Nieuwsbericht | 13 november 2018

1979: de spaarrente lag rond de 10 procent, een crisis was in aantocht en het Nibud werd opgericht. In 2019 helpen wij Nederlandse huishoudens al 40 jaar met het in balans krijgen en houden van hun financiën. Dat vieren we onder meer met het Nibud Jubileumcongres Geld & Gedrag.

Het programma stellen we samen voor iedereen die zich, net als het Nibud, dagelijks bezighoudt met de manier waarop consumenten met hun geld omgaan. Hoeveel kunnen ze besteden? Welke keuzes maken ze en waarom? Wie en wat heeft daar invloed op?

Hoe werkt het geldplan Pensioen?

U vult antwoorden in op vragen over uw situatie, omstandigheden en wensen. Wensen ten aanzien van korter werken, eerder met pensioen gaan, of tussentijds onbetaald verlof. Op basis van uw antwoorden krijgt u meteen concrete raad. Bijvoorbeeld hoe u zelf pensioen kunt aanvullen. Of hoe u  inkomsten en uitgaven met elkaar in balans kunt brengen. In zo’n vijftien minuten maakt u stap voor stap een grondige analyse. Het resultaat is een persoonlijk actieplan gericht op uw pensioensituatie.

Pensioenstarter en Pensioenschijf-van-vijf

Het Nibud biedt naast het geldplan Pensioen ook twee andere pensioentools. De Pensioenstarter, een snelle verkenner, en de Pensioenschijf-van-vijf die uitgaven en inkomsten na pensionering in beeld brengt. Een van de acties uit het geldplan Pensioen is het verdiepen van het inzicht in uw inkomsten en uitgaven na pensionering via de Pensioenschijf-van-vijf of door gebruik te maken van persoonlijk financieel advies.

Startpunt Geldzaken

Het geldplan Pensioen is het zevende online geldplan van Startpunt Geldzaken: een samenwerkingsverband van het Nibud, Vereniging Eigen Huis (VEH), de beleggersvereniging VEB en de Federatie Financiële Planners (FFP). Zij bundelen hun kennis op de gebieden van budgetteren & besparen, huis & hypotheek, sparen & beleggen, pensioenen & fiscaliteit.

Het geldplan Pensioen is mede mogelijk gemaakt door financiering van Nationale-Nederlanden, Fitvermogen en Be Frank.

7 november 2018 - Nibud

Weblog | 7 november 2018

Er zijn verschillende initiatieven om de consument te enthousiasmeren aan de slag te gaan met zijn of haar pensioen, zoals de Pensioen3daagse die gisteren is gestart. Drie dagen die in het teken van pensioenen staan om zo het pensioenbewustzijn onder consumenten te vergroten. Maar zal er ooit een moment komen dat mensen het leuk vinden om zich in pensioenen te verdiepen?

Nee, die illusie heb ik als wetenschappelijk onderzoeker niet. Onzekerheid over de toekomst, het feit dat we het heden meer waarderen dan de toekomst en ons overoptimisme zijn zaken van alle tijden. En deze werken belemmerend om met ons pensioen bezig te zijn. Dus nee: ik heb niét de verwachting dat we consumenten warm kunnen maken om massaal met hun pensioen aan de slag te gaan.

Er zijn mooie initiatieven die het onderwerp pensioen meer willen laten leven. Het fotoproject Pensioenportretten vind ik daar een goed voorbeeld van. Het geeft het pensioen meteen een persoonlijk gezicht. Ook wordt door de portretten duidelijk dat het pensioen een deel van je leven is wat iedereen op zijn of haar eigen manier bezighoudt en raakt.

Het is overigens fantastisch dat de meeste Nederlanders gedurende hun pensionering 15 à 20 jaar rond kunnen komen zonder in die periode betaald werk te verrichten. Dat is een bijzonder groot goed, waar we dankbaar voor kunnen zijn en wat we breed mogen uitdragen, meer dan nu wordt gedaan.

Maar of we mensen daarmee direct in beweging krijgen om tot actie over te gaan?

Pensioen belangrijk of moeilijk?

Onlangs heb ik meegewerkt aan een artikel naar aanleiding van het onderzoek van Job Krijnen, Marcel Zeelenberg en Seger Breugelmans, waaruit blijkt dat de intentie om iets te doen voor je pensioen hoog is. Mensen vinden hun pensioen absoluut belangrijk. Die intentie wordt alleen zelden omgezet tot daadwerkelijke actie. Daarbij komt namelijk een ander aspect kijken: de moeilijkheid van het doen. Of mensen het regelen van hun pensioen als moeilijk ervaren, bepaalt veel sterker of ze in actie komen, ten opzichte van hoe belangrijk mensen hun pensioen vinden.

Makkelijk(er) inzicht in je eigen pensioensituatie

Ik ben dan ook blij dat pensioenfondsen en verzekeraars sinds enkele jaren veel meer doen om het voor mensen gemakkelijker te maken inzicht te krijgen in hun persoonlijke pensioensituatie. Zo zijn er allerlei pensioentools gekomen van grotere pensioenuitvoerders en -fondsen en Algemeen Pensioenfondsen, maar ook partijen als Independer, PensioenPod en Prikkl helpen hierbij. Deze partijen maken inzichtelijk hoe een persoon ervoor staat na pensionering. Ook helpen ze om de gevolgen van keuzes rondom je pensioen door te rekenen.

Daarnaast is er de afgelopen vijf jaar in de pensioensector meer aandacht gekomen voor het feit dat een pensioen meer is dan alleen je inkomen. Als je niet kijkt naar persoonlijke wensen, behoeften en (noodzakelijke) bestedingen, zijn vragen als: ‘Wat heb ik nodig’ en ‘Heb ik straks voldoende?’ namelijk niet te beantwoorden. Het Nibud is dan ook trots dat drie van de vijf genomineerden voor de PensioenWegwijzer-prijs 2018 gebruik maken van de Nibud-referentiecijfers betreft de bestedingen van ouderen.

Is dit alles? Nee, zeker niet. We zijn er nog lang niet, wat betreft het vergemakkelijken van pensioenen, waardoor consumenten er wél mee aan de slag gaan. Marike Knoef, hoogleraar Empirische Micro-Economie in Leiden, benoemde vorige maand in haar oratie dat ze droomt van een volledig pensioenadvies op maat in slechts 15 minuten, door gebruik te maken van alle beschikbare data. Hoewel het misschien nog utopisch klinkt, zijn alle hulpmiddelen die de pensioensector nu voor consumenten ontwikkelt de benodigde stappen in de goede richting.

Zou het niet een geweldig einddoel zijn als we als volledige pensioensector kunnen zeggen: we kunnen je pensioen niet leuker maken, maar het regelen ervan is in ieder geval wél makkelijk!

Weblog | 6 november 2018

Zal ik beginnen met het goede nieuws? Er staat een bedrag op mijn spaarrekening! En daar ben ik best trots op. In mijn eerste bespaarmaand heb ik een mooi bedrag opzij kunnen zetten voor mijn buffer. Maar dat ging niet vanzelf. Inzicht krijgen in je geldzaken is blijkbaar essentieel om te kunnen (be)sparen.

Hoeveel heb jij aan de boodschappen uitgegeven de afgelopen maand? Wat heb je aan kleding gespendeerd? En hoeveel euro’s zijn er opgegaan aan iets lekkers op het station of in de kantine van je werk? De kans is groot dat je dit niet exact weet. Of misschien zelfs helemaal niet weet. Ik wist dat in ieder geval niet, voor ik aan mijn bewust op budget-experiment startte.

Ik weet ook wel dat het bijhouden van je uitgaven niet zo leuk is als het nieuwe seizoen van een populaire Netflix-serie of een avondje online shoppen. Maar toch is het de eerste stap die je moet zetten als je wilt besparen. Zodat je het bedrag wat je bespaart, vervolgens op je spaarrekening kunt stallen.

