een half jaar later uit, toen ik meldde dat ik opnieuw zakgeld naar haar had overgemaakt. ‘Dat vind ik veel makkelijker’. Zie je wel, dacht ik nog, ook 12 is nog veel te vroeg.

En nu is er het Nibud Kinderonderzoek 2018 waaruit blijkt dat 12 jaar helemaal niet te vroeg is voor het openen van een eigen bankrekening. Op hun 12e zijn er al zoveel momenten waarop kinderen niet meer contant kunnen betalen (bijvoorbeeld in de kantine op school of bij kleine middenstanders waar je uit veiligheidsoverwegingen alleen nog maar kunt pinnen) dat ouders hen al vanaf hun 10e jaar wegwijs moeten maken in de digitale financiële wereld. Zodat kinderen goed voorbereid zijn op een leven zonder contant geld en alles wat daarbij hoort: veilig met je pas en je pincode omgaan, regelmatig je saldo checken zodat je weet hoeveel je nog te besteden hebt en online je bij- en afschrijvingen controleren.

Geldzaken voor mij als kind en nu ik zelf moeder ben

Achteraf was in die tijd 15 jaar voor mij persoonlijk een prima leeftijd om kennis te maken met ontastbaar geld. Contant geld was de norm, het loon van mijn bijbaantje kreeg ik zo in mijn hand en het zou bovendien nog een paar jaar duren voor ik de wijde wereld in zou gaan. Mijn vader had zijn planning goed voor elkaar. Ikzelf als moeder anno nu had niet voorzien dat die wijde wereld voor mijn kinderen nu veel dichterbij is als destijds voor mij.

Mijn zoon wordt binnenkort 11 jaar. Hij zal een jaar eerder dan zijn zus de trotse bezitter zijn van een pasje waarmee hij zijn eigen aankopen zal betalen en meer tijd hebben om daarmee om te leren gaan. Gelukkig weten ze allebei wel al heel lang dat ze voorzichtig moeten zijn met hun digitale portemonnee. En wat betreft de ‘rompslomp’: daar ga ik vanaf nu hard mee aan de slag. Zodat het checken van hun saldo, het overmaken van geld en het lezen van bij- en afschrijvingen voor hen snel net zo vertrouwd zal zijn als het dat voor mij al jaren is.

27 december 2018 - Nibud

Weblog | 27 december 2018

Het nieuwe jaar staat voor de deur. Een mooi moment om terug te blikken: wat hebben we het afgelopen jaar gedaan en bereikt?

2018 was een bijzonder jaar vol prachtige projecten en producten, waar we met alle medewerkers binnen het Nibud met veel enthousiasme en plezier aan hebben gewerkt. We zijn dan ook trots op het resultaat en willen enkele hoogtepunten graag met u delen.

Ruim 2.000 consumenten gebruiken Nibud e-mailcoaching Bewaar

Minstens 40 procent van de Nederlanders heeft moeite om het overzicht over hun financiële administratie te bewaren. De ene rekening komt per e-mail binnen, de andere staat in de mijn-omgeving en de volgende wordt automatisch afgeschreven. Zowel jong als oud heeft moeite met het op orde houden van de administratie. Deze inzichten uit het Nibud-onderzoek Financiële administratie in een digitaal tijdperk hebben we direct kunnen toepassen in onze informatie en voorlichting.

Zo is de nieuwe Nibud vuistregel Bewaar gelanceerd, met als instrument een nieuw, gratis e-mailcoachingsprogramma voor consumenten. Ruim 2.000 consumenten maakten hiervan in 2018 gebruik. Deelnemers konden gedurende 8 weken chatten met Nibud-coaches Gea en Marion.

‘Van mijn kop in het zand naar overzicht’, zo beschreef één van de deelnemers haar ervaring met de e-mailcoaching Bewaar. ‘We zijn blij dat zoveel consumenten geholpen zijn met de e-mailcoaching Bewaar en met de bijbehorende mooie tool Nibud Bewaarwijzer’.
Marion Weijers, sr. adviseur budgetcoaching en voorlichting en Gea Schonewille, wetenschappelijk medewerker

Start Arjan Vliegenthart als nieuwe directeur

Arjan Vliegenthart is in 2018 gestart als directeur van het Nibud. Hij volgde Gerjoke Wilmink op, die hiervoor achttien jaar leiding gaf aan het Nibud. ‘Het is een raar, maar fijn gevoel: te beginnen aan een baan waar je veel zin in hebt en het gevoel te krijgen dat je nieuwe collega’s ook naar jouw komst hebben uitgekeken. Toch was dat een dominant gevoel bij mijn aantreden als directeur anderhalve maand geleden. Ik heb het dus erg getroffen óf mijn nieuwe collega’s zijn geweldige toneelspelers. We gaan het in 2019 merken’.

‘Wat me ook opviel was de geweldige kennis en inhoudelijke betrokkenheid van de organisatie. Er is passie met het werk en met de missie van het Nibud: iedereen in Nederland grip op zijn of haar geld laten krijgen. Ik kijk er ontzettend naar uit om daar in 2019 verder vorm en inhoud aan te geven.’
Arjan Vliegenthart, directeur-bestuurder

350.000 huishoudens ontvangen de Nibud-Geldkrant

Bij een recordaantal huishoudens, namelijk zo’n 350.000, viel dit jaar een Nibud-geldkrant op de mat, zowel in grotere als in kleinere gemeenten. ‘De kracht van de Geldkrant is dat het een hele makkelijke wegwijzer is voor inwoners van een gemeente en dat iedere gemeente, samen met het Nibud, een eigen editie van de Geldkrant kan maken’.
Anne-Mart Kuipers, adviseur communicatie

Liveblog studiereis Financieel gedrag

Voor de vierde keer organiseerde het Nibud, samen met APEP, de studiereis Financieel gedrag. Met een groep van circa 30 mensen uit het financieel bedrijfsleven, overheid en wetenschap, hebben we allerlei organisaties in Tallinn en Helsinki bezocht. Speciaal voor de thuisblijvers hielden de collega’s op studiereis voor het eerst in de Nibud-geschiedenis een liveblog bij.

‘Het was inspirerend om te ontdekken dat één digitale omgeving met één inlog om al je overheidszaken en financiële zaken te regelen wél kan. Tallinn liet ons zien dat het allemaal draait om vertrouwen. Tegelijkertijd word je tijdens zo’n reis bewust van de zaken die in Nederland heel goed zijn geregeld. Een maximale rente van 53% op leningen tot 2.000 euro in Finland verbazen wij ons over met ons maximum van 14%.’

‘In 2019 gaat de reis naar Dublin en belooft weer een mooie reis te worden. Wie gaat er mee?’
Minou van der Werf, sr. wetenschappelijk medewerker en Anna van der Schors, sr. wetenschappelijk medewerker

Meerjarig onderzoek naar financieel gedrag onder mbo-studenten

In 2018 heeft het Nibud de eerste meting gedaan in het meerjarig onderzoek naar financieel gedrag onder laatstejaars mbo-studenten. Het gaat om een langlopend onderzoek, waarbij ieder jaar dezelfde groep jongeren wordt gevolgd. We stellen onder andere vragen over hun financiële leven, hun keuzes en persoonlijke ontwikkelingen.

Na het mbo zal deze groep allerlei stappen maken, zoals gaan werken, starten met een vervolgopleiding of uit huis gaan en zelfstandig gaan wonen. Al deze keuzes hebben invloed op (het zelf regelen van) hun financiën. Dat is voor het Nibud uiteraard erg interessante kennis om het ontstaan van (mogelijke) schulden te kunnen voorkomen. Met dit onderzoek worden financiële valkuilen in kaart gebracht. Zo kunnen in de toekomst interventies worden ontwikkeld die beter aansluiten bij de behoeftes van de jongeren.

Het is voor het eerst dat het Nibud een dusdanig langlopend onderzoek doet.
Sanne Lamers, Sr. Wetenschappelijk medewerker

Nibud Congres 2018: Geld & Gedrag

Hoe voorkom je schulden? En wat is de kunst van het verleiden tot ander financieel gedrag? Dit en meer kwam aan bod op het Nibud Congres 2018, dat op 5 april 2018 in Utrecht plaatsvond.

Leuk detail: Arjan Vliegenthart was één van de keynote speakers op het congres als toenmalig wethouder van Amsterdam. Niemand wist op dat moment dat hij ruim een half jaar later als directeur bij het Nibud zou starten. Hoogleraar Financial Services Lisa Brüggen was juist een half jaar eerder toegetreden tot Raad van Toezicht van het Nibud en was zo enthousiast, dat zij haar onderzoeksresultaten op het gebied van pensioen presenteerde op het congres.

Meest gestelde vragen van consumenten

Veel consumenten weten ons iedere dag weer te vinden. Onze website wordt miljoenen keer per maand geraadpleegd, en ook telefonisch of per e-mail worden de meest uiteenlopende vragen over geldzaken gesteld. In 2018 zijn dit de drie onderwerpen waar consumenten het meest over belden:

  1. De tegemoetkomingen voor minderjarige scholieren (onder de 18 jaar) op het mbo;
  2. Steeds meer kinderen blijven lang(er) thuiswonen, dus ook het vragen van kostgeld is een populair onderwerp;
  3. Een onderwerp waar (helaas) ook veel informatie over wordt ingewonnen, is alimentatie.

Twee nieuwe tools voor inzicht in pensioen

Het Nibud voorziet in de toekomst een groeiende groep gepensioneerden die moeite heeft met rondkomen, en pleit in het onderzoeksrapport Rondkomen na pensionering, nu en in de toekomst, voor een verplichte pensioenopbouw voor alle werkenden.

Het is voor de consument een lastige opgave om vooruit te kijken en geld voor later apart te zetten. In 2018 hebben we twee tools ontwikkeld om mensen hierbij op weg te helpen.

Pensioenstarter – een laagdrempelige tool voor wie globaal wil checken hoe hij ervoor staat en of het nodig is om iets te regelen. Na een paar korte, simpele vragen over bijvoorbeeld leeftijd en werksituatie volgt een concreet advies voor actie: wat is nu slim om te doen.

Geldplan Pensioen – met deze tool maakt u een grondige inventarisatie van uw verwachte inkomen later, en gaat u na hoe u de risico’s op een tekort kunt beperken. Met dit praktische geldplan van Startpunt Geldzaken weet u zeker dat u niets vergeet.

Met zulke tools willen we mensen steeds beter over de drempel helpen om over later na te denken.
Anna van der Schors, Sr. wetenschappelijk medewerker

Rapport Financiële Problemen 2018

Schrikbarend weinig mensen met ernstige betalingsproblemen krijgen hulp bij het oplossen ervan. De helft van de huishoudens met ernstige betalingsproblemen- ruim 360.000 – zegt dat ze niet weten waar ze terecht kunnen. Het overgrote deel van hen – 285.000 huishoudens – denkt dat de problemen niet zo ernstig zijn dat zij daar hulp bij nodig hebben. Dit blijkt uit het onderzoek Financiële problemen dat het Nibud eind van het jaar uitbracht.

‘Veel media publiceerden naar aanleiding van ons rapport artikelen met een eigen insteek op hun eigen websites. Voor ons was de belangrijkste conclusie dat veel mensen met ernstige financiële problemen géén hulp vragen. Daarom doen we een oproep aan gemeenten, werkgevers en schuldeisers om nog meer en nog beter in te zetten op vroegsignalering en het aanbieden van hulp. We denken graag mee over, hoe met gebruik van inzichten uit gedragstheorie, we mensen het best naar hulp kunnen bewegen!’
Gea Schonewille, wetenschappelijker medewerker

‘Voor een tevreden betalende klant zorgen we samen’

Nibud-opleidingen heeft in 2018 een opleidingstraject uitgevoerd bij zorgverzekeraar VGZ. Er namen 45 medewerkers van de afdeling Creditmanagement aan deel. Het doel van de training was om het aantal VGZ-klanten in de bronheffing af te laten nemen. Bronheffing is de inhouding van zorgpremie op je salaris, als je de premie niet (meer) aan de zorgverzekeraar kunt voldoen.

‘Het Nibud ontwikkelde voor VGZ een training op maat. De medewerkers volgden de workshop Voor 1 dag arm, kregen huiswerkopdrachten, volgden twee dagdelen training en kregen tenslotte een opvolgtraject in de vorm van een e-mailcoaching. De training is buitengewoon goed ontvangen: de deelnemers waardeerden de training gemiddeld met een 8,4!’
Martine Broere, Business developer opleidingen

Onderzoek naar de armoedeval

Iedere gemeente kent het verschijnsel, of misschien zelfs wel de frustratie: uitstroom uit de bijstand naar (meer) werk, kan leiden tot een lager besteedbaar inkomen, omdat de betreffende persoon dan buiten de grenzen van de gemeentelijke (en landelijke) inkomensondersteuning valt. Een positieve ontwikkeling, want een client vindt een baan, maar met negatieve gevolgen: want het besteedbaar inkomen daalt. Een onwenselijke situatie, die wordt aangeduid met de term: armoedeval.

‘Valt hier iets aan te doen en aan welke knoppen moet de gemeente dan draaien? En is een gemeentelijke minimabeleid zónder armoedevallen ook per definitie een goed minimabeleid? De gemeenten Zoetermeer en Breda lieten dit door het Nibud onderzoeken en hebben zo beter inzicht gekregen in de effecten van hun inkomensondersteunende regelingen.’
Corinne van Gaalen, Sr. Wetenschappelijk medewerker

Fijne jaarwisseling en graag tot in 2019!

Samen met het voltallige Nibud-team zullen we ons in 2019 opnieuw inzetten om iedereen in Nederland grip op zijn of haar geld te laten krijgen. In 2019 helpen wij Nederlandse huishoudens al 40 jaar met het in balans krijgen en houden van hun financiën. En dat blijven we doen.

We wensen u een prettige jaarwisseling en een (financieel) gezond en gelukkig 2019!

Conclusie blijft hetzelfde – cijfers in berekening aangepast

Het Nibud heeft eind oktober in opdracht van de Eerste Kamerfractie van 50PLUS de koopkrachtontwikkelingen van werkenden en gepensioneerden tussen 2010 en 2019 op een rij gezet. Hiervoor heeft het instituut de situatie van 10 voorbeeldhuishoudens voor gepensioneerden en 10 voorbeeldhuishoudens voor werkenden doorberekend. De conclusie daarvan is dat gepensioneerden er minder op vooruit gaan dan werkenden.

Gebleken is dat bij de berekeningen enkele cijfers niet correct waren verwerkt en dat in het rapport de percentages met de loonontwikkeling niet bij het juiste jaartal werden weergegeven. Het Nibud heeft daarom een herberekening gemaakt. De conclusie is nog steeds hetzelfde.

Om verwarring te voorkomen is in de herberekening niet uitgegaan van de brutoloonstijging inclusief incidentele beloningen, maar van de stijging van het cao-loon, exclusief de incidentele loonstijging. Deze benadering sluit beter aan op eerdere berekeningen die het Nibud heeft gedaan, die meestal gaan over kortere perioden dan tien jaar. Daarnaast is de berekening bijgesteld, zodat er op de juiste manier rekening wordt gehouden met de verandering in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de periode 2010‑2019.

Het resultaat is dat de koopkrachtontwikkelingen van werkenden hoger uitvallen. De aanpassingen hebben geen invloed op de koopkrachtverandering van gepensioneerden.  Het verschil in koopkrachtverandering tussen werkenden en gepensioneerden is daardoor groter dan in eerste instantie was geconstateerd.

Klik hieronder door naar het rapport met de nieuwe berekeningen.

Het merendeel denkt geen hulp nodig te hebben

Persbericht | 10 december 2018

Schrikbarend weinig mensen met ernstige betalingsproblemen krijgen hulp bij het oplossen ervan. De helft van de huishoudens met ernstige betalingsproblemen- ruim 360.000 – zegt dat ze niet weten waar ze terecht kunnen. Het overgrote deel van hen – 285.000 huishoudens – denkt dat de problemen niet zo ernstig zijn dat zij daar hulp bij nodig hebben.

Dit is opvallend omdat ernstige betalingsproblemen doorgaans niet zijn op te lossen zonder professionele hulpverlening. Dit blijkt uit het rapport Financiële Problemen 2018 dat het Nibud maandag 10 december 2018 publiceert.

Het Nibud roept gemeenten op mensen met geldproblemen in een zo’n vroeg mogelijk stadium te helpen. Belangrijk is dat het voor iedereen duidelijk wordt dat mensen professionele hulp nodig hebben zodra ze achterlopen met het betalen van de huur of de hypotheek of bijvoorbeeld dreigen afgesloten te worden van energie.

34% van de mensen met ernstige betalingsproblemen krijgt geen hulp

1,5 miljoen huishoudens (21%) hebben betalingsproblemen. De ene helft heeft lichte problemen, de andere helft ernstige. Van hen krijgt 34 procent geen enkele hulp. Vooral om die laatste groep, ruim 240.000 huishoudens maakt het Nibud zich zorgen. ‘De problemen zijn dusdanig groot, dat zij er zonder hulp niet uit komen,’ aldus Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. ‘Dit zijn mensen bij wie bijvoorbeeld de energie is afgesloten, of waarbij beslag op het loon is gelegd. Als je bedenkt dat onder deze huishoudens ook veel alleenstaanden met kinderen zijn, begrijp je dat wij ons daar grote zorgen om maken. Zij verdienen het om zo snel mogelijk de hulp te krijgen die ze nodig hebben.’

Problemen verergeren

Het Nibud ziet in het onderzoek dat het type problemen ernstiger wordt. In 2009 had een enkeling te maken met het afsluiten van energie of het leggen van een loonbeslag. Inmiddels heeft 5 à 7 procent van alle huishoudens hiermee te maken. Ook groeit de groep huishoudens die de huur of hypotheek te laat betaalt, van 12 procent in 2012 naar 19 procent in 2018.


Figuur: Top 4 rekeningen te laat betaald (% huishoudens, meerdere antwoorden mogelijk)

Vroegsignalering: schadeverzekering is een belangrijk signaal

Uit het onderzoek blijkt dat de problemen echt ernstig zijn als mensen de schadeverzekering niet meer betalen. Daarom adviseert het Nibud dat verzekeraars meer gaan samenwerken met organisaties die zich bezighouden met vroegsignalering en schuldhulpverlening. Directeur Vliegenthart: ‘Geldproblemen zorgen voor zoveel stress binnen een huishouden dat we zo snel mogelijk moeten zien te voorkomen dat de problemen erger worden. Daarmee ondervangen we veel persoonlijke ellende, maar voorkomen we ook maatschappelijke kosten. En nu we zien dat mensen niet weten waar ze om hulp kunnen vragen, moet de hulp naar de mensen toe komen. Het is belangrijk dat meerdere partijen met een signalerende functie samen gaan werken.’

2,6 miljoen huishoudens komen moeilijk rond

Op dit moment hebben 2,6 miljoen huishoudens moeite met rondkomen. Dit aantal is gedaald, in 2015 kwam nog 45 procent moeilijk rond, nu 38 procent. Ook staan huishoudens minder vaak rood en wordt er minder geleend dan drie jaar geleden. Opvallend is daarom dat uit het Nibud onderzoek blijkt dat het aantal huishoudens met betalingsproblemen niet daalt. En dat het soort problemen lijkt te verergeren. Met name jongeren tot 35 jaar, alleenstaanden met kinderen en de hogere inkomensgroepen hebben relatief gezien het vaakst ernstige betalingsproblemen. Het is voor het eerst dat het Nibud ziet dat de hogere inkomens vaker ernstige betalingsproblemen hebben dan de andere inkomensgroepen.

Rood staan:

In 2015 stond de helft van de huishoudens nooit rood.
In 2018 staat 61 procent van de huishoudens nooit rood

Lenen:

In 2015 had 43 procent van de huishoudens een lening
In 2018 heeft 34 procent van de huishoudens een lening

Weblog | 10 december 2018

In drie maanden bewust op budget heb ik veel ontdekt over mijn uitgaven en koopgedrag. Een kwartaal mijn hand op de knip en ik realiseer me dat sommige gewoonten er niet alleen voor zorgen dat ik mijn spaardoelen voorheen niet haalde, maar dat er ook een bepaalde leegte of verveling zit achter dat ogenschijnlijk onschuldige shoppen.

Ik heb een bepaald rijtje webshops dat ik bezoek als ik me verveel. Gewoon, even rondneuzen om te zien wat er is. Ik denk dat ik in de helft van de gevallen iets koop. Leuke kleding voor de kleine, een boek dat nog op mijn leeslijst staat of een toffe rok, waar ook bijpassende laarzen bij horen. Ik sta daar eigenlijk niet zo bij stil.