Als je weet waar je geld naartoe gaat, kun je gaan budgetteren en heb je grip op je geld. Uit Nibud-onderzoek blijkt bovendien keer op keer dat je een kleinere kans hebt op financiële problemen als je inzicht hebt in je inkomsten en uitgaven, planmatig met geld omgaat en spaargeld hebt. Maar hoe pak je dat aan?

Hoewel ik als online redacteur uiteraard dagelijks met computerprogramma’s werk en geldzaken tegenwoordig vaak digitaal geregeld zijn, geloof ik persoonlijk heilig in pen en papier. Noem me ouderwets, maar ik schrijf nog graag met de hand. Voor mij geeft het noteren van mijn uitgaven in een simpel schrift beter inzicht dan wanneer ik dit digitaal zou doen. Bij het Nibud hebben we daar een mooi kasboek voor, maar budget technisch gezien voldoet een gewoon schrift ook prima. Dus ga ik aan de slag met een schriftje, waarin ik mijn uitgavenpatroon bijhoud. Maar oei, wat is dat confronterend.

Groene, oranje en rode uitgaven

Ik kies ervoor om op vrijdagavond op te schrijven wat ik de afgelopen week heb uitgegeven. Als mijn dochter op bed ligt en ik normaliter wat rondzap op televisie, is dat een verloren moment wat ik best aan mijn geldzaken kan besteden. Ik betaal bijna niets contant, dus check mijn uitgaven in mijn online bankieren app en pen deze vervolgens over in mijn schriftje. Daarnaast pak ik een groene, oranje en rode pen om mijn uitgaven te categoriseren. Groen is noodzakelijk of goed, oranje is een twijfelgeval en rood is eigenlijk onnodig.

De hypotheek wordt altijd op de eerste van de maand afgeschreven: groen. Ook de kosten voor het gebruik van de televisie worden afgeschreven, maar direct twijfel ik of dit oranje of rood zou moeten zijn. Ik ben een fervent Netflix-kijker en kijk zelden televisie. Mijn man, die bij me aan de keukentafel zit, omdat hij uiteraard ook betrokken wordt in dit project, beaamt dit. Wat kijk je tegenwoordig nog op televisie? Voor nu categoriseer ik deze kosten als oranje, maar we spreken af dat we nadenken of we ons televisieabonnement überhaupt willen behouden.

Daarna mag ik met de billen bloot en de rode pen hanteren bij de volgende uitgaven: Zalando, Hema, Starbucks, H&M, Wehkamp en Action. De Action is een confronterende realisatie. Ik kwam daar om een verjaardagscadeau te kopen, waarvoor wij bij kinderverjaardagen een bedrag van 10 euro budgetteren, maar de afschrijving zegt € 31,15. Wat heb ik gekocht? Ik weet het niet eens meer, dus ik pak het bonnetje erbij. Inpakpapier (vooruit), een reep chocolade, een kleurboek (het zevende kleurboek in de knutselkast), een decoratie-kabouter waar mijn dochtertje mee in haar handen liep, verschillende rollen washi tape, geurkaarsen en een Halloween-kostuum voor kinderen.

Wat een onzin. Ik neem me direct voor hier een volgende keer alerter op te zijn. Vervolgens ga ik verder met het categoriseren van terugkerende uitgaven, zoals de boodschappen.

Besparen op de boodschappen

Bij het Nibud werken we uiteraard veel met bedragen en getallen. Mijn collega’s, de wetenschappelijk onderzoekers binnen het Nibud, onderzoeken deze bedragen nauwkeurig en als webredacteur zorg ik dat de getallen op onze website actueel en juist zijn. Op de webpagina ‘Wat geeft u uit aan voeding‘ staan verschillende bedragen en daarmee maak ik een persoonlijke optelsom.

Mijn gezinssamenstelling, twee volwassenen en een peuter, zou per week afgerond gemiddeld € 84 aan boodschappen uitgeven. Zoals het Nibud terecht noemt, hangt wat een huishouden per week aan eten uitgeeft, ook af van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe meer geld aan eten wordt uitgegeven. Dat verklaart waarom ik als student minder aan eten uitgaf dan nu ik werk.

Mijn man en ik maken een calculatie en tellen iedere uitgave aan eten bij elkaar op. Niet alleen de weekboodschappen, maar ook de kosten in de bedrijfskantine, snacks bij AH to go, eten dat we afhalen en onze bezoekjes aan de avondwinkel als we zin hebben in iets lekkers.

Het resultaat? Onze wekelijkse uitgaven aan voedsel zitten gemiddeld op 150 euro. Dat is bijna twee keer zoveel als andere gezinnen met z’n drietjes. We schrikken hier ontzettend van. Direct spreken we af dat we voortaan zelf lunch naar ons werk meenemen en overdag geen extra snacks of koffie meer kopen. Daarnaast zal de Thuisbezorgd-brommer ons huisje voortaan voorbij rijden en ook het afhalen van sushi gaat op de schop. Op doordeweekse avonden zakken chips of kaasplankjes? Ook deze extraatjes worden geschrapt. We doen vanaf nu eens per week boodschappen, inclusief lunch en tussendoortjes voor op ons werk, en budgetteren hier 100 euro voor.

Nu we toch gezellig samen aan de keukentafel zitten op vrijdagavond, pluizen we direct de folders van de twee supermarkten waar wij onze weekboodschappen doen uit. In plaats van lukraak een lijstje te maken, bekijken we welke groenten of fruit die week in de aanbieding zijn. Is dat broccoli? Dan eten we broccoli. Is het gehakt in de bonus? Dan maken we een lekkere ovenschotel of draaien we zelf gehaktballen.

Normaliter gooien we regelmatig voedsel weg, maar nu bewaar ik de overgebleven risotto en eet deze de volgende dag als lunch bij het Nibud. Of ik maak thuis alvast een lekkere salade klaar. En of dit nu komt doordat men bij het Nibud bewuster omgaat met geld, er zijn stiekem best veel collega’s die zelf hun lunch meebrengen. Ik voel me, behalve het effect op mijn saldo, ook tevreden over het tegengaan van de voedselverspilling.

Kleine moeite wordt een sport

Als ik tijdens de lunch aan collega’s vertel over onze vrijdagavonden, waar mijn man en ik aan de keukentafel uitgaven in het schrift noteren en aan de hand van de aanbiedingen weekmenu’s samenstellen, verzucht een collega dat ze hier helemaal geen zin in heeft. Op vrijdagavond aan de financiën voor een besparing van een paar luttele euro’s: wat saai, roept ze uit. Toch ervaar ik dat absoluut niet zo. Helemaal niet als ik de bonnetjes van de afgelopen maand bekijk.

De uitgaven voor onze weekboodschappen zijn drastisch gedaald en kosten respectievelijk tussen de € 79 en € 91 euro per week, inclusief lunch op ons werk en gezonde, voedzame maaltijden. Ik kook een aantal recepten uit het Nibud kookboek ‘Lekker voor weinig’ en begin zowaar plezier te krijgen in besparen, want het saldo op mijn rekening blijft steeds positiever. Besparen wordt een beetje een sport en het geeft een kick om geld over te houden.

Ook mijn man wordt aangestoken door het bespaarvirus. Ik ben in ons huishouden degene die het meest kan besparen op winkelen, maar hij zet prompt de auto aan de kant als hij noteert wat dat per maand scheelt. Sindsdien pakt hij iedere dag de fiets naar zijn werk, waarvan hij beweert dat het eigenlijk nog lekkerder is en hem frisser maakt. Win-win! We steken elkaar aan en appen als we een goede aanbieding zien. Geldzaken zijn op deze manier eigenlijk best leuk!

Eén maand besparen = sparen!

Natuurlijk zijn jullie nieuwsgierig na de eerste maand bewust op budget. Het resultaat na een maand bewust boodschappen doen, geen snacks meer kopen, niet langer zwichten voor impulsaankopen en mijn innerlijke shopaholic temmen? Een saldo op onze spaarrekening van 530 euro, wauw!

Ik ben oprecht verbaasd. In mijn beleving hebben we een heerlijke maand gehad. We hebben lekker gegeten, wat verjaardagsfeestjes gehad waar we uitgaven voor hebben gedaan, we zijn een avond naar de bioscoop geweest en ik heb zelfs een nieuwe regenjas gekocht. Toch is het ons gelukt ruim 500 euro opzij te zetten.