Je zou denken dat ik er dus behoorlijk hip bij loop en een tevreden consument ben. Helaas: niets is minder waar. Mijn kledingkasten hangen (over)vol, maar toch pieker ik vaak over wat ik aan moet. Dus staan er iedere maand weer dozen van Zalando, H&M en Wehkamp in de gang. De bezorger kent me bij naam en ik hem ook. Ik bedoel maar.

Dit proces herhaalt zich al jaren. We leven in een maatschappij waarin winkelen een hobby is en met de opkomst van online shoppen is het nog makkelijker om je winkelmandje te vullen. Maar waarom winkel ik – net als veel anderen – zo graag? Wat is de daadwerkelijke behoefte achter mijn shopgedrag en waarom probeer ik deze met winkelen te vullen?

Zelf geld verdienen

Ik besluit terug te gaan naar mijn jeugd. Ik ben niet arm opgegroeid, maar rijk waren we niet. We hadden altijd te eten, een dak boven ons hoofd en ik heb een prima jeugd gehad, maar mijn ouders werkten hard om de eindjes aan elkaar te knopen. Soms lukte dat goed, maar soms ook net niet. Dat merk je als kind. Zorgen over geld of ergens niet aan mee kunnen doen, omdat er geen budget voor is, dat krijg je wel mee.

Dat neem ik hen niet kwalijk, maar een goed financieel voorbeeld heb ik daarom niet gehad. Dus toen ik zelf mijn eerste, zuurverdiende salaris kreeg, wilde ik dat eindelijk eens zorgeloos uitgeven. Merkkleding kopen, op vakantie naar Lloret de Mar, uit eten, ik genoot met volle teugen.

Geld uitgeven = genieten

Nu ik erop terugkijk, is dat duidelijk overcompensatie voor wat ik heb gemist. Op de een of andere manier vond ik dat genieten gelijk stond aan geld uitgeven. Jezelf trakteren op iets moois, leuks of lekkers, want dat had ik wel verdiend. Ik praatte mijn gedrag goed, want dit had ik immers allemaal gemist en nu ik het wél kon betalen, mocht ik eindelijk los.

Natuurlijk waren mijn middelen niet voldoende om alles te kopen wat mijn hartje begeerde. Maar ik deed goed mijn best om al het geld dat binnen kwam , direct weer uit te geven. Sparen? Geen moment stond er ook maar een stuiver op mijn spaarrekening. Je zou denken dat ik een keer verzadigd zou raken van al dat shoppen. Ik bedoel: op een gegeven moment heb je genoeg, toch? Je kledingkast is vol, je huis is ingericht en je kunt stoppen met uitgeven.

Consumeer, meer, meer

Helaas bleef er nog altijd veel meer te wensen over. Materialisme blijft knagen, hoeveel spullen je ook koopt. Ik fantaseerde over het perfecte plaatje, waar mijn aankopen aan zouden bijdragen. De rok zou ik dragen op een bepaalde afspraak, het boek zou ik lezen op vakantie en die nieuwe kleur nagellak zou fantastisch staan tijdens een avondje uit.

Kopen voor de perfecte versie van jezelf

Ik kocht spullen voor een perfecte versie van mijzelf: een ideaalbeeld. Maar de kleding zat me niet lekker en ik voelde me er niet comfortabel in, dus was het kastvulling: ongedragen en vaak nog met kaartjes eraan. Telkens als ik in mijn kast keek, was ik teleurgesteld. De perfecte outfit die ik nooit droeg. Boeken die ik niet las en accessoires waar ik geen raad mee wist .

Ik zou die spullen nooit met genoegen gaan dragen of gebruiken. Dus plezier beleefde ik eigenlijk niet aan mijn aankopen. En daarom kocht ik dan weer iets nieuws, dat was ik immers gewend. Op een gegeven moment zag ik door alle bomen het bos niet meer. Of beter gezegd: door alle zooi zie je niet wat echt waardevol is.

Consuminderen is hard werken

Bewust op budget gaan is in financieel opzicht misschien wel het beste dat ik in jaren heb gedaan. Eerlijk is eerlijk: het kost ontzettend veel moeite om los te komen van mijn gedachteloze koopdrang. Maar oefening baart kunst en het lukt me steeds beter om het achteloos consumeren en mijn materialisme los te laten.

Het is een worsteling, want er zijn ontiegelijk veel prikkels in onze maatschappij, die me (on)bewust smeken om te shoppen. Zoals de hoofdrolspeler in één van mijn favoriete films (vrij vertaald) zegt: ‘Marketing zorgt ervoor dat we spullen kopen die we niét nodig hebben, van geld dat we niét bezitten, om indruk te maken op mensen die we niét mogen‘, aldus Brad Pitt in Fight Club.

Geld en gedrag

Gepersonaliseerde reclames op social media, overgewaaide shopping trends (zoals Black Friday) en zoveel meer invloeden van de media: het is niet gek dat ik steeds vaker verleid word mijn portemonnee te trekken. En het werkt. Maar worden we echt gelukkig van al dat shoppen? Ik niet, zo merk ik na drie maanden consuminderen.

Ik heb al drie maanden geen kleding gekocht, geen schoenen geshopt en geen magazines of nagellak aangeschaft. Het is pittig om mijn ingesleten gedrag te veranderen, dat geef ik toe. Impulsaankopen zijn, zeker online, zo gedaan. Hoewel het wennen is, lukt het steeds beter. Dat geeft moed.

Ik voel me op een verrassende manier zelfs tevredener over mijn leven en wat ik wél heb. Blijkbaar heb ik niet altijd meer nodig om gelukkig(er) te zijn en draagt bewustzijn misschien wel meer bij aan geluk en tevredenheid dan shoppen. En zo wordt mijn derde bewust op budget-blog ineens een diepgaande blog vol zelfreflectie op mijn geld en gedrag. Maar dat psychologische principes invloed hebben op geld en gedrag wisten ze bij het Nibud natuurlijk allang ;-).

Tot een volgende maand, in het nieuwe jaar! In tegenstelling tot wat de meeste mensen doen op 1 januari, zeg ik mijn sportschoolabonnement juist op. En zo schrap ik budget-technisch meer goede voornemens. Maar daarover meer in 2019. Alvast fijne feestdagen en een (financieel) gezond en gelukkig nieuwjaar gewenst!

Lindsay

10 december 2018 - Nibud

Nieuwsbericht | 10 december 2018

Het aantal Nederlandse bloggers dat schrijft over budgetteren, (be)sparen en persoonlijke financiën groeit. Sommigen zijn accountant of journalist en bloggen vanuit hun achtergrond over financiën, anderen vinden het vanuit persoonlijke interesse leuk om te schrijven over geldzaken. Een aantal financiële bloggers besluit de Nibud-agenda te beoordelen en schrijven een review in blog-vorm.

‘Op reis door je persoonlijke financiën’

Blogger Adine van lekkerlevenmetminder.nl vindt onze agenda een combinatie van een agenda en kasboek tegelijk. ‘Het leuke aan deze agenda vind ik dat hij je als het ware meeneemt op een reis door je persoonlijke financiën. Je maakt niet alleen een jaarplanning, maar krijgt ook elke maand – en zelfs elke dag – weer een trigger om er iets mee te doen. Want je financiële zaken op orde krijgen draait niet alleen om iets bedenken, het gaat juist om de uitvoering’, aldus haar oordeel.

‘De uitleg die je overal in de agenda vindt is heel toegankelijk en zeker niet alleen voor mensen die al heel veel bezig zijn met personal finance. Het is eigenlijk een hele laagdrempelige manier om, zoals de agenda al zegt, grip te krijgen op je tijd en geld’. Je leest de volledige review van de Nibud-agenda op lekkerlevenmetminder.nl.

‘Slimme ondersteuning bij besparen’

Ook bespaarblogger Gierige Gerda van het gelijknamige blog schreef een artikel over de Nibud-agenda. ‘Elke maand wordt er een onderwerp aangesneden waar je wellicht meer grip op zou mogen krijgen, je moet jezelf een cijfer geven over hoe goed je omgaat met dingen als inkomsten, geldstress en vakantiegeld. Je zult dus niet alleen leren, maar misschien ook wel geconfronteerd worden met jezelf’, aldus Gierige Gerda.

‘Ik denk dat ik hem zelf actief ga gebruiken. Nu ik ben gaan samenwonen is mijn financiële situatie ook heel erg veranderd en ik denk dat een goed inzicht in deze situatie geen overbodige luxe zal zijn’, zo eindigt haar review van de Nibud-agenda 2019.

‘Je wordt herinnerd aan je geldafspraken’ en win een Nibud-agenda!

Blogger Nicole schrijft in haar review op blog thebudgetlife.nl: ‘Een leuk extraatje is de budgettip die elke week onder aan de pagina in de agenda wordt gegeven. Ook wordt er soms een vraag gesteld: ‘Hoe gaat het met de afspraak die je met jezelf hebt gemaakt op pagina…’? Zo word je continu herinnerd aan en gewezen op de geldafspraken die je met jezelf maakt.’ Op haar Instagram-pagina maak je bovendien kans om zelf een Nibud-agenda te winnen!

20 januari 2019 - Nibud

Weblog | 18 januari 2019

In januari is het voor mij weer de tijd dat ik samen met collega’s de Nibud koopkrachtcijfers uitwerk. En terwijl ik ermee bezig ben, vraag ik me af hoe dit er nu eigenlijk in mijn eigen portemonnee uitziet.

Ik zie vrij positieve cijfers, maar ik hoor ook al die geluiden over hogere lokale heffingen, hogere energiebelastingen, hogere ziektekostenpremies en de btw-verhoging. En die stijgingen liggen bijna allemaal hoger dan de inflatie van 2,4 procent waar het Nibud vanuit gaat. Uit de koopkrachtcijfers blijkt dat ik er een paar tientjes per maand op vooruit ga. Maar ik begrijp heel goed dat veel mensen niet het gevoel hebben dat ze er op vooruit gaan. Positieve koopkrachtcijfers en hogere uitgaven. Het klinkt ook tegenstrijdig. In deze blog leg ik uit hoe het precies zit.

Mijn uitgaven gaan omhoog

Het koopkrachtbedrag is de verandering van het inkomen min de verandering van de uitgaven. Het leven wordt duurder, ook mijn uitgaven gaan omhoog. In totaal ben ik zeker bijna 40 euro per maand meer kwijt en dan heb ik alleen nog maar gelet op de btw-verhoging, de lokale lasten, mijn ov-abonnement, de zorgverzekering en de energierekening.

Veel prijsstijgingen, waar ik vaak niet zoveel aan kan doen. Wel heb ik invloed op de hoogte van sommige uitgaven door op zoek te gaan naar goedkopere alternatieven. Ik zit bijvoorbeeld niet vast aan mijn energieaanbieder. Ik ben eens gaan kijken en ik blijk een contract met betere voorwaarden te kunnen afsluiten bij een andere aanbieder. Dus dat heb ik gedaan. Kortom, met overstappen en kiezen voor goedkope varianten van een product kan ik mijn uitgaven iets naar beneden brengen, maar aan vele prijsstijgingen ontkom ik niet.

Waarom ga ik er dan toch op vooruit volgens de koopkrachtplaatjes? Je uitgaven kan je zien als één groot boodschappenmandje waarin alle producten liggen waar je geld aan uitgeeft. Voeding, kleding, maar ook energie, afvalcontainers in de buurt en een zorgverzekering. Sommige van die producten worden flink duurder, andere producten stijgen minder hard of worden zelfs goedkoper, bijvoorbeeld de belasting op elektriciteit. Als je alle prijsveranderingen in dat mandje samenneemt, stijgen de uitgaven met gemiddeld 2,4 procent. Ik denk dat mijn uitgavenpatroon niet heel veel afwijkt van dat gemiddelde uitgavenpatroon, dus van die prijsstijging mag ik wel uitgaan.

Maar mijn inkomen stijgt ook

Maar bij de koopkracht gaat het niet alleen om de verandering van de uitgaven, ook de veranderingen in het inkomen zijn belangrijk. En over mijn inkomen heb ik het nog niet gehad. Dat gaat ook omhoog. Dat komt vooral doordat bijna alle belastingtarieven naar beneden gaan. Dat effect wordt versterkt doordat sommige heffingskortingen voor mij omhoog gaan, zoals de arbeidskorting. Ook gaat het eigen woningforfait omlaag, waardoor ik een minder hoog bedrag voor het bezit van een eigen woning moet optellen bij mijn inkomen. Tegelijk mag ik minder hypotheekrente aftrekken. Maar ik heb een lage hypotheek, dus die beleidsmaatregel heeft niet zoveel invloed op mijn inkomen.

Als mijn inkomen niet zou veranderen, kan ik dus 2,4 procent minder kopen in 2019 en ga ik er op achteruit. Maar mijn inkomen wordt hoger door de lastenverlichtingen die worden doorgevoerd. Dus prijsstijgingen van individuele producten kunnen harder stijgen dan de inflatie, zolang mijn inkomen meer toeneemt dan de uitgaven aan alle producten in mijn mandje bij elkaar, ga ik er toch die paar tientjes per maand op vooruit.

Meer weten?

Persbericht | 18 januari 2019

Een hogere energierekening, een hogere zorgpremie en een verhoging van de btw. Iedereen krijgt te maken met hogere uitgaven en toch hebben we in 2019 meer te besteden dan in 2018. Dit blijkt uit de nieuwste koopkrachtberekeningen van het Nibud.

Het Nibud heeft opnieuw alle veranderingen in de huishoudportemonnee voor 2019 in kaart gebracht en ziet koopkrachtveranderingen van -0,8 tot +2,7 procent. Van de 100 meest voorkomende voorbeeldhuishoudens gaan er slechts vier iets op achteruit. Alle andere huishoudens hebben dit jaar meer te besteden dan afgelopen jaar. Het instituut waarschuwt echter wel dat veel huishoudens daar nauwelijks iets van zullen merken omdat het geen enorme stijgingen zijn.

Stijging gemiddeld enkele tientjes per maand

Voor de meeste huishoudens stijgt de koopkracht met enkele tientjes per maand. Het Nibud ziet daarbij uitschieters naar boven en naar beneden. Er zijn huishoudens die er slechts enkele euro’s op vooruit gaan, een enkeling ziet zijn koopkracht met 131 euro per maand stijgen. Zowel de (cao-)lonen als de uitkeringen gaan omhoog. Voor een paar in de bijstand met twee kinderen is de koopkracht per maand 30 euro hoger dan in 2018.
In tegenstelling tot voorgaande jaren gaan nu vrijwel alle gepensioneerden met een aanvullend pensioen erop vooruit. Voor sommige gepensioneerden met een aanvullend pensioen is de stijging forser dan voor anderen. Zij hebben meer profijt van de gestegen ouderenkorting.

Vier van de honderd voorbeelden leveren in

De vier huishoudtypen die een koopkrachtdaling meemaken, gaan er tot 24 euro per maand op achteruit. Bij drie van deze huishoudtypen gaat het om tweeverdieners met kinderen, waarbij één van de partners minder verdient dan het minimumloon. Zij hebben last van een verandering in de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze belastingkorting is voor inkomens beneden het minimumloon verlaagd. Het vierde huishouden dat erop achteruit gaat betreft iemand met een prepensioenuitkering (jonger dan de AOW-leeftijd). Dit huishoudtype ondervindt nadeel van het achterwege blijven van de indexatie van de pensioenen en profiteert niet van de stijging van de AOW of de ouderenkorting, omdat daar (nog) geen recht op is.

Prijsstijgingen vallen meer op

Bij deze nieuwste koopkrachtberekeningen heeft het Nibud gerekend met een inflatiecijfer van 2,4 procent. In dit percentage zitten ook de btw-verhoging, de gemiddelde stijging van de lokale lasten en de hogere energierekening. Daarnaast gaat het Nibud uit van een gemiddelde verhoging van de lonen met 2,8 procent. Sommigen zien de loonstijging al direct in januari terug op hun loonstrook, anderen krijgen pas later dit jaar salarisverhoging of krijgen geen verhoging. Dit hangt onder meer af van de cao en de werkgever zelf.
Het Nibud begrijpt dat veel consumenten moeilijk kunnen geloven dat ze erop vooruitgaan. De hogere uitgaven zoals de gestegen zorgpremie en de hogere energierekening zijn sneller zichtbaar dan de inkomensstijgingen die deze hogere uitgaven compenseren. Directeur Arjan Vliegenthart: “Prijsstijgingen vallen meer op. Maar dit jaar dalen de inkomstenbelastingen en stijgen de brutolonen, de uitkeringen én de toeslagen. Hierdoor houden de meeste huishoudens meer geld over dan vorig jaar.”

Alleenstaande met modaal inkomen heeft 44 euro meer per maand

De koopkracht van een alleenstaande met een inkomen van 35.000 euro per jaar (modaal) stijgt met 2 procent. Dit huishouden houdt in 2019 gemiddeld 44 euro per maand meer over dan afgelopen jaar. De Koopkrachtberekenaar op nibud.nl laat zien dat het inkomen met bijna 98 euro stijgt. De gemiddelde uitgaven van dit huishouden stijgen met zo’n 53 euro, onder meer vanwege de hogere ziekenkostenpremie en andere hogere uitgaven zoals energiekosten en boodschappen.

Tweeverdieners rond 1,5 keer modaal met 2 kinderen 33 euro erop vooruit

Tweeverdieners met een inkomen rond 1,5 keer modaal (40.000 en 20.000 euro) en
2 kinderen gaan er afgerond 33 euro op vooruit. Een koopkrachtstijging van 0,7 procent. De Koopkrachtberekenaar laat zien dat hun nettolonen stijgen met 88 en 43 euro. En daarbij stijgt de kinderbijslag met 14 euro. Voor dit gezin stijgen de gemiddelde uitgaven met 112 euro per maand, eveneens vanwege de hogere ziektekostenpremie en de hogere uitgaven aan energie en boodschappen.

Nibud heeft Koopkrachtberekenaar aangepast

Koopkrachtcijfers laten zien hoeveel iemand gemiddeld te besteden heeft in vergelijking met het afgelopen jaar. Het Nibud berekent hoeveel het inkomen stijgt of daalt en haalt daar de gemiddelde uitgaven weer van af. Het Nibud benadrukt dat het om gemiddelden gaat en dat iedereen zelf op een rij kan zetten hoe de inkomsten en uitgaven voor hem of haar persoonlijk wijzigen. Om consumenten daarbij te ondersteunen heeft het Nibud de Koopkrachtberekenaar aangepast. Deze vernieuwde internettool laat zien hoe het inkomen en de uitgaven veranderen. Deze Koopkrachtberekenaar en het Nibud Persoonlijk Budgetadvies helpen mensen die willen weten waar hun geld blijft.

Voorbeeldberekeningen koopkrachtontwikkeling 2019

Persbericht | 7 januari 2019

Meer kinderen pinnen zelfstandig, maar gaan minder veilig met hun pincode om dan vijf jaar geleden. Dat blijkt uit het Kinderonderzoek 2018 van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

Zo is het percentage kinderen vanaf 10 jaar dat zelfstandig pint, gestegen van 17 naar 31 procent, maar het percentage dat de pincode uit het hoofd kent, is met 16 procent gedaald. Ouders weten bovendien minder zeker of hun kind veilig pint. In 2013 wist nog 90 procent van hen dat niemand kon meekijken als hun kind pinde, nu is dat 72 procent. Het Nibud vindt dit een zorgwekkende ontwikkeling. Veilig met geld kunnen omgaan is een vereiste voor het voorkomen van financiële problemen.

Pincode

Van de kinderen van 10 jaar en ouder heeft drie kwart een bankrekening. Bijna de helft van hen heeft geen pinpas, van de andere helft heeft bijna 40 procent de pas geactiveerd. De belangrijkste reden van ouders om kinderen niet te laten pinnen is dat ze nog te jong zijn. Het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen vanaf 10 jaar gaan leren pinnen omdat zij bijvoorbeeld op de middelbare school vaak al niets meer zonder pinpas kunnen kopen. Vanaf dat moment moeten zij zelfstandig en veilig met de pas kunnen omgaan.

Digitale geldzaken organiseren

Slechts 16 procent van de ouders kijkt samen met hun kind naar bij- en afschrijvingen. Bij kinderen van 10 jaar en ouder is dat meer: bijna een kwart.  Slechts 9 procent van de 10-plussers houdt uit zichzelf de afschrijvingen in de gaten. Het Nibud vindt het belangrijk dat kinderen leren dat het kijken naar bij- en afschrijvingen hoort bij het hebben van een bankrekening. ‘Het helpt hen bij het leren overzicht te houden over hun inkomsten en uitgaven, iets wat onmisbaar is voor het in balans houden van je financiën. Hier ligt primair een rol voor de ouders en kunnen banken hen helpen door de gegevens voor kinderen toegankelijker te maken,’ zegt  Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. Nu hebben kinderen tussen 10 en 12 jaar nog weinig mogelijkheden om hun saldo online te checken.