Hoewel ik erg blij ben met het resultaat, ben ik tegelijkertijd ook een beetje verdrietig en boos. Want deze 500 euro hebben we voorgaande maanden onderhand weggegooid door niet bewust met onze financiën om te gaan. Als ik dit jaren eerder had gedaan, zou ik nu die felbegeerde buffer en een goedgevulde spaarrekening hebben.

Ik biecht dit op aan twee collega’s die zich als onderzoeker bezig houden met geld en gedrag. Zij stellen me direct gerust. Focus je op de positieve verandering en de winst die je nu hebt geboekt. Deze bewustwording is hartstikke goed en nu je inzicht hebt in je geldzaken, kun je hier nu en in de toekomst de vruchten van plukken. Je hoeft jezelf niet af te straffen en stom te noemen om waar je vroeger geen inzicht in had. Het is voor ontzettend veel mensen moeilijk om bewust aan de slag te gaan met geldzaken, dat zien wij in alle onderzoeken terug.

Gelukkig maar, denk ik bij mezelf. Ook vertellen ze dat het met ups en downs zal gaan. Je gedrag en houding tegenover geldzaken veranderen, kost tijd en moeite. Dus gewoon volhouden, vraag ik? Ja natuurlijk, roepen ze enthousiast.

Onze wekelijkse vrijdagavonden aan de keukentafel blijven dus vaste prik en ik ga zelf eens onderzoek doen naar mijn eigen koopgedrag. Ligt dat aan de consumptiemaatschappij, mijn financiële opvoeding of ligt de oorzaak dieper? En gaat het tijdens de tweede maand bewust op budget net zo goed als de eerste, of vervallen we toch in oud gedrag? Daarover meer in mijn volgende blog.

Tot volgende maand!

Lindsay

PS: Wat geef jij uit aan de boodschappen en ligt dat rondom het gemiddelde van het Nibud? En, zeg eens eerlijk: heeft de Action op jou ook zo een aantrekkingskracht om je mandje met totaal nutteloze spullen vol te kieperen?

Persbericht | 1 november 2018

De acceptatieprocedures die kredietverstrekkers gebruiken bij het afsluiten van een persoonlijke lening lijken goed te werken. Dit stelt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) in het onderzoek ‘Een persoonlijke lening: keuzes en ervaringen van consumenten’ dat vandaag wordt gepubliceerd.

Het instituut pleit er daarom voor dat onderzocht wordt of dit soort procedures kunnen gaan gelden bij alle kredieten die in Nederland worden verstrekt, ook de kleine leningen.

Het Nibud heeft onderzocht welke keuzes consumenten maken bij het afsluiten van een lening. De manier waarop de webpagina van de kredietverstrekker is opgezet heeft invloed op de lening die consumenten kiezen. Het is voor het eerst in Nederland dat onderzoek is gedaan naar de invloed van de keuzeomgeving, zoals een website, op de lening die consumenten kiezen.

Acceptatieprocedures persoonlijke lening als voorbeeld

5 procent van de Nederlanders heeft een persoonlijke lening. Bij een persoonlijke lening staat de looptijd vast en krijgt de consument het geleende bedrag direct in handen. De meeste consumenten die een persoonlijke lening afsluiten, zitten daar doorgaans 8 jaar aan vast en lossen maandelijks rond de 300 euro af. Toch geeft bijna niemand (5 procent) aan dat afbetalen een probleem is. En zegt bijna niemand (3 procent) dat ze de lening achteraf gezien niet hadden moeten afsluiten.

Bij iedereen die een persoonlijke lening wil afsluiten wordt gecontroleerd of de maandlasten van de lening passen bij het inkomen, de gezinssamenstelling en de overige betalingsverplichtingen. Deze controle is bij persoonlijke leningen uitvoeriger dan bij andere soorten consumptief krediet.

Meer dan de helft van de Nederlanders heeft een consumptief kredietproduct. Hieronder vallen onder meer een doorlopend krediet, een creditcard, en ook een telefoon op afbetaling of een postorderkrediet. Afgelopen zomer meldde het Bureau Kredietregistratie (BKR) dat 6,4 procent van de BKR- geregistreerde kredietnemers, ruim 674.000 consumenten, een betalingsachterstand op hun lening had.

Uit recent onderzoek van de AFM blijkt dat die achterstanden zich vooral voordoen bij leningen van bedragen tussen de 250 en 1.000 euro. Bij deze kredieten is de controle van de financiële gegevens minder uitgebreid dan bij persoonlijke leningen. Het Nibud vindt het belangrijk dat consumenten die een lening afsluiten, weten of ze die kunnen betalen en daar geen stress van krijgen. Het instituut pleit er daarom voor dat bij alle soorten kredieten de acceptatieprocedure wordt verbeterd.

Laat duidelijker totaalbedrag en looptijd zien

Uit het Nibud-onderzoek blijkt dat bijna alle ondervraagden (96 procent) vooraf hebben gekeken of zij de aflossing kunnen betalen. En 92 procent is achteraf tevreden met de lening. De looptijd van de lening blijkt relevant te zijn voor de mate van tevredenheid erover. Hoe langer de looptijd, hoe ontevredener mensen zijn.

Het Nibud adviseert de kredietverstrekkers om consumenten bij het afsluitproces te helpen beter op de looptijd van de lening te letten. Nu let de consument vooral op de rente en de hoogte van het maandbedrag. Terwijl het Nibud ziet dat de manier waarop consumenten de lening ervaren, wordt beïnvloed door de looptijd. Uit het Nibud-onderzoek bleek dat consumenten voor een kortere looptijd en – dus voor een lager totaalbedrag – kozen als kredietverstrekkers het totaalbedrag van de lening op de website duidelijker lieten zien.

Feiten Persoonlijke leningen:

Het inkomen van huishoudens met een persoonlijke lening ligt gemiddeld tussen modaal en ruim twee keer modaal (2.000 euro tot 4.000 euro netto per maand.)

Doel van de lening:

  1. Oversluiten
  2. Verbouwing/verbetering woning
  3. Aanschaf auto/motor

Meest voorkomende looptijden en maandlasten per leendoel:

Reden lening Totaalbedrag Looptijd Maandbedrag
Oversluiten 30.000 euro 9 jaar 400 euro
Verbouwing 25.000 euro 10 jaar 300 euro
Voertuig 15.000 5 jaar 250 euro

Waar let de consument op bij afsluiten top-4:

  1. 59% let op de snelheid waarmee de lening geregeld kan worden
  2. 58% let op de lage rente
  3. 46% let op de mogelijkheid om boetevrij af te lossen
  4. 44% kiest voor intermediair die consument een goed gevoel geeft

Achtergronden bij dit onderzoek

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door financiering van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) en met medewerking van kredietverstrekkers en intermediairs die hun klanten hebben gevraagd aan dit onderzoek mee te werken. In het onderzoek zijn 850 consumenten ondervraagd die minder dan twee jaar geleden een persoonlijke lening hebben afgesloten.  Prof. dr. Wilco van Dijk en dr. Lotte van Dillen van de Nibud-leerstoel Psychologische determinanten van economisch keuzegedrag aan Universiteit Leiden hebben meegelezen. Een deel van dit onderzoek is onderdeel van het promotieonderzoek van Nibud-onderzoeker Minou van der Werf die in 2020 in Leiden hoopt te promoveren.

Persbericht | 1 november 2018

De hypotheeknormen blijven voor de meeste inkomens gelijk aan die van 2018. Dat schrijft het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) in het adviesrapport Financieringslastnormen 2019, dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vandaag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. Als rekening wordt gehouden met de verwachte loonstijging van 2,9 procent is er voor alle inkomens een stijging van de maximale hypotheek.