Zakgeld

Net als in 2013 krijgt ook nu een derde van de kinderen geen zakgeld. Eén van de belangrijkste redenen om geen zakgeld te geven, is dat het kind geen eigen geld nodig heeft. Zakgeld kan voor kinderen echter een van de manieren zijn om zich spelenderwijs bewust te worden van de waarde van geld. Bijna 1 op de 10 ouders zegt geen geld te hebben om zakgeld te geven. Bij de kinderen van 10 jaar en ouder is dat bijna een vijfde.

Sparen

In het Kinderonderzoek ziet het Nibud dat kinderen van ouders die sparen belangrijk vinden vaker sparen dan kinderen met ouders die dat niet belangrijk vinden (62 tegen 52 procent). Kinderen die wel eens betaalde klusjes doen, maken vaker een spaarplan. Ruim een kwart van de ouders heeft nog nooit over het maken van een spaarplan nagedacht, vijf jaar geleden was dat nog een vijfde. Als onderdeel van de financiële opvoeding is het belangrijk dat kinderen leren dat het nodig is om geld opzij te zetten om grotere of onverwachte uitgaven te kunnen betalen.

Tabel zakgeldbedragen

Bron:
* Nibud Kinderonderzoek 2018
Leeftijd Zakgeldbedrag (per week) in €
5 jaar 0,50
6 jaar 1 – 1,40
7 jaar 1 – 2
8 jaar 1 – 2
9 jaar 1,10 – 2
10 jaar 2 – 2,30
11 jaar 2 – 2,30
12 jaar 2,30 – 3

Mobiele telefoon

In 2018 maken ouders eerder afspraken over wat het wel en niet mag doen met de telefoon dan over de kosten die aan het gebruik verbonden zijn. Kinderen hebben vaker dan in 2013 een abonnement in plaats van een prepaid kaart. 85 procent van de ouders neemt de kosten van het abonnement voor hun rekening. 35 procent van de kinderen heeft een mobiele telefoon, onder 10-plussers is dat bijna het dubbele: 66 procent. De mobiele telefoon is voor ouders een mooi gespreksonderwerp om kinderen te leren dat het nodig is om geld achter de hand te hebben voor het repareren of vervangen van onmisbare gebruiksvoorwerpen.

Niet met geld bezig

Het Nibud ziet dat een vijfde van de 10-plussers nog helemaal niet bezig is met geld. Dat is meer dan in 2013, toen was dat 16 procent. Onderzoek wijst echter keer op keer uit dat kinderen die van hun ouders leren hoe ze goed met geld om kunnen gaan, als volwassene minder kans op financiële problemen hebben. Goed met geld omgaan vraagt van consumenten dat zij eveneens uit de voeten kunnen met de alsmaar veranderende technologische toepassingen. ‘Ook als het gaat om financiële opvoeding, wordt op dat gebied een groot beroep op de ouders gedaan,’ aldus Vliegenthart.

Weblog | 8 januari 2019

Allereerst wil ik jullie het allerbeste voor 2019 wensen. Op een (financieel) gezond en gelukkig nieuw jaar! Ondanks dat 1 januari eigenlijk een dag als alle anderen is, motiveert een fris, nieuw jaar velen toch tot het maken van goede voornemens. Afvallen, sparen, sporten, het zijn de gebruikelijke voornemens die je veel hoort in deze tijd. Daarom is januari vaak een ontzettend drukke maand in de sportschool. Maar mijn sportschool heeft in 2019 één lid minder, want ik heb mijn abonnement opgezegd.

Ik hou van sporten. Dat is niet altijd zo geweest, maar zo rond 2009 raakte ik besmet met het sportvirus en sindsdien sport ik regelmatig. Hardlopen doe ik buiten, maar ook bij de sportschool kwam ik graag. Bodypump, pilates of yoga, ik volgde vooral groepslessen. Maar een sportschoolabonnement zoals het mijne, kostte me 40 euro per maand. En sinds ik bewust op mijn budget let, vroeg ik me steeds vaker af of ik dat bedrag niet liever wilde (be)sparen.

Gratis sporten en sportieve meevaller

Ik besloot me online te oriënteren op gratis sportprogramma’s. En die blijken er genoeg te zijn! Omdat ik al bijna 10 jaar regelmatig sport, ken ik de oefeningen goed. Het risico op blessures is daarom klein, want door ervaring ken ik de juiste houding voor de sporten die ik graag beoefen.

Op YouTube kun je hele verzamelingen aan krachttraining, yoga en andere sporten vinden. Duidelijk uitgelegd en helemaal gratis. Ook zijn er op Pinterest ontzettend veel trainingsschema’s met plaatjes en uitleg te downloaden, helemaal voor nop. De overvloed aan online work-outs trok me over de streep om mijn sportschoolabonnement op te zeggen. Daar kreeg ik nog een sportieve meevaller bij cadeau.

Op mijn sportschool dien je je opzegging fysiek aan de balie te doen. Zo geschiedde. De medewerker vroeg waarom ik mijn abonnement wilde opzeggen. Ik antwoordde eerlijk: uit budgetoverwegingen. Hij vroeg niet door, maar noteerde mijn reden in het systeem. Mijn abonnement zou in principe nog twee maanden doorlopen, dus ik verwachtte dat deze nog zouden worden afgeschreven.

Groot was dan ook mijn verbazing toen dit niet gebeurde. Toen ik belde om opheldering te vragen, vertelde de financiële afdeling dat ze, gezien mijn reden tot opzegging (budget), coulant wilden zijn en daarom per direct mijn abonnement hadden stopgezet. Sportieve meevaller!

Schrappen = besparen

In mijn eerdere blogs vertelde ik al dat ik geld bespaar door zelf lunch mee te brengen naar mijn werk. Maar ook onnodige impulsaankopen en gedachteloos shoppen zijn bijna volledig uit mijn systeem geschrapt. Daarnaast ben ik eens kritisch naar een aantal abonnementen gaan kijken en heb #geldvoornemens gemaakt om te besparen in 2019.

Mijn #geldvoornemens voor 2019

De afgelopen periode heb ik deze zaken volledig geschrapt of in kosten verlaagd.

  • Mijn mobiele telefoonabonnement omgezet naar een sim-only abonnement.
    Besparing? € 17 per maand.
  • Ons alles-in-een-abonnement voor televisie, vaste telefoon en internet omgezet naar alleen een internetabonnement.
    Besparing? € 30 per maand.

Bellen met de huistelefoon gebeurde sowieso al nooit (meer), maar ik was wel enigszins huiverig voor het opzeggen van de televisie. Wat blijkt? Ik mis er niets aan. Je kunt (bijna) alles online terugkijken.

  • Zoals genoemd, de sportschool volledig geschrapt.
    Besparing? € 40 per maand.
  • Vanaf 1 januari moeten we zelf het huis schoon houden, want de kosten voor een schoonmaakster hebben we ook geschrapt.
    Besparing? € 150 per maand.

Dit is eerlijk toegegeven de besparing waar ik persoonlijk het meest tegenop zie. Ik werk 32 uur per week, net zoals mijn partner. We hebben een druk gezinsleven, beiden hobby’s die tijd vragen (zoals bijvoorbeeld sporten) en dat betekent dat we ongeveer 4 uur per week aan vrije tijd inleveren om voortaan zelfs ons huis te poetsen.

Ik besef me uiteraard heel goed dat besparen door het schrappen van een schoonmaakster, uitgaat van de luxepositie überhaupt een schoonmaakster te (kunnen) betalen. Maar vanaf 2019 steek ik zelf de handen uit de mouwen. De besparing is me meer waard dan het opzien tegen de wekelijkse poetsbeurt. Zoals je in de #geldvoornemens-video van mijn Nibud-collega’s kunt zien, gebruik ik deze 150 euro per maand om extra af te lossen op onze hypotheek.

  • Niet meer naar de schoonheidssalon.
    Besparing? € 43 per maand.

Eveneens een besparing in de categorie luxe. Ik bezocht in 2018 regelmatig een schoonheidssalon voor bijvoorbeeld een pedicure of het laten verven van mijn wenkbrauwen. Na flink wat video’s bestuderen op YouTube en me inlezen op beautyblogs, voer ik deze behandelingen thuis zelf uit. Ik verf inmiddels niet alleen mijn eigen wenkbrauwen, maar ook de wenkbrauwen van twee vriendinnen. Eigenlijk is dat nog gezelliger dan een bezoekje aan de schoonheidssalon. Daarnaast heb ik besloten voortaan naar een budgetkapper te gaan, in plaats van naar een dure salon.

Besparen wordt sparen

De besparing op onze schoonmaakster gaat direct naar de aflossing op onze hypotheek. De rest van mijn #geldvoornemens levert een besparing op van 130 euro per maand. Dat bedrag gaat naar onze spaarrekening. Na mijn eerste bewust op budget-maand afgelopen september, lukte het ons om die maand 530 euro te sparen voor onze persoonlijke buffer. Ik kan inmiddels trots melden dat het sindsdien elke maand gelukt is eenzelfde bedrag opzij te zetten!

7 januari 2019 - Nibud

Weblog | 7 januari 2019

We zeggen het vaak: jong geleerd is oud gedaan. Hoe eerder je iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven. Uit het Nibud Kindonderzoek (2018) blijkt opnieuw hoe belangrijk het (jong) aanleren van financiële vaardigheden is. Ook als het gaat om de financiële opvoeding, wordt er een groeiend beroep op de ouders gedaan. Vooral omdat er steeds minder betalingen contant worden gedaan.

Mijn eerste rekening kreeg ik op mijn 15e. Het was halverwege de jaren ’80, de Postgiro was net de Postbank geworden en van pinautomaten hadden we nog nooit gehoord. Mijn vader opende voor mij een eigen girorekening, waarvan ik – in het begin – eigenlijk geen idee had wat ik ermee moest. Dat mijn zak- en kleedgeld er vanaf dat moment op werden gestort, veroorzaakte voor mij alleen maar een omweg om het geld in mijn portemonnee te krijgen: ik moest er nu 10 minuten voor naar het postkantoor fietsen, terwijl ik er eerder bij wijze van spreken niet eens mijn bed voor hoefde uit te komen. Een niet onbelangrijk gegeven in het leven van een puber.

Een eigen bankrekening voor je kind?