Voor iedereen betaalbaar

De ruimte die een huishouden heeft voor woonuitgaven wordt bepaald door het inkomen te verminderen met de overige kosten van levensonderhoud. Deze overige uitgaven moeten ook betaalbaar zijn na het afsluiten van een hypotheek. Door op deze manier vast te stellen wat een huishouden kan besteden aan wonen, kan een hypotheekverstrekker niet meer geld uitlenen dan voor een huishouden betaalbaar is. Daarmee wordt het risico op financiële problemen door te hoge hypotheeklasten verkleind.

De verschillen met de normen van vorig jaar zijn marginaal. Huishoudens die in 2019 een loonstijging kunnen verwachten, kunnen door dat hogere inkomen wel een hogere hypotheek krijgen dan in 2018. Voor koper en hypotheekverstrekker blijft het belangrijk om goed naar de individuele situatie te kijken.

Het tweede inkomen telt opnieuw voor 70 procent mee

Het Nibud adviseert om het tweede inkomen ook in 2019 voor 70 procent mee te laten tellen. Het verschil in besteedbaar inkomen tussen twee- en eenverdieners neemt al enkele jaren toe en zal de komende jaren nog verder oplopen. In 2016 heeft het Nibud daarom voorgesteld om stapsgewijs het tweede inkomen mee te laten tellen. Vorig jaar telde dat voor het eerst voor 70 procent mee. Door afronding blijft deze factor volgend jaar hetzelfde. Ook kunnen kopers – net als in 2018 – meer lenen voor zeer energiezuinige woningen of voor het treffen van energiezuinige maatregelen.

Regeerakkoord 2017 – 2021

In het regeerakkoord van het kabinet Rutte III staan meerdere maatregelen die van invloed kunnen zijn op de financiële positie van woningeigenaren met een hypotheek. De gevolgen van deze plannen betekenen voor (aankomende) woningbezitters dat voor de meeste inkomens de financieringslastpercentages in 2021 naar verwachting hoger zullen liggen dan in 2018.

De aangekondigde lastenverlichting (lagere tarieven en hogere heffingskortingen) is hoger dan de verwachte prijsstijging van de overige uitgaven. Daardoor zal er in de toekomst, als de plannen worden doorgevoerd, in principe iets meer ruimte komen voor hypotheeklasten. Inkomens van rond de 40.000 euro kunnen de grootste stijging verwachten omdat daar de meeste lastenverlichting wordt verwacht. In de hypotheeknormen voor 2019 is rekening gehouden met maatregelen uit het Regeerakkoord die reeds zijn ingegaan.

Een hypotheek gaat lang mee

Bij het bepalen van de hypotheeknormen houdt het Nibud rekening met de lange termijn. De hypotheeklast moet nu en in de toekomst draagbaar blijven. Huishoudens moeten de hypotheek gedurende de gehele looptijd te kunnen betalen, ook als er bijvoorbeeld kinderen bij komen. De financieringslasttabellen houden rekening met gestandaardiseerde uitgavenpatronen en geven weer wat iemand objectief gezien zou moeten kunnen betalen, gezien het inkomen. Wat de hypotheekverstrekker maximaal zou mogen uitlenen volgens de tabellen is niet altijd passend bij iemands persoonlijke voorkeuren en bijbehorend uitgavenpatroon. Daarom is bij hypotheekverstrekking maatwerk altijd noodzakelijk.

In sommige gevallen kan er op verantwoorde wijze een hogere hypotheek verstrekt worden dan de tabellen aangeven. De ministeriële Regeling hypothecair krediet biedt daarvoor ruimte. Wanneer het gaat om een bestendige situatie, kan de hypotheekverstrekker ervoor kiezen om in individuele gevallen af te wijken van de leennormen, mits dit gemotiveerd en onderbouwd wordt. Meer verstrekken zou bijvoorbeeld kunnen als er sprake is van een onvoorwaardelijke inkomensstijging op korte termijn of als iemand door oversluiten zijn hypotheeklasten kan verlagen.

Het rapport is op 30 oktober 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden. In de bijlage vindt u uitgewerkte voorbeelden voor een aantal huishoudens.

Bijlagen

Voorbeelden maximale hypotheek
In de tabellen hieronder staan voor een aantal inkomens de maximale hypotheken in 2018 en 2019 weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met een verwachte gemiddelde loonstijging voor 2019 van 2,9 procent.

Voorbeeld maximale hypotheek 2018 – 2019 (rente = 2,75%)


*Er is rekening gehouden met een gemiddelde loonstijging van 2,9% in 2019

Voorbeeld maximale hypotheek 2018-2019 voor drie tweeverdieners (rente = 2,75%)


*Er is rekening gehouden met een gemiddelde loonstijging van 2,9% in 2019

Achtergronden bij het rapport

Met het rapport Financieringslastnormen 2019 adviseert het Nibud de Rijksoverheid over de financieringslastnormen voor hypothecaire financiering voor 2019. Deze normen vormen een onderdeel van de Regeling hypothecair krediet. Voor het tot stand komen van dit advies consulteert het Nibud diverse partijen die bij de hypotheekmarkt zijn betrokken, waaronder de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank, de Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, Vereniging Eigen Huis en de stichting Waarborgfonds Eigen Woningen.

Nieuwsbericht | 30 oktober 2018

Het Nibud heeft in opdracht van de Eerste Kamerfractie van 50PLUS op een rij gezet hoe de koopkrachtontwikkelingen van werkenden en gepensioneerden zijn van 2010 tot 2019. Hiervoor heeft het instituut 10 voorbeeldhuishoudens voor gepensioneerden en 10 voorbeeldhuishoudens voor werkenden doorgerekend.

De conclusie is dat gepensioneerden met een klein pensioen tot 5.000 euro per jaar er in die periode op vooruit zijn gegaan. Maar bij een hoger aanvullend pensioen treedt koopkrachtvermindering op. Ook werkenden gaan er in de meeste gevallen op achteruit, maar minder dan gepensioneerden. In de periode 2010 – 2019 is de loonstijging 11,6% tegenover een indexatie van de pensioenen van -0,6%. Een verschil van 12%.

23 oktober 2018 - Nibud

Weblog | 23 oktober 2018

Iedereen kent het wel: geld uitgeven aan onnodige dingen. Zelfs Gea Schonewille (27), economische psycholoog bij het Nibud, komt het bekend voor. Waarom laten we ons verleiden door dergelijke aankopen? En hoe voorkom je het?

Annieck Verkerk, redacteur bij Aegon, interviewt Gea over het waarom en hoe van onnodige uitgaven. Lees het volledige artikel op de website van Aegon.

Als een werknemer financiële problemen heeft, zou de werkgever prima hulp kunnen bieden. Bovendien hebben werkgevers zelf belang bij financieel gezonde werknemers. Toch zijn er maar weinig werkgevers die daadwerkelijk hulp bieden aan werknemers met schulden.

Ze vinden het allemaal belangrijk, maar er is maar een handvol bedrijven die interesse heeft daadwerkelijk in actie komen. Het probleem is dat geldzaken in Nederland vaak taboe zijn.

Anna van der Schors, onderzoeker bij Nibud, pleit ervoor dat er een bedrijfsbreed aanbod komt. ‘Bied alle werknemers een paar keer per jaar een gesprek waarin ze buiten de organisatie financieel advies kunnen inwinnen. Voor de een kan het gesprek gaan over hoe te plannen voor de pensioenleeftijd, de ander bespreekt hoe hij het einde van de maand haalt.’

19 oktober 2018 - Nibud

Een verhuizing, onverwachts ontslag of langdurig ziek? In een mensenleven vinden talloze gebeurtenissen plaats, waarvan de meesten ook nog eens invloed hebben op de financiële situatie. Dat grip op geld belangrijk is, vindt het Nibud uiteraard ook. Want gebeurtenissen en bepaalde keuzes, zowel vrijwillig als onvrijwillig , hebben invloed op financiën, zowel nu als in de toekomst.

Het FNV ledenmagazine besteedde onlangs aandacht aan grip op geld in het artikel ‘Grip op geld’. Ook hebben FNV leden gratis toegang tot de Nibud Online Leren-omgeving.

Nieuwsbericht | 13 november 2018

1979: de spaarrente lag rond de 10 procent, een crisis was in aantocht en het Nibud werd opgericht. In 2019 helpen wij Nederlandse huishoudens al 40 jaar met het in balans krijgen en houden van hun financiën. Dat vieren we onder meer met het Nibud Jubileumcongres Geld & Gedrag.

Het programma stellen we samen voor iedereen die zich, net als het Nibud, dagelijks bezighoudt met de manier waarop consumenten met hun geld omgaan. Hoeveel kunnen ze besteden? Welke keuzes maken ze en waarom? Wie en wat heeft daar invloed op?

Hoe werkt het geldplan Pensioen?

U vult antwoorden in op vragen over uw situatie, omstandigheden en wensen. Wensen ten aanzien van korter werken, eerder met pensioen gaan, of tussentijds onbetaald verlof. Op basis van uw antwoorden krijgt u meteen concrete raad. Bijvoorbeeld hoe u zelf pensioen kunt aanvullen. Of hoe u  inkomsten en uitgaven met elkaar in balans kunt brengen. In zo’n vijftien minuten maakt u stap voor stap een grondige analyse. Het resultaat is een persoonlijk actieplan gericht op uw pensioensituatie.

Pensioenstarter en Pensioenschijf-van-vijf

Het Nibud biedt naast het geldplan Pensioen ook twee andere pensioentools. De Pensioenstarter, een snelle verkenner, en de Pensioenschijf-van-vijf die uitgaven en inkomsten na pensionering in beeld brengt. Een van de acties uit het geldplan Pensioen is het verdiepen van het inzicht in uw inkomsten en uitgaven na pensionering via de Pensioenschijf-van-vijf of door gebruik te maken van persoonlijk financieel advies.

Startpunt Geldzaken

Het geldplan Pensioen is het zevende online geldplan van Startpunt Geldzaken: een samenwerkingsverband van het Nibud, Vereniging Eigen Huis (VEH), de beleggersvereniging VEB en de Federatie Financiële Planners (FFP). Zij bundelen hun kennis op de gebieden van budgetteren & besparen, huis & hypotheek, sparen & beleggen, pensioenen & fiscaliteit.

Het geldplan Pensioen is mede mogelijk gemaakt door financiering van Nationale-Nederlanden, Fitvermogen en Be Frank.

7 november 2018 - Nibud

Weblog | 7 november 2018

Er zijn verschillende initiatieven om de consument te enthousiasmeren aan de slag te gaan met zijn of haar pensioen, zoals de Pensioen3daagse die gisteren is gestart. Drie dagen die in het teken van pensioenen staan om zo het pensioenbewustzijn onder consumenten te vergroten. Maar zal er ooit een moment komen dat mensen het leuk vinden om zich in pensioenen te verdiepen?

Nee, die illusie heb ik als wetenschappelijk onderzoeker niet. Onzekerheid over de toekomst, het feit dat we het heden meer waarderen dan de toekomst en ons overoptimisme zijn zaken van alle tijden. En deze werken belemmerend om met ons pensioen bezig te zijn. Dus nee: ik heb niét de verwachting dat we consumenten warm kunnen maken om massaal met hun pensioen aan de slag te gaan.

Er zijn mooie initiatieven die het onderwerp pensioen meer willen laten leven. Het fotoproject Pensioenportretten vind ik daar een goed voorbeeld van. Het geeft het pensioen meteen een persoonlijk gezicht. Ook wordt door de portretten duidelijk dat het pensioen een deel van je leven is wat iedereen op zijn of haar eigen manier bezighoudt en raakt.

Het is overigens fantastisch dat de meeste Nederlanders gedurende hun pensionering 15 à 20 jaar rond kunnen komen zonder in die periode betaald werk te verrichten. Dat is een bijzonder groot goed, waar we dankbaar voor kunnen zijn en wat we breed mogen uitdragen, meer dan nu wordt gedaan.

Maar of we mensen daarmee direct in beweging krijgen om tot actie over te gaan?

Pensioen belangrijk of moeilijk?

Onlangs heb ik meegewerkt aan een artikel naar aanleiding van het onderzoek van Job Krijnen, Marcel Zeelenberg en Seger Breugelmans, waaruit blijkt dat de intentie om iets te doen voor je pensioen hoog is. Mensen vinden hun pensioen absoluut belangrijk. Die intentie wordt alleen zelden omgezet tot daadwerkelijke actie. Daarbij komt namelijk een ander aspect kijken: de moeilijkheid van het doen. Of mensen het regelen van hun pensioen als moeilijk ervaren, bepaalt veel sterker of ze in actie komen, ten opzichte van hoe belangrijk mensen hun pensioen vinden.

Makkelijk(er) inzicht in je eigen pensioensituatie

Ik ben dan ook blij dat pensioenfondsen en verzekeraars sinds enkele jaren veel meer doen om het voor mensen gemakkelijker te maken inzicht te krijgen in hun persoonlijke pensioensituatie. Zo zijn er allerlei pensioentools gekomen van grotere pensioenuitvoerders en -fondsen en Algemeen Pensioenfondsen, maar ook partijen als Independer, PensioenPod en Prikkl helpen hierbij. Deze partijen maken inzichtelijk hoe een persoon ervoor staat na pensionering. Ook helpen ze om de gevolgen van keuzes rondom je pensioen door te rekenen.

Daarnaast is er de afgelopen vijf jaar in de pensioensector meer aandacht gekomen voor het feit dat een pensioen meer is dan alleen je inkomen. Als je niet kijkt naar persoonlijke wensen, behoeften en (noodzakelijke) bestedingen, zijn vragen als: ‘Wat heb ik nodig’ en ‘Heb ik straks voldoende?’ namelijk niet te beantwoorden. Het Nibud is dan ook trots dat drie van de vijf genomineerden voor de PensioenWegwijzer-prijs 2018 gebruik maken van de Nibud-referentiecijfers betreft de bestedingen van ouderen.

Is dit alles? Nee, zeker niet. We zijn er nog lang niet, wat betreft het vergemakkelijken van pensioenen, waardoor consumenten er wél mee aan de slag gaan. Marike Knoef, hoogleraar Empirische Micro-Economie in Leiden, benoemde vorige maand in haar oratie dat ze droomt van een volledig pensioenadvies op maat in slechts 15 minuten, door gebruik te maken van alle beschikbare data. Hoewel het misschien nog utopisch klinkt, zijn alle hulpmiddelen die de pensioensector nu voor consumenten ontwikkelt de benodigde stappen in de goede richting.

Zou het niet een geweldig einddoel zijn als we als volledige pensioensector kunnen zeggen: we kunnen je pensioen niet leuker maken, maar het regelen ervan is in ieder geval wél makkelijk!

Weblog | 6 november 2018

Zal ik beginnen met het goede nieuws? Er staat een bedrag op mijn spaarrekening! En daar ben ik best trots op. In mijn eerste bespaarmaand heb ik een mooi bedrag opzij kunnen zetten voor mijn buffer. Maar dat ging niet vanzelf. Inzicht krijgen in je geldzaken is blijkbaar essentieel om te kunnen (be)sparen.

Hoeveel heb jij aan de boodschappen uitgegeven de afgelopen maand? Wat heb je aan kleding gespendeerd? En hoeveel euro’s zijn er opgegaan aan iets lekkers op het station of in de kantine van je werk? De kans is groot dat je dit niet exact weet. Of misschien zelfs helemaal niet weet. Ik wist dat in ieder geval niet, voor ik aan mijn bewust op budget-experiment startte.

Ik weet ook wel dat het bijhouden van je uitgaven niet zo leuk is als het nieuwe seizoen van een populaire Netflix-serie of een avondje online shoppen. Maar toch is het de eerste stap die je moet zetten als je wilt besparen. Zodat je het bedrag wat je bespaart, vervolgens op je spaarrekening kunt stallen.

Als je weet waar je geld naartoe gaat, kun je gaan budgetteren en heb je grip op je geld. Uit Nibud-onderzoek blijkt bovendien keer op keer dat je een kleinere kans hebt op financiële problemen als je inzicht hebt in je inkomsten en uitgaven, planmatig met geld omgaat en spaargeld hebt. Maar hoe pak je dat aan?