Mijn eigen kinderen wilde ik daarom liever niet te vroeg opzadelen met een bankrekening en de daarbij behorende rompslomp. Ik was hoogst verbaasd als ik om me heen hoorde dat kinderen van andere ouders al een rekening hadden op hun 10de of zelfs als ze nog jonger waren. ‘Nergens voor nodig,’ dacht ik dan zuinigjes. Wel mochten mijn kinderen voor me pinnen vanaf het moment dat ze dat konden. Voor later leek het me handig als ze alvast zouden weten hoe dat werkt. Dat je pincode geheim is en dat je moet opletten dat niemand meekijkt als je deze intoetst, omdat het pasje en de code net zo belangrijk zijn als het geld in je spaarpot. Daarvan wil je tenslotte ook niet dat een ander ermee vandoor gaat. Maar een eigen rekening zou later wel komen, als ze een jaar of 15 waren.

Toen mijn dochter in groep 8 één van de weinigen zonder bankpasje was, stelde ik de leeftijdsgrens noodgedwongen bij naar 12. Vooruit dan maar. Ze ging immers ook bijna naar de middelbare school en misschien was dat wel een goed moment. Ze was er blij mee, maar moest erg wennen aan het feit dat ze geld had, zonder dat ze dat vast kon houden. ‘Kan het niet gewoon weer contant’, riep ze een half jaar later uit, toen ik meldde dat ik opnieuw zakgeld naar haar had overgemaakt. ‘Dat vind ik veel makkelijker’. Zie je wel, dacht ik nog, ook 12 is nog veel te vroeg.

En nu is er het Nibud Kinderonderzoek 2018 waaruit blijkt dat 12 jaar helemaal niet te vroeg is voor het openen van een eigen bankrekening. Op hun 12e zijn er al zoveel momenten waarop kinderen niet meer contant kunnen betalen (bijvoorbeeld in de kantine op school of bij kleine middenstanders waar je uit veiligheidsoverwegingen alleen nog maar kunt pinnen) dat ouders hen al vanaf hun 10e jaar wegwijs moeten maken in de digitale financiële wereld. Zodat kinderen goed voorbereid zijn op een leven zonder contant geld en alles wat daarbij hoort: veilig met je pas en je pincode omgaan, regelmatig je saldo checken zodat je weet hoeveel je nog te besteden hebt en online je bij- en afschrijvingen controleren.

Geldzaken voor mij als kind en nu ik zelf moeder ben

Achteraf was in die tijd 15 jaar voor mij persoonlijk een prima leeftijd om kennis te maken met ontastbaar geld. Contant geld was de norm, het loon van mijn bijbaantje kreeg ik zo in mijn hand en het zou bovendien nog een paar jaar duren voor ik de wijde wereld in zou gaan. Mijn vader had zijn planning goed voor elkaar. Ikzelf als moeder anno nu had niet voorzien dat die wijde wereld voor mijn kinderen nu veel dichterbij is als destijds voor mij.

Mijn zoon wordt binnenkort 11 jaar. Hij zal een jaar eerder dan zijn zus de trotse bezitter zijn van een pasje waarmee hij zijn eigen aankopen zal betalen en meer tijd hebben om daarmee om te leren gaan. Gelukkig weten ze allebei wel al heel lang dat ze voorzichtig moeten zijn met hun digitale portemonnee. En wat betreft de ‘rompslomp’: daar ga ik vanaf nu hard mee aan de slag. Zodat het checken van hun saldo, het overmaken van geld en het lezen van bij- en afschrijvingen voor hen snel net zo vertrouwd zal zijn als het dat voor mij al jaren is.

27 december 2018 - Nibud

Weblog | 27 december 2018

Het nieuwe jaar staat voor de deur. Een mooi moment om terug te blikken: wat hebben we het afgelopen jaar gedaan en bereikt?

2018 was een bijzonder jaar vol prachtige projecten en producten, waar we met alle medewerkers binnen het Nibud met veel enthousiasme en plezier aan hebben gewerkt. We zijn dan ook trots op het resultaat en willen enkele hoogtepunten graag met u delen.

Ruim 2.000 consumenten gebruiken Nibud e-mailcoaching Bewaar

Minstens 40 procent van de Nederlanders heeft moeite om het overzicht over hun financiële administratie te bewaren. De ene rekening komt per e-mail binnen, de andere staat in de mijn-omgeving en de volgende wordt automatisch afgeschreven. Zowel jong als oud heeft moeite met het op orde houden van de administratie. Deze inzichten uit het Nibud-onderzoek Financiële administratie in een digitaal tijdperk hebben we direct kunnen toepassen in onze informatie en voorlichting.

Zo is de nieuwe Nibud vuistregel Bewaar gelanceerd, met als instrument een nieuw, gratis e-mailcoachingsprogramma voor consumenten. Ruim 2.000 consumenten maakten hiervan in 2018 gebruik. Deelnemers konden gedurende 8 weken chatten met Nibud-coaches Gea en Marion.

‘Van mijn kop in het zand naar overzicht’, zo beschreef één van de deelnemers haar ervaring met de e-mailcoaching Bewaar. ‘We zijn blij dat zoveel consumenten geholpen zijn met de e-mailcoaching Bewaar en met de bijbehorende mooie tool Nibud Bewaarwijzer’.
Marion Weijers, sr. adviseur budgetcoaching en voorlichting en Gea Schonewille, wetenschappelijk medewerker

Start Arjan Vliegenthart als nieuwe directeur

Arjan Vliegenthart is in 2018 gestart als directeur van het Nibud. Hij volgde Gerjoke Wilmink op, die hiervoor achttien jaar leiding gaf aan het Nibud. ‘Het is een raar, maar fijn gevoel: te beginnen aan een baan waar je veel zin in hebt en het gevoel te krijgen dat je nieuwe collega’s ook naar jouw komst hebben uitgekeken. Toch was dat een dominant gevoel bij mijn aantreden als directeur anderhalve maand geleden. Ik heb het dus erg getroffen óf mijn nieuwe collega’s zijn geweldige toneelspelers. We gaan het in 2019 merken’.

‘Wat me ook opviel was de geweldige kennis en inhoudelijke betrokkenheid van de organisatie. Er is passie met het werk en met de missie van het Nibud: iedereen in Nederland grip op zijn of haar geld laten krijgen. Ik kijk er ontzettend naar uit om daar in 2019 verder vorm en inhoud aan te geven.’
Arjan Vliegenthart, directeur-bestuurder

350.000 huishoudens ontvangen de Nibud-Geldkrant

Bij een recordaantal huishoudens, namelijk zo’n 350.000, viel dit jaar een Nibud-geldkrant op de mat, zowel in grotere als in kleinere gemeenten. ‘De kracht van de Geldkrant is dat het een hele makkelijke wegwijzer is voor inwoners van een gemeente en dat iedere gemeente, samen met het Nibud, een eigen editie van de Geldkrant kan maken’.
Anne-Mart Kuipers, adviseur communicatie

Liveblog studiereis Financieel gedrag

Voor de vierde keer organiseerde het Nibud, samen met APEP, de studiereis Financieel gedrag. Met een groep van circa 30 mensen uit het financieel bedrijfsleven, overheid en wetenschap, hebben we allerlei organisaties in Tallinn en Helsinki bezocht. Speciaal voor de thuisblijvers hielden de collega’s op studiereis voor het eerst in de Nibud-geschiedenis een liveblog bij.

‘Het was inspirerend om te ontdekken dat één digitale omgeving met één inlog om al je overheidszaken en financiële zaken te regelen wél kan. Tallinn liet ons zien dat het allemaal draait om vertrouwen. Tegelijkertijd word je tijdens zo’n reis bewust van de zaken die in Nederland heel goed zijn geregeld. Een maximale rente van 53% op leningen tot 2.000 euro in Finland verbazen wij ons over met ons maximum van 14%.’

‘In 2019 gaat de reis naar Dublin en belooft weer een mooie reis te worden. Wie gaat er mee?’
Minou van der Werf, sr. wetenschappelijk medewerker en Anna van der Schors, sr. wetenschappelijk medewerker

Meerjarig onderzoek naar financieel gedrag onder mbo-studenten

In 2018 heeft het Nibud de eerste meting gedaan in het meerjarig onderzoek naar financieel gedrag onder laatstejaars mbo-studenten. Het gaat om een langlopend onderzoek, waarbij ieder jaar dezelfde groep jongeren wordt gevolgd. We stellen onder andere vragen over hun financiële leven, hun keuzes en persoonlijke ontwikkelingen.

Na het mbo zal deze groep allerlei stappen maken, zoals gaan werken, starten met een vervolgopleiding of uit huis gaan en zelfstandig gaan wonen. Al deze keuzes hebben invloed op (het zelf regelen van) hun financiën. Dat is voor het Nibud uiteraard erg interessante kennis om het ontstaan van (mogelijke) schulden te kunnen voorkomen. Met dit onderzoek worden financiële valkuilen in kaart gebracht. Zo kunnen in de toekomst interventies worden ontwikkeld die beter aansluiten bij de behoeftes van de jongeren.

Het is voor het eerst dat het Nibud een dusdanig langlopend onderzoek doet.
Sanne Lamers, Sr. Wetenschappelijk medewerker

Nibud Congres 2018: Geld & Gedrag

Hoe voorkom je schulden? En wat is de kunst van het verleiden tot ander financieel gedrag? Dit en meer kwam aan bod op het Nibud Congres 2018, dat op 5 april 2018 in Utrecht plaatsvond.

Leuk detail: Arjan Vliegenthart was één van de keynote speakers op het congres als toenmalig wethouder van Amsterdam. Niemand wist op dat moment dat hij ruim een half jaar later als directeur bij het Nibud zou starten. Hoogleraar Financial Services Lisa Brüggen was juist een half jaar eerder toegetreden tot Raad van Toezicht van het Nibud en was zo enthousiast, dat zij haar onderzoeksresultaten op het gebied van pensioen presenteerde op het congres.

Meest gestelde vragen van consumenten

Veel consumenten weten ons iedere dag weer te vinden. Onze website wordt miljoenen keer per maand geraadpleegd, en ook telefonisch of per e-mail worden de meest uiteenlopende vragen over geldzaken gesteld. In 2018 zijn dit de drie onderwerpen waar consumenten het meest over belden:

  1. De tegemoetkomingen voor minderjarige scholieren (onder de 18 jaar) op het mbo;
  2. Steeds meer kinderen blijven lang(er) thuiswonen, dus ook het vragen van kostgeld is een populair onderwerp;
  3. Een onderwerp waar (helaas) ook veel informatie over wordt ingewonnen, is alimentatie.