Hoewel ik als online redacteur uiteraard dagelijks met computerprogramma’s werk en geldzaken tegenwoordig vaak digitaal geregeld zijn, geloof ik persoonlijk heilig in pen en papier. Noem me ouderwets, maar ik schrijf nog graag met de hand. Voor mij geeft het noteren van mijn uitgaven in een simpel schrift beter inzicht dan wanneer ik dit digitaal zou doen. Bij het Nibud hebben we daar een mooi kasboek voor, maar budget technisch gezien voldoet een gewoon schrift ook prima. Dus ga ik aan de slag met een schriftje, waarin ik mijn uitgavenpatroon bijhoud. Maar oei, wat is dat confronterend.

Groene, oranje en rode uitgaven

Ik kies ervoor om op vrijdagavond op te schrijven wat ik de afgelopen week heb uitgegeven. Als mijn dochter op bed ligt en ik normaliter wat rondzap op televisie, is dat een verloren moment wat ik best aan mijn geldzaken kan besteden. Ik betaal bijna niets contant, dus check mijn uitgaven in mijn online bankieren app en pen deze vervolgens over in mijn schriftje. Daarnaast pak ik een groene, oranje en rode pen om mijn uitgaven te categoriseren. Groen is noodzakelijk of goed, oranje is een twijfelgeval en rood is eigenlijk onnodig.

De hypotheek wordt altijd op de eerste van de maand afgeschreven: groen. Ook de kosten voor het gebruik van de televisie worden afgeschreven, maar direct twijfel ik of dit oranje of rood zou moeten zijn. Ik ben een fervent Netflix-kijker en kijk zelden televisie. Mijn man, die bij me aan de keukentafel zit, omdat hij uiteraard ook betrokken wordt in dit project, beaamt dit. Wat kijk je tegenwoordig nog op televisie? Voor nu categoriseer ik deze kosten als oranje, maar we spreken af dat we nadenken of we ons televisieabonnement überhaupt willen behouden.

Daarna mag ik met de billen bloot en de rode pen hanteren bij de volgende uitgaven: Zalando, Hema, Starbucks, H&M, Wehkamp en Action. De Action is een confronterende realisatie. Ik kwam daar om een verjaardagscadeau te kopen, waarvoor wij bij kinderverjaardagen een bedrag van 10 euro budgetteren, maar de afschrijving zegt € 31,15. Wat heb ik gekocht? Ik weet het niet eens meer, dus ik pak het bonnetje erbij. Inpakpapier (vooruit), een reep chocolade, een kleurboek (het zevende kleurboek in de knutselkast), een decoratie-kabouter waar mijn dochtertje mee in haar handen liep, verschillende rollen washi tape, geurkaarsen en een Halloween-kostuum voor kinderen.

Wat een onzin. Ik neem me direct voor hier een volgende keer alerter op te zijn. Vervolgens ga ik verder met het categoriseren van terugkerende uitgaven, zoals de boodschappen.

Besparen op de boodschappen

Bij het Nibud werken we uiteraard veel met bedragen en getallen. Mijn collega’s, de wetenschappelijk onderzoekers binnen het Nibud, onderzoeken deze bedragen nauwkeurig en als webredacteur zorg ik dat de getallen op onze website actueel en juist zijn. Op de webpagina ‘Wat geeft u uit aan voeding‘ staan verschillende bedragen en daarmee maak ik een persoonlijke optelsom.

Mijn gezinssamenstelling, twee volwassenen en een peuter, zou per week afgerond gemiddeld € 84 aan boodschappen uitgeven. Zoals het Nibud terecht noemt, hangt wat een huishouden per week aan eten uitgeeft, ook af van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe meer geld aan eten wordt uitgegeven. Dat verklaart waarom ik als student minder aan eten uitgaf dan nu ik werk.

Mijn man en ik maken een calculatie en tellen iedere uitgave aan eten bij elkaar op. Niet alleen de weekboodschappen, maar ook de kosten in de bedrijfskantine, snacks bij AH to go, eten dat we afhalen en onze bezoekjes aan de avondwinkel als we zin hebben in iets lekkers.

Het resultaat? Onze wekelijkse uitgaven aan voedsel zitten gemiddeld op 150 euro. Dat is bijna twee keer zoveel als andere gezinnen met z’n drietjes. We schrikken hier ontzettend van. Direct spreken we af dat we voortaan zelf lunch naar ons werk meenemen en overdag geen extra snacks of koffie meer kopen. Daarnaast zal de Thuisbezorgd-brommer ons huisje voortaan voorbij rijden en ook het afhalen van sushi gaat op de schop. Op doordeweekse avonden zakken chips of kaasplankjes? Ook deze extraatjes worden geschrapt. We doen vanaf nu eens per week boodschappen, inclusief lunch en tussendoortjes voor op ons werk, en budgetteren hier 100 euro voor.

Nu we toch gezellig samen aan de keukentafel zitten op vrijdagavond, pluizen we direct de folders van de twee supermarkten waar wij onze weekboodschappen doen uit. In plaats van lukraak een lijstje te maken, bekijken we welke groenten of fruit die week in de aanbieding zijn. Is dat broccoli? Dan eten we broccoli. Is het gehakt in de bonus? Dan maken we een lekkere ovenschotel of draaien we zelf gehaktballen.

Normaliter gooien we regelmatig voedsel weg, maar nu bewaar ik de overgebleven risotto en eet deze de volgende dag als lunch bij het Nibud. Of ik maak thuis alvast een lekkere salade klaar. En of dit nu komt doordat men bij het Nibud bewuster omgaat met geld, er zijn stiekem best veel collega’s die zelf hun lunch meebrengen. Ik voel me, behalve het effect op mijn saldo, ook tevreden over het tegengaan van de voedselverspilling.

Kleine moeite wordt een sport

Als ik tijdens de lunch aan collega’s vertel over onze vrijdagavonden, waar mijn man en ik aan de keukentafel uitgaven in het schrift noteren en aan de hand van de aanbiedingen weekmenu’s samenstellen, verzucht een collega dat ze hier helemaal geen zin in heeft. Op vrijdagavond aan de financiën voor een besparing van een paar luttele euro’s: wat saai, roept ze uit. Toch ervaar ik dat absoluut niet zo. Helemaal niet als ik de bonnetjes van de afgelopen maand bekijk.

De uitgaven voor onze weekboodschappen zijn drastisch gedaald en kosten respectievelijk tussen de € 79 en € 91 euro per week, inclusief lunch op ons werk en gezonde, voedzame maaltijden. Ik kook een aantal recepten uit het Nibud kookboek ‘Lekker voor weinig’ en begin zowaar plezier te krijgen in besparen, want het saldo op mijn rekening blijft steeds positiever. Besparen wordt een beetje een sport en het geeft een kick om geld over te houden.

Ook mijn man wordt aangestoken door het bespaarvirus. Ik ben in ons huishouden degene die het meest kan besparen op winkelen, maar hij zet prompt de auto aan de kant als hij noteert wat dat per maand scheelt. Sindsdien pakt hij iedere dag de fiets naar zijn werk, waarvan hij beweert dat het eigenlijk nog lekkerder is en hem frisser maakt. Win-win! We steken elkaar aan en appen als we een goede aanbieding zien. Geldzaken zijn op deze manier eigenlijk best leuk!

Eén maand besparen = sparen!

Natuurlijk zijn jullie nieuwsgierig na de eerste maand bewust op budget. Het resultaat na een maand bewust boodschappen doen, geen snacks meer kopen, niet langer zwichten voor impulsaankopen en mijn innerlijke shopaholic temmen? Een saldo op onze spaarrekening van 530 euro, wauw!

Ik ben oprecht verbaasd. In mijn beleving hebben we een heerlijke maand gehad. We hebben lekker gegeten, wat verjaardagsfeestjes gehad waar we uitgaven voor hebben gedaan, we zijn een avond naar de bioscoop geweest en ik heb zelfs een nieuwe regenjas gekocht. Toch is het ons gelukt ruim 500 euro opzij te zetten.

Hoewel ik erg blij ben met het resultaat, ben ik tegelijkertijd ook een beetje verdrietig en boos. Want deze 500 euro hebben we voorgaande maanden onderhand weggegooid door niet bewust met onze financiën om te gaan. Als ik dit jaren eerder had gedaan, zou ik nu die felbegeerde buffer en een goedgevulde spaarrekening hebben.

Ik biecht dit op aan twee collega’s die zich als onderzoeker bezig houden met geld en gedrag. Zij stellen me direct gerust. Focus je op de positieve verandering en de winst die je nu hebt geboekt. Deze bewustwording is hartstikke goed en nu je inzicht hebt in je geldzaken, kun je hier nu en in de toekomst de vruchten van plukken. Je hoeft jezelf niet af te straffen en stom te noemen om waar je vroeger geen inzicht in had. Het is voor ontzettend veel mensen moeilijk om bewust aan de slag te gaan met geldzaken, dat zien wij in alle onderzoeken terug.

Gelukkig maar, denk ik bij mezelf. Ook vertellen ze dat het met ups en downs zal gaan. Je gedrag en houding tegenover geldzaken veranderen, kost tijd en moeite. Dus gewoon volhouden, vraag ik? Ja natuurlijk, roepen ze enthousiast.

Onze wekelijkse vrijdagavonden aan de keukentafel blijven dus vaste prik en ik ga zelf eens onderzoek doen naar mijn eigen koopgedrag. Ligt dat aan de consumptiemaatschappij, mijn financiële opvoeding of ligt de oorzaak dieper? En gaat het tijdens de tweede maand bewust op budget net zo goed als de eerste, of vervallen we toch in oud gedrag? Daarover meer in mijn volgende blog.

Tot volgende maand!

Lindsay

PS: Wat geef jij uit aan de boodschappen en ligt dat rondom het gemiddelde van het Nibud? En, zeg eens eerlijk: heeft de Action op jou ook zo een aantrekkingskracht om je mandje met totaal nutteloze spullen vol te kieperen?

Persbericht | 1 november 2018

De acceptatieprocedures die kredietverstrekkers gebruiken bij het afsluiten van een persoonlijke lening lijken goed te werken. Dit stelt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) in het onderzoek ‘Een persoonlijke lening: keuzes en ervaringen van consumenten’ dat vandaag wordt gepubliceerd.

Het instituut pleit er daarom voor dat onderzocht wordt of dit soort procedures kunnen gaan gelden bij alle kredieten die in Nederland worden verstrekt, ook de kleine leningen.

Het Nibud heeft onderzocht welke keuzes consumenten maken bij het afsluiten van een lening. De manier waarop de webpagina van de kredietverstrekker is opgezet heeft invloed op de lening die consumenten kiezen. Het is voor het eerst in Nederland dat onderzoek is gedaan naar de invloed van de keuzeomgeving, zoals een website, op de lening die consumenten kiezen.

Acceptatieprocedures persoonlijke lening als voorbeeld

5 procent van de Nederlanders heeft een persoonlijke lening. Bij een persoonlijke lening staat de looptijd vast en krijgt de consument het geleende bedrag direct in handen. De meeste consumenten die een persoonlijke lening afsluiten, zitten daar doorgaans 8 jaar aan vast en lossen maandelijks rond de 300 euro af. Toch geeft bijna niemand (5 procent) aan dat afbetalen een probleem is. En zegt bijna niemand (3 procent) dat ze de lening achteraf gezien niet hadden moeten afsluiten.

Bij iedereen die een persoonlijke lening wil afsluiten wordt gecontroleerd of de maandlasten van de lening passen bij het inkomen, de gezinssamenstelling en de overige betalingsverplichtingen. Deze controle is bij persoonlijke leningen uitvoeriger dan bij andere soorten consumptief krediet.

Meer dan de helft van de Nederlanders heeft een consumptief kredietproduct. Hieronder vallen onder meer een doorlopend krediet, een creditcard, en ook een telefoon op afbetaling of een postorderkrediet. Afgelopen zomer meldde het Bureau Kredietregistratie (BKR) dat 6,4 procent van de BKR- geregistreerde kredietnemers, ruim 674.000 consumenten, een betalingsachterstand op hun lening had.

Uit recent onderzoek van de AFM blijkt dat die achterstanden zich vooral voordoen bij leningen van bedragen tussen de 250 en 1.000 euro. Bij deze kredieten is de controle van de financiële gegevens minder uitgebreid dan bij persoonlijke leningen. Het Nibud vindt het belangrijk dat consumenten die een lening afsluiten, weten of ze die kunnen betalen en daar geen stress van krijgen. Het instituut pleit er daarom voor dat bij alle soorten kredieten de acceptatieprocedure wordt verbeterd.

Laat duidelijker totaalbedrag en looptijd zien

Uit het Nibud-onderzoek blijkt dat bijna alle ondervraagden (96 procent) vooraf hebben gekeken of zij de aflossing kunnen betalen. En 92 procent is achteraf tevreden met de lening. De looptijd van de lening blijkt relevant te zijn voor de mate van tevredenheid erover. Hoe langer de looptijd, hoe ontevredener mensen zijn.

Het Nibud adviseert de kredietverstrekkers om consumenten bij het afsluitproces te helpen beter op de looptijd van de lening te letten. Nu let de consument vooral op de rente en de hoogte van het maandbedrag. Terwijl het Nibud ziet dat de manier waarop consumenten de lening ervaren, wordt beïnvloed door de looptijd. Uit het Nibud-onderzoek bleek dat consumenten voor een kortere looptijd en – dus voor een lager totaalbedrag – kozen als kredietverstrekkers het totaalbedrag van de lening op de website duidelijker lieten zien.

Feiten Persoonlijke leningen:

Het inkomen van huishoudens met een persoonlijke lening ligt gemiddeld tussen modaal en ruim twee keer modaal (2.000 euro tot 4.000 euro netto per maand.)

Doel van de lening:

  1. Oversluiten
  2. Verbouwing/verbetering woning
  3. Aanschaf auto/motor

Meest voorkomende looptijden en maandlasten per leendoel:

Reden lening Totaalbedrag Looptijd Maandbedrag
Oversluiten 30.000 euro 9 jaar 400 euro
Verbouwing 25.000 euro 10 jaar 300 euro
Voertuig 15.000 5 jaar 250 euro

Waar let de consument op bij afsluiten top-4:

  1. 59% let op de snelheid waarmee de lening geregeld kan worden
  2. 58% let op de lage rente
  3. 46% let op de mogelijkheid om boetevrij af te lossen
  4. 44% kiest voor intermediair die consument een goed gevoel geeft

Achtergronden bij dit onderzoek

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door financiering van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) en met medewerking van kredietverstrekkers en intermediairs die hun klanten hebben gevraagd aan dit onderzoek mee te werken. In het onderzoek zijn 850 consumenten ondervraagd die minder dan twee jaar geleden een persoonlijke lening hebben afgesloten.  Prof. dr. Wilco van Dijk en dr. Lotte van Dillen van de Nibud-leerstoel Psychologische determinanten van economisch keuzegedrag aan Universiteit Leiden hebben meegelezen. Een deel van dit onderzoek is onderdeel van het promotieonderzoek van Nibud-onderzoeker Minou van der Werf die in 2020 in Leiden hoopt te promoveren.

Persbericht | 1 november 2018

De hypotheeknormen blijven voor de meeste inkomens gelijk aan die van 2018. Dat schrijft het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) in het adviesrapport Financieringslastnormen 2019, dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vandaag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. Als rekening wordt gehouden met de verwachte loonstijging van 2,9 procent is er voor alle inkomens een stijging van de maximale hypotheek.

Voor iedereen betaalbaar

De ruimte die een huishouden heeft voor woonuitgaven wordt bepaald door het inkomen te verminderen met de overige kosten van levensonderhoud. Deze overige uitgaven moeten ook betaalbaar zijn na het afsluiten van een hypotheek. Door op deze manier vast te stellen wat een huishouden kan besteden aan wonen, kan een hypotheekverstrekker niet meer geld uitlenen dan voor een huishouden betaalbaar is. Daarmee wordt het risico op financiële problemen door te hoge hypotheeklasten verkleind.