Twee nieuwe tools voor inzicht in pensioen

Het Nibud voorziet in de toekomst een groeiende groep gepensioneerden die moeite heeft met rondkomen, en pleit in het onderzoeksrapport Rondkomen na pensionering, nu en in de toekomst, voor een verplichte pensioenopbouw voor alle werkenden.

Het is voor de consument een lastige opgave om vooruit te kijken en geld voor later apart te zetten. In 2018 hebben we twee tools ontwikkeld om mensen hierbij op weg te helpen.

Pensioenstarter – een laagdrempelige tool voor wie globaal wil checken hoe hij ervoor staat en of het nodig is om iets te regelen. Na een paar korte, simpele vragen over bijvoorbeeld leeftijd en werksituatie volgt een concreet advies voor actie: wat is nu slim om te doen.

Geldplan Pensioen – met deze tool maakt u een grondige inventarisatie van uw verwachte inkomen later, en gaat u na hoe u de risico’s op een tekort kunt beperken. Met dit praktische geldplan van Startpunt Geldzaken weet u zeker dat u niets vergeet.

Met zulke tools willen we mensen steeds beter over de drempel helpen om over later na te denken.
Anna van der Schors, Sr. wetenschappelijk medewerker

Rapport Financiële Problemen 2018

Schrikbarend weinig mensen met ernstige betalingsproblemen krijgen hulp bij het oplossen ervan. De helft van de huishoudens met ernstige betalingsproblemen- ruim 360.000 – zegt dat ze niet weten waar ze terecht kunnen. Het overgrote deel van hen – 285.000 huishoudens – denkt dat de problemen niet zo ernstig zijn dat zij daar hulp bij nodig hebben. Dit blijkt uit het onderzoek Financiële problemen dat het Nibud eind van het jaar uitbracht.

‘Veel media publiceerden naar aanleiding van ons rapport artikelen met een eigen insteek op hun eigen websites. Voor ons was de belangrijkste conclusie dat veel mensen met ernstige financiële problemen géén hulp vragen. Daarom doen we een oproep aan gemeenten, werkgevers en schuldeisers om nog meer en nog beter in te zetten op vroegsignalering en het aanbieden van hulp. We denken graag mee over, hoe met gebruik van inzichten uit gedragstheorie, we mensen het best naar hulp kunnen bewegen!’
Gea Schonewille, wetenschappelijker medewerker

‘Voor een tevreden betalende klant zorgen we samen’

Nibud-opleidingen heeft in 2018 een opleidingstraject uitgevoerd bij zorgverzekeraar VGZ. Er namen 45 medewerkers van de afdeling Creditmanagement aan deel. Het doel van de training was om het aantal VGZ-klanten in de bronheffing af te laten nemen. Bronheffing is de inhouding van zorgpremie op je salaris, als je de premie niet (meer) aan de zorgverzekeraar kunt voldoen.

‘Het Nibud ontwikkelde voor VGZ een training op maat. De medewerkers volgden de workshop Voor 1 dag arm, kregen huiswerkopdrachten, volgden twee dagdelen training en kregen tenslotte een opvolgtraject in de vorm van een e-mailcoaching. De training is buitengewoon goed ontvangen: de deelnemers waardeerden de training gemiddeld met een 8,4!’
Martine Broere, Business developer opleidingen

Onderzoek naar de armoedeval

Iedere gemeente kent het verschijnsel, of misschien zelfs wel de frustratie: uitstroom uit de bijstand naar (meer) werk, kan leiden tot een lager besteedbaar inkomen, omdat de betreffende persoon dan buiten de grenzen van de gemeentelijke (en landelijke) inkomensondersteuning valt. Een positieve ontwikkeling, want een client vindt een baan, maar met negatieve gevolgen: want het besteedbaar inkomen daalt. Een onwenselijke situatie, die wordt aangeduid met de term: armoedeval.

‘Valt hier iets aan te doen en aan welke knoppen moet de gemeente dan draaien? En is een gemeentelijke minimabeleid zónder armoedevallen ook per definitie een goed minimabeleid? De gemeenten Zoetermeer en Breda lieten dit door het Nibud onderzoeken en hebben zo beter inzicht gekregen in de effecten van hun inkomensondersteunende regelingen.’
Corinne van Gaalen, Sr. Wetenschappelijk medewerker

Fijne jaarwisseling en graag tot in 2019!

Samen met het voltallige Nibud-team zullen we ons in 2019 opnieuw inzetten om iedereen in Nederland grip op zijn of haar geld te laten krijgen. In 2019 helpen wij Nederlandse huishoudens al 40 jaar met het in balans krijgen en houden van hun financiën. En dat blijven we doen.

We wensen u een prettige jaarwisseling en een (financieel) gezond en gelukkig 2019!

Conclusie blijft hetzelfde – cijfers in berekening aangepast

Het Nibud heeft eind oktober in opdracht van de Eerste Kamerfractie van 50PLUS de koopkrachtontwikkelingen van werkenden en gepensioneerden tussen 2010 en 2019 op een rij gezet. Hiervoor heeft het instituut de situatie van 10 voorbeeldhuishoudens voor gepensioneerden en 10 voorbeeldhuishoudens voor werkenden doorberekend. De conclusie daarvan is dat gepensioneerden er minder op vooruit gaan dan werkenden.

Gebleken is dat bij de berekeningen enkele cijfers niet correct waren verwerkt en dat in het rapport de percentages met de loonontwikkeling niet bij het juiste jaartal werden weergegeven. Het Nibud heeft daarom een herberekening gemaakt. De conclusie is nog steeds hetzelfde.

Om verwarring te voorkomen is in de herberekening niet uitgegaan van de brutoloonstijging inclusief incidentele beloningen, maar van de stijging van het cao-loon, exclusief de incidentele loonstijging. Deze benadering sluit beter aan op eerdere berekeningen die het Nibud heeft gedaan, die meestal gaan over kortere perioden dan tien jaar. Daarnaast is de berekening bijgesteld, zodat er op de juiste manier rekening wordt gehouden met de verandering in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de periode 2010‑2019.

Het resultaat is dat de koopkrachtontwikkelingen van werkenden hoger uitvallen. De aanpassingen hebben geen invloed op de koopkrachtverandering van gepensioneerden.  Het verschil in koopkrachtverandering tussen werkenden en gepensioneerden is daardoor groter dan in eerste instantie was geconstateerd.

Klik hieronder door naar het rapport met de nieuwe berekeningen.

Het merendeel denkt geen hulp nodig te hebben

Persbericht | 10 december 2018

Schrikbarend weinig mensen met ernstige betalingsproblemen krijgen hulp bij het oplossen ervan. De helft van de huishoudens met ernstige betalingsproblemen- ruim 360.000 – zegt dat ze niet weten waar ze terecht kunnen. Het overgrote deel van hen – 285.000 huishoudens – denkt dat de problemen niet zo ernstig zijn dat zij daar hulp bij nodig hebben.

Dit is opvallend omdat ernstige betalingsproblemen doorgaans niet zijn op te lossen zonder professionele hulpverlening. Dit blijkt uit het rapport Financiële Problemen 2018 dat het Nibud maandag 10 december 2018 publiceert.

Het Nibud roept gemeenten op mensen met geldproblemen in een zo’n vroeg mogelijk stadium te helpen. Belangrijk is dat het voor iedereen duidelijk wordt dat mensen professionele hulp nodig hebben zodra ze achterlopen met het betalen van de huur of de hypotheek of bijvoorbeeld dreigen afgesloten te worden van energie.

34% van de mensen met ernstige betalingsproblemen krijgt geen hulp

1,5 miljoen huishoudens (21%) hebben betalingsproblemen. De ene helft heeft lichte problemen, de andere helft ernstige. Van hen krijgt 34 procent geen enkele hulp. Vooral om die laatste groep, ruim 240.000 huishoudens maakt het Nibud zich zorgen. ‘De problemen zijn dusdanig groot, dat zij er zonder hulp niet uit komen,’ aldus Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. ‘Dit zijn mensen bij wie bijvoorbeeld de energie is afgesloten, of waarbij beslag op het loon is gelegd. Als je bedenkt dat onder deze huishoudens ook veel alleenstaanden met kinderen zijn, begrijp je dat wij ons daar grote zorgen om maken. Zij verdienen het om zo snel mogelijk de hulp te krijgen die ze nodig hebben.’

Problemen verergeren

Het Nibud ziet in het onderzoek dat het type problemen ernstiger wordt. In 2009 had een enkeling te maken met het afsluiten van energie of het leggen van een loonbeslag. Inmiddels heeft 5 à 7 procent van alle huishoudens hiermee te maken. Ook groeit de groep huishoudens die de huur of hypotheek te laat betaalt, van 12 procent in 2012 naar 19 procent in 2018.


Figuur: Top 4 rekeningen te laat betaald (% huishoudens, meerdere antwoorden mogelijk)

Vroegsignalering: schadeverzekering is een belangrijk signaal

Uit het onderzoek blijkt dat de problemen echt ernstig zijn als mensen de schadeverzekering niet meer betalen. Daarom adviseert het Nibud dat verzekeraars meer gaan samenwerken met organisaties die zich bezighouden met vroegsignalering en schuldhulpverlening. Directeur Vliegenthart: ‘Geldproblemen zorgen voor zoveel stress binnen een huishouden dat we zo snel mogelijk moeten zien te voorkomen dat de problemen erger worden. Daarmee ondervangen we veel persoonlijke ellende, maar voorkomen we ook maatschappelijke kosten. En nu we zien dat mensen niet weten waar ze om hulp kunnen vragen, moet de hulp naar de mensen toe komen. Het is belangrijk dat meerdere partijen met een signalerende functie samen gaan werken.’

2,6 miljoen huishoudens komen moeilijk rond

Op dit moment hebben 2,6 miljoen huishoudens moeite met rondkomen. Dit aantal is gedaald, in 2015 kwam nog 45 procent moeilijk rond, nu 38 procent. Ook staan huishoudens minder vaak rood en wordt er minder geleend dan drie jaar geleden. Opvallend is daarom dat uit het Nibud onderzoek blijkt dat het aantal huishoudens met betalingsproblemen niet daalt. En dat het soort problemen lijkt te verergeren. Met name jongeren tot 35 jaar, alleenstaanden met kinderen en de hogere inkomensgroepen hebben relatief gezien het vaakst ernstige betalingsproblemen. Het is voor het eerst dat het Nibud ziet dat de hogere inkomens vaker ernstige betalingsproblemen hebben dan de andere inkomensgroepen.