De verschillen met de normen van vorig jaar zijn marginaal. Huishoudens die in 2019 een loonstijging kunnen verwachten, kunnen door dat hogere inkomen wel een hogere hypotheek krijgen dan in 2018. Voor koper en hypotheekverstrekker blijft het belangrijk om goed naar de individuele situatie te kijken.

Het tweede inkomen telt opnieuw voor 70 procent mee

Het Nibud adviseert om het tweede inkomen ook in 2019 voor 70 procent mee te laten tellen. Het verschil in besteedbaar inkomen tussen twee- en eenverdieners neemt al enkele jaren toe en zal de komende jaren nog verder oplopen. In 2016 heeft het Nibud daarom voorgesteld om stapsgewijs het tweede inkomen mee te laten tellen. Vorig jaar telde dat voor het eerst voor 70 procent mee. Door afronding blijft deze factor volgend jaar hetzelfde. Ook kunnen kopers – net als in 2018 – meer lenen voor zeer energiezuinige woningen of voor het treffen van energiezuinige maatregelen.

Regeerakkoord 2017 – 2021

In het regeerakkoord van het kabinet Rutte III staan meerdere maatregelen die van invloed kunnen zijn op de financiële positie van woningeigenaren met een hypotheek. De gevolgen van deze plannen betekenen voor (aankomende) woningbezitters dat voor de meeste inkomens de financieringslastpercentages in 2021 naar verwachting hoger zullen liggen dan in 2018.

De aangekondigde lastenverlichting (lagere tarieven en hogere heffingskortingen) is hoger dan de verwachte prijsstijging van de overige uitgaven. Daardoor zal er in de toekomst, als de plannen worden doorgevoerd, in principe iets meer ruimte komen voor hypotheeklasten. Inkomens van rond de 40.000 euro kunnen de grootste stijging verwachten omdat daar de meeste lastenverlichting wordt verwacht. In de hypotheeknormen voor 2019 is rekening gehouden met maatregelen uit het Regeerakkoord die reeds zijn ingegaan.

Een hypotheek gaat lang mee

Bij het bepalen van de hypotheeknormen houdt het Nibud rekening met de lange termijn. De hypotheeklast moet nu en in de toekomst draagbaar blijven. Huishoudens moeten de hypotheek gedurende de gehele looptijd te kunnen betalen, ook als er bijvoorbeeld kinderen bij komen. De financieringslasttabellen houden rekening met gestandaardiseerde uitgavenpatronen en geven weer wat iemand objectief gezien zou moeten kunnen betalen, gezien het inkomen. Wat de hypotheekverstrekker maximaal zou mogen uitlenen volgens de tabellen is niet altijd passend bij iemands persoonlijke voorkeuren en bijbehorend uitgavenpatroon. Daarom is bij hypotheekverstrekking maatwerk altijd noodzakelijk.

In sommige gevallen kan er op verantwoorde wijze een hogere hypotheek verstrekt worden dan de tabellen aangeven. De ministeriële Regeling hypothecair krediet biedt daarvoor ruimte. Wanneer het gaat om een bestendige situatie, kan de hypotheekverstrekker ervoor kiezen om in individuele gevallen af te wijken van de leennormen, mits dit gemotiveerd en onderbouwd wordt. Meer verstrekken zou bijvoorbeeld kunnen als er sprake is van een onvoorwaardelijke inkomensstijging op korte termijn of als iemand door oversluiten zijn hypotheeklasten kan verlagen.

Het rapport is op 30 oktober 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden. In de bijlage vindt u uitgewerkte voorbeelden voor een aantal huishoudens.

Bijlagen

Voorbeelden maximale hypotheek
In de tabellen hieronder staan voor een aantal inkomens de maximale hypotheken in 2018 en 2019 weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met een verwachte gemiddelde loonstijging voor 2019 van 2,9 procent.

Voorbeeld maximale hypotheek 2018 – 2019 (rente = 2,75%)


*Er is rekening gehouden met een gemiddelde loonstijging van 2,9% in 2019

Voorbeeld maximale hypotheek 2018-2019 voor drie tweeverdieners (rente = 2,75%)


*Er is rekening gehouden met een gemiddelde loonstijging van 2,9% in 2019

Achtergronden bij het rapport

Met het rapport Financieringslastnormen 2019 adviseert het Nibud de Rijksoverheid over de financieringslastnormen voor hypothecaire financiering voor 2019. Deze normen vormen een onderdeel van de Regeling hypothecair krediet. Voor het tot stand komen van dit advies consulteert het Nibud diverse partijen die bij de hypotheekmarkt zijn betrokken, waaronder de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank, de Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, Vereniging Eigen Huis en de stichting Waarborgfonds Eigen Woningen.

Nieuwsbericht | 30 oktober 2018

Het Nibud heeft in opdracht van de Eerste Kamerfractie van 50PLUS op een rij gezet hoe de koopkrachtontwikkelingen van werkenden en gepensioneerden zijn van 2010 tot 2019. Hiervoor heeft het instituut 10 voorbeeldhuishoudens voor gepensioneerden en 10 voorbeeldhuishoudens voor werkenden doorgerekend.

De conclusie is dat gepensioneerden met een klein pensioen tot 5.000 euro per jaar er in die periode op vooruit zijn gegaan. Maar bij een hoger aanvullend pensioen treedt koopkrachtvermindering op. Ook werkenden gaan er in de meeste gevallen op achteruit, maar minder dan gepensioneerden. In de periode 2010 – 2019 is de loonstijging 11,6% tegenover een indexatie van de pensioenen van -0,6%. Een verschil van 12%.

23 oktober 2018 - Nibud

Weblog | 23 oktober 2018

Iedereen kent het wel: geld uitgeven aan onnodige dingen. Zelfs Gea Schonewille (27), economische psycholoog bij het Nibud, komt het bekend voor. Waarom laten we ons verleiden door dergelijke aankopen? En hoe voorkom je het?

Annieck Verkerk, redacteur bij Aegon, interviewt Gea over het waarom en hoe van onnodige uitgaven. Lees het volledige artikel op de website van Aegon.

Als een werknemer financiële problemen heeft, zou de werkgever prima hulp kunnen bieden. Bovendien hebben werkgevers zelf belang bij financieel gezonde werknemers. Toch zijn er maar weinig werkgevers die daadwerkelijk hulp bieden aan werknemers met schulden.

Ze vinden het allemaal belangrijk, maar er is maar een handvol bedrijven die interesse heeft daadwerkelijk in actie komen. Het probleem is dat geldzaken in Nederland vaak taboe zijn.

Anna van der Schors, onderzoeker bij Nibud, pleit ervoor dat er een bedrijfsbreed aanbod komt. ‘Bied alle werknemers een paar keer per jaar een gesprek waarin ze buiten de organisatie financieel advies kunnen inwinnen. Voor de een kan het gesprek gaan over hoe te plannen voor de pensioenleeftijd, de ander bespreekt hoe hij het einde van de maand haalt.’

19 oktober 2018 - Nibud

Een verhuizing, onverwachts ontslag of langdurig ziek? In een mensenleven vinden talloze gebeurtenissen plaats, waarvan de meesten ook nog eens invloed hebben op de financiële situatie. Dat grip op geld belangrijk is, vindt het Nibud uiteraard ook. Want gebeurtenissen en bepaalde keuzes, zowel vrijwillig als onvrijwillig , hebben invloed op financiën, zowel nu als in de toekomst.

Het FNV ledenmagazine besteedde onlangs aandacht aan grip op geld in het artikel ‘Grip op geld’. Ook hebben FNV leden gratis toegang tot de Nibud Online Leren-omgeving.

Actueel

Troostgedicht door Boudewijn Betzema
19 oktober 2018

Fatal error: Call to undefined function md_clone_excerpt() in /var/www/vhosts/sallandsedialoog.nl/httpdocs/wp-content/themes/md-clone/archive.php on line 80