Rood staan:

In 2015 stond de helft van de huishoudens nooit rood.
In 2018 staat 61 procent van de huishoudens nooit rood

Lenen:

In 2015 had 43 procent van de huishoudens een lening
In 2018 heeft 34 procent van de huishoudens een lening

Weblog | 10 december 2018

In drie maanden bewust op budget heb ik veel ontdekt over mijn uitgaven en koopgedrag. Een kwartaal mijn hand op de knip en ik realiseer me dat sommige gewoonten er niet alleen voor zorgen dat ik mijn spaardoelen voorheen niet haalde, maar dat er ook een bepaalde leegte of verveling zit achter dat ogenschijnlijk onschuldige shoppen.

Ik heb een bepaald rijtje webshops dat ik bezoek als ik me verveel. Gewoon, even rondneuzen om te zien wat er is. Ik denk dat ik in de helft van de gevallen iets koop. Leuke kleding voor de kleine, een boek dat nog op mijn leeslijst staat of een toffe rok, waar ook bijpassende laarzen bij horen. Ik sta daar eigenlijk niet zo bij stil.

Je zou denken dat ik er dus behoorlijk hip bij loop en een tevreden consument ben. Helaas: niets is minder waar. Mijn kledingkasten hangen (over)vol, maar toch pieker ik vaak over wat ik aan moet. Dus staan er iedere maand weer dozen van Zalando, H&M en Wehkamp in de gang. De bezorger kent me bij naam en ik hem ook. Ik bedoel maar.

Dit proces herhaalt zich al jaren. We leven in een maatschappij waarin winkelen een hobby is en met de opkomst van online shoppen is het nog makkelijker om je winkelmandje te vullen. Maar waarom winkel ik – net als veel anderen – zo graag? Wat is de daadwerkelijke behoefte achter mijn shopgedrag en waarom probeer ik deze met winkelen te vullen?

Zelf geld verdienen

Ik besluit terug te gaan naar mijn jeugd. Ik ben niet arm opgegroeid, maar rijk waren we niet. We hadden altijd te eten, een dak boven ons hoofd en ik heb een prima jeugd gehad, maar mijn ouders werkten hard om de eindjes aan elkaar te knopen. Soms lukte dat goed, maar soms ook net niet. Dat merk je als kind. Zorgen over geld of ergens niet aan mee kunnen doen, omdat er geen budget voor is, dat krijg je wel mee.

Dat neem ik hen niet kwalijk, maar een goed financieel voorbeeld heb ik daarom niet gehad. Dus toen ik zelf mijn eerste, zuurverdiende salaris kreeg, wilde ik dat eindelijk eens zorgeloos uitgeven. Merkkleding kopen, op vakantie naar Lloret de Mar, uit eten, ik genoot met volle teugen.

Geld uitgeven = genieten

Nu ik erop terugkijk, is dat duidelijk overcompensatie voor wat ik heb gemist. Op de een of andere manier vond ik dat genieten gelijk stond aan geld uitgeven. Jezelf trakteren op iets moois, leuks of lekkers, want dat had ik wel verdiend. Ik praatte mijn gedrag goed, want dit had ik immers allemaal gemist en nu ik het wél kon betalen, mocht ik eindelijk los.

Natuurlijk waren mijn middelen niet voldoende om alles te kopen wat mijn hartje begeerde. Maar ik deed goed mijn best om al het geld dat binnen kwam , direct weer uit te geven. Sparen? Geen moment stond er ook maar een stuiver op mijn spaarrekening. Je zou denken dat ik een keer verzadigd zou raken van al dat shoppen. Ik bedoel: op een gegeven moment heb je genoeg, toch? Je kledingkast is vol, je huis is ingericht en je kunt stoppen met uitgeven.

Consumeer, meer, meer

Helaas bleef er nog altijd veel meer te wensen over. Materialisme blijft knagen, hoeveel spullen je ook koopt. Ik fantaseerde over het perfecte plaatje, waar mijn aankopen aan zouden bijdragen. De rok zou ik dragen op een bepaalde afspraak, het boek zou ik lezen op vakantie en die nieuwe kleur nagellak zou fantastisch staan tijdens een avondje uit.

Kopen voor de perfecte versie van jezelf

Ik kocht spullen voor een perfecte versie van mijzelf: een ideaalbeeld. Maar de kleding zat me niet lekker en ik voelde me er niet comfortabel in, dus was het kastvulling: ongedragen en vaak nog met kaartjes eraan. Telkens als ik in mijn kast keek, was ik teleurgesteld. De perfecte outfit die ik nooit droeg. Boeken die ik niet las en accessoires waar ik geen raad mee wist .

Ik zou die spullen nooit met genoegen gaan dragen of gebruiken. Dus plezier beleefde ik eigenlijk niet aan mijn aankopen. En daarom kocht ik dan weer iets nieuws, dat was ik immers gewend. Op een gegeven moment zag ik door alle bomen het bos niet meer. Of beter gezegd: door alle zooi zie je niet wat echt waardevol is.

Consuminderen is hard werken

Bewust op budget gaan is in financieel opzicht misschien wel het beste dat ik in jaren heb gedaan. Eerlijk is eerlijk: het kost ontzettend veel moeite om los te komen van mijn gedachteloze koopdrang. Maar oefening baart kunst en het lukt me steeds beter om het achteloos consumeren en mijn materialisme los te laten.

Het is een worsteling, want er zijn ontiegelijk veel prikkels in onze maatschappij, die me (on)bewust smeken om te shoppen. Zoals de hoofdrolspeler in één van mijn favoriete films (vrij vertaald) zegt: ‘Marketing zorgt ervoor dat we spullen kopen die we niét nodig hebben, van geld dat we niét bezitten, om indruk te maken op mensen die we niét mogen‘, aldus Brad Pitt in Fight Club.

Geld en gedrag

Gepersonaliseerde reclames op social media, overgewaaide shopping trends (zoals Black Friday) en zoveel meer invloeden van de media: het is niet gek dat ik steeds vaker verleid word mijn portemonnee te trekken. En het werkt. Maar worden we echt gelukkig van al dat shoppen? Ik niet, zo merk ik na drie maanden consuminderen.

Ik heb al drie maanden geen kleding gekocht, geen schoenen geshopt en geen magazines of nagellak aangeschaft. Het is pittig om mijn ingesleten gedrag te veranderen, dat geef ik toe. Impulsaankopen zijn, zeker online, zo gedaan. Hoewel het wennen is, lukt het steeds beter. Dat geeft moed.

Ik voel me op een verrassende manier zelfs tevredener over mijn leven en wat ik wél heb. Blijkbaar heb ik niet altijd meer nodig om gelukkig(er) te zijn en draagt bewustzijn misschien wel meer bij aan geluk en tevredenheid dan shoppen. En zo wordt mijn derde bewust op budget-blog ineens een diepgaande blog vol zelfreflectie op mijn geld en gedrag. Maar dat psychologische principes invloed hebben op geld en gedrag wisten ze bij het Nibud natuurlijk allang ;-).

Tot een volgende maand, in het nieuwe jaar! In tegenstelling tot wat de meeste mensen doen op 1 januari, zeg ik mijn sportschoolabonnement juist op. En zo schrap ik budget-technisch meer goede voornemens. Maar daarover meer in 2019. Alvast fijne feestdagen en een (financieel) gezond en gelukkig nieuwjaar gewenst!

Lindsay

10 december 2018 - Nibud

Nieuwsbericht | 10 december 2018

Het aantal Nederlandse bloggers dat schrijft over budgetteren, (be)sparen en persoonlijke financiën groeit. Sommigen zijn accountant of journalist en bloggen vanuit hun achtergrond over financiën, anderen vinden het vanuit persoonlijke interesse leuk om te schrijven over geldzaken. Een aantal financiële bloggers besluit de Nibud-agenda te beoordelen en schrijven een review in blog-vorm.

‘Op reis door je persoonlijke financiën’

Blogger Adine van lekkerlevenmetminder.nl vindt onze agenda een combinatie van een agenda en kasboek tegelijk. ‘Het leuke aan deze agenda vind ik dat hij je als het ware meeneemt op een reis door je persoonlijke financiën. Je maakt niet alleen een jaarplanning, maar krijgt ook elke maand – en zelfs elke dag – weer een trigger om er iets mee te doen. Want je financiële zaken op orde krijgen draait niet alleen om iets bedenken, het gaat juist om de uitvoering’, aldus haar oordeel.

‘De uitleg die je overal in de agenda vindt is heel toegankelijk en zeker niet alleen voor mensen die al heel veel bezig zijn met personal finance. Het is eigenlijk een hele laagdrempelige manier om, zoals de agenda al zegt, grip te krijgen op je tijd en geld’. Je leest de volledige review van de Nibud-agenda op lekkerlevenmetminder.nl.

‘Slimme ondersteuning bij besparen’

Ook bespaarblogger Gierige Gerda van het gelijknamige blog schreef een artikel over de Nibud-agenda. ‘Elke maand wordt er een onderwerp aangesneden waar je wellicht meer grip op zou mogen krijgen, je moet jezelf een cijfer geven over hoe goed je omgaat met dingen als inkomsten, geldstress en vakantiegeld. Je zult dus niet alleen leren, maar misschien ook wel geconfronteerd worden met jezelf’, aldus Gierige Gerda.

‘Ik denk dat ik hem zelf actief ga gebruiken. Nu ik ben gaan samenwonen is mijn financiële situatie ook heel erg veranderd en ik denk dat een goed inzicht in deze situatie geen overbodige luxe zal zijn’, zo eindigt haar review van de Nibud-agenda 2019.

‘Je wordt herinnerd aan je geldafspraken’ en win een Nibud-agenda!

Blogger Nicole schrijft in haar review op blog thebudgetlife.nl: ‘Een leuk extraatje is de budgettip die elke week onder aan de pagina in de agenda wordt gegeven. Ook wordt er soms een vraag gesteld: ‘Hoe gaat het met de afspraak die je met jezelf hebt gemaakt op pagina…’? Zo word je continu herinnerd aan en gewezen op de geldafspraken die je met jezelf maakt.’ Op haar Instagram-pagina maak je bovendien kans om zelf een Nibud-agenda te winnen!

Actueel

Minidoc Onbegrijpelijke taal
3 januari 2019

Fatal error: Call to undefined function md_clone_excerpt() in /var/www/vhosts/sallandsedialoog.nl/httpdocs/wp-content/themes/md-clone/archive.php on line 